0  1  2  3 

De wereld in gijzeling. Deel IV: Het verraad van Oranje

Geef me de macht over het geld van een natie en het is me om het even wie haar wetten maakt.”


(Mayer Amschel Rothschild)


De wereld is in gijzeling. Sinds de kredietcrisis breiden de banken hun macht in sneltreinvaart uit door niet langer enkel de derdewereldlanden maar álle naties aan een wurgend schuldinfuus te koppelen. De fenomenale renteschulden verhalen overheden via belastingen op de burgers. Het doel is gecentraliseerde totaalcontrole. Het banksysteem is daarbij het fundament in de manipulatie naar een wereldregering met een wereldleger, wereldbank en wereldmunt. De macht van de bank is mogelijk omdat het bancaire geldsysteem is gebaseerd op een fantastische misleidtruc waarbij een selecte groep uit het niets ‘geld’ creëert en daarvan slechts een fractie in de bank (=computer) hoeft achter te houden, het zogenaamde ‘fractioneel bankieren’. Al eeuwenlang heeft men toegewerkt naar deze (digitale) werelddictatuur. Met het verdwijnen van het muntgeld en de koppeling van iedere persoon en al zijn (geld)transacties aan een persoonsnummer in een centrale database is het zover.


Het Huis Oranje-Nassau heeft de wereldbevolking verraden. De ernstige gevolgen zijn dagelijks merkbaar en nemen in hevigheid toe. Het is een uiterst belangrijk onderdeel in de geschiedenis dat de mensheid tot schuldslavernij heeft gebracht. Toch besteden de geschiedenisboeken er nauwelijks aandacht aan en is deze historie tot dusver nagenoeg onbekend. Relaties worden niet gelegd. De achterliggende motieven verdoezeld. Deel III handelde over de verhuizing van de wereldelite vanuit Zuid Europa naar de Nederlanden leidend tot de ‘Gouden Eeuw’ met de eerste wereldbank, effectenbeurs, multinational, aandelen, de eerste beursmanipulaties en beurskrach. Deel IV handelt over het verraad van Oranje.


De export van de wereldbank, corporatie en bijbehorende elite naar Engeland
Alle handelingen die een moderne bank verricht worden vanaf de vroege zeventiende eeuw al door de Amsterdamse Wisselbank gedaan; de eerste mondiale centrale bank. Het privérecht om geld te drukken buiten het volk en de overheid om, hoort daar nog niet bij. Dat recht komt in 1694 toe aan de opvolger van de Wisselbank als wereldbank: de Bank of England. Sindsdien is Londen het financiële hart van de wereld.


De Bank of England wordt opgericht onder de protestantse Willem III van Oranje-Nassau, Stadhouder van Holland, Koning van Engeland en moordenaar van de gebroeders De Witt, waarbij één vermoordde broer wordt ontkleed, ondersteboven opgehangen, ontmand en ten dele opgegeten en hun uitgerukte harten jaren tentoongesteld. Weer is religie het alibi voor oorlog. Dit keer tegen de Katholieke Lodewijk XIV van Frankrijk met een eeuwenlange nasleep van bloedvergieten in Noord Ierland tot gevolg. Met de bank verhuist ook de elitaire wereldtop naar Engeland – vanaf de achttiende eeuw de nieuwe wereldmacht – en neemt de East India Company als kopie van de VOC het zeemonopolie over.


Met de ‘Glorious Revolution’ van Willem III van Oranje zou Engeland voorgoed protestants worden en een buffer vormen, tegen ‘het grote gevaar’ van de katholieken, zo luidt de officieel goedgekeurde geschiedenis. Glorieus blijkt de revolutie bij nadere beschouwing echter vooral in die zin, dat het een triomfantelijke machtsovername is van het elitaire kartel achter de banken dat voortaan het monopolie van geldcreatie zal bezitten.


Auteur-onderzoeker, Eustace Mullins schrijft dat het verkrijgen van een officiële koninklijke vergunning (charter) voor het vestigen van de Bank van Engeland – voor welke missie Willem is gesteund door de bankiers van Amsterdam – absolute topprioriteit heeft. Mullins is een protegé van de beroemde literator Ezra Pound die hij bezoekt als de laatste gedwongen is opgenomen in een psychiatrische kliniek vanwege zijn mening over president Roosevelt en het bankierskartel bestaande uit ondermeer Rothschild, Warburg, Schiff en Rockefeller, die de aanval op Pearl Harbor hebben georchestreerd en in de uiterst winstgevende Tweede Wereldoorlog beide kampen volledig hebben gefinancierd.i


Mullins vervolgt te vermelden dat Willems troonsbestijging de Engelse troon uitdrukkelijk heeft geplaatst in de lijn van de Zwarte Adel, waar hij sindsdien in is gebleven. Om de huidige koning, die nog eigenmachtig het geld creëert en uitgeeft, het veld te doen ruimen en het Engelse volk ontvankelijk te maken, veroorzaken de Amsterdamse bankiers in 1674 een grote financiële depressie, stelt Mullins. De onrust die hierdoor wordt veroorzaakt, plaveit de weg voor de troonsovername van het Huis van Oranje. De Amsterdamse bankiers lanceren bovendien een hevige campagne om de leidende aristocratische supporters van het oude bewind om te kopen, aldus Mullins’ onderzoek.ii


De elitaire financiers: bankiers en zwarte adel
Leningen voor de revolutie verstrekken Sefardische bankiersfamilies als Lopes Suasso, De Pinto, De Medina, Pereira en Josef de la Vega. Baron Francisco Lopes Suasso is zelfs verbonden aan het hof als ‘court jew’.iii Hij leent Willem III twee miljoen gulden, een astronomisch bedrag in die tijd.iv Zijn zoon Antonio (Isaac) Lopes huwt in 1714 de dochter van de Sefardische Moses Mendes da Costa, de ‘governor’ van de Bank of England.v Na zijn vestiging te Londen in 1805 trouwt de Askhenazi Nathan Mayer Rothschild de Nederlandse Hannah Cohen, dochter van een schatrijke emigré uit Amsterdam en schoondochter van de bankier en beurshandelaar Montefiore: “zodoende gaat hij banden aan met de hoofden van de Sefardische gemeenschap die destijds de financiële wereld van Londen regeren via hun connectie met Amsterdam” schrijft The Jewish Encylopedia in haar entree over Rothschild. De oligarchie van bankiers zou Engeland in een ijzeren greep hebben. Robert McNair Wilson citeert op bladzijde 44 van zijn “The Mind of Napoleon”, minister van financiën onder Lodewijk XVI, Jacques Necker over de situatie in het achttiende eeuwse Engeland:


“Het Engelse systeem was een financiële dictatuur, slim verhuld als kroonrepubliek. Deze oligarchie [...] beheerste het geld, beheerste de pers en beheerste de geldstromen van beide grote politieke partijen. Alzo beheerste zij het hele patronaat van de Kroon enerzijds en het gehele lichaam van politiek patronaat anderzijds.” 


Van de Nederlandse bankier Solomon de Mendina is bekend dat John Churchill, een van de belangrijkste edelen die het oude Engelse koningshuis de rug toe keren, van hem een omkoopbedrag van niet minder £ 6,000 per jaar per jaar ontvangt.vi Als dank verheft Willem III De Medina tot de adelstand.vii Met een bijzondere voorliefde voor de ‘goede zaak van het protestantisme’ hebben de leningen echter in de verste verten niets te maken.


Dat het bij de Gorious Revolution allesbehalve om het geloof gaat maar om macht en winstbejag, blijkt ook uit de woorden van Edwin Green in “An illustrated History of Banking”. Veel machtige katholieke parlementsleden in het House of Lords hebben geld in de internationale Amsterdamse Wisselbank die gebruikt wordt ter financiering van de Glorious Revolution:


Onder degenen die op deze wijze hebben “gezorgd voor een veilig heenkomen” waren leden van het Engelse Gemenebest Parlement en het Deense hof, de Prins Palatijn en de Republiek Venetië. De Wisselbank werd ook gebruikt door de Spaanse Kroon ter subsidiëring van Zweden in de zestiger jaren van de zeventiende eeuw. In dit opzicht was de Wisselbank niet enkel een openbare bank voor Amsterdam en haar burgers maar ook een veilige haven voor andere Europese regeringen en politieke belangen.”viii


U leest het: ook de Venetianen zijn van de partij. Maar het meest frappant is wel de bemiddeling van een oppermachtige Italiaan waarvan men zou verwachten dat hij toch wel het minst geïnteresseerd is in de ‘protestantse zaak’. Schrijversechtpaar Rita Monaldi en Francesco Sorti onthullen in hun spraakmakende en in romanvorm geschreven historische onderzoek “Imprimatur” dat een van Willems belangrijkste geheime geldschieters niemand minder is dan de niet-zo-onschuldige paus Innocentius XI (1611-1689). Zelfs de verdrijving van de katholieke James II van de Engelse troon blijkt door de corporatieve bank van het Odescalchi imperium mede gefinancierd zijn, zo tonen de documenten door de schrijvers gebruikt voor Imprimatur.

Benedetto Odescalchi, alias Paus Innocentius XI, wordt geboren in een rijke bankiers en koopmansfamilie en geniet zijn opleiding bij de Jezuïeten. Hij is de zoon van een edelman uit Como, Livio Odescalchi, en Paola Castelli Giovanelli.ix Het schatrijke bankiersgeslacht Odescalchi is een gedistingeerde familie behorend tot de Zwarte Adel van Venetië en Genua.x Zwarte adel trouwt enkel met elkaar: Ook Benedetto’s moeder behoort tot de Zwarte aristocratie. Een bekende nazaat is H.E. Graaf Don Alberto Carlo Giovanelli (Graaf van het Heilige Roomse Rijk). En zo is de cirkel weer rond.


De werkelijke machthebbers doen niets rechtstreeks. De bankiersfamilie van de paus gebruiken voor hun geldverstrekkingen twee kanalen, aldus Monaldi en Sorti. De leningen van Innocentius XI komen terecht bij zowel de Admiraliteit van Amsterdam als talloze families uit de Hollandse economisch-financiële aristocratie. Deze families komen allen voor in de Grootboeken van de familie Odescalchi.xi Voor ontbrekende financiën plegen de Oranjes ondermeer valsmunterij.


De prinsen van Oranje zouden overigens grote financiële bronnen nodig hebben voor hun oorlogsondernemingen. […]. Als de behoeften dringend zijn, kunnen ze tot daden aanzetten een prins onwaardig, met inbegrip van bedrog en verraad. Volgens de historicus van de mumismatiek Nicolò Papadopoli vervalste de munt van het prinsdom Orange in de 17e eeuw zomaar de Venetiaanse zecchini, waarbij de bijbehorende sancties gemakkelijk werden ontvlucht.”xii


Behalve uit de geldhandel haalt de paus een groot deel van zijn winsten uit de slavenhandel. Om de feiten te camoufleren vervalsen geschiedschrijvers in dienst van de macht de historie en verheffen en roemen de persoon van de paus op onterechte gronden. Uiteindelijk verklaart de kerkadel hem in 1956 zalig.xiii


Dat de enorme geldtransacties van Innocentius zo lang geheim konden blijven toont de ongekend grote macht van de werkelijke machthebbers achter de schermen, terwijl anderen de heetste kolen uit het vuur halen of met ‘false flag’ operaties zelfs de schuld krijgen toebedeeld. Dit laatste geldt in het bijzonder voor bepaalde groepen als geheel zoals tegenwoordig de moslims en vroeger de volgelingen van het jodendom. De mainstream media leggen vervolgens de valse connecties tussen moslims en terrorisme of tussen joden en de misdaden van het zionisme en de Israëlische staat.


Willem III van Oranje en zijn verraad van de wereldbevolking aan een private geldelite
Willem heeft voor zijn toekomstige verdeel-en-heers oorlogen resulterend in eeuwen Noord-Ierse terreur, geld nodig en klopt aan bij private financiers. De situatie is te vergelijken met het ontstaan van de Bank van Venetië in 1171. Andere mainstream bronnen melden dat deze bankiers de ambitieuze Willem, die tot dan enkel stadhouder is, al in Holland het koningschap van Engeland hebben aangeboden in ruil voor het recht om geld uit te geven.xiv


William Guy Carr schrijft op bladzijde 23 van “Pawns in the Game” (1956): 


1689: Willem van Oranje en Mary, waren afgekondigd als Koning en Koningin van Engeland. […] Hun [de financiers] eerste doelstelling was toestemming te krijgen een Bank van Engeland op te mogen richten en de schulden van Groot Brittannië aan hen te consolideren en zeker te stellen voor leningen verstrekt aan haar, om de oorlogen te kunnen voeren die zij zelf initieerden. Het is van belang te bedenken dat zodra de Nederlandse generaal [Willem van Oranje] op de troon van Engeland zat, hij de Britse schatkist overhaalde £ 1,250,000 te lenen van de bankiers die hem daar hadden geplaatst. […] Aldus, voor de som van £ 1,250,000 verkocht koning Willem van Oranje het Engelse volk [en de gehele wereldbevolking daarna] als economische lijfeigenen.”xv


Willem gaat akkoord met de draconische voorwaarden – zie hieronder – en verkwanselt in 1694 met zijn ‘Royal Charterxvi welbewust het staatsmonopolie om geld te drukken ten dienste van het volk aan een private partij, in ruil voor financiering van zijn oorlog en volgens anderen: het koningschap. Zo vindt de Bank of England haar ontstaan. Daarmee heeft Willem III van Oranje zijn volk als schuldslaven uitgeleverd aan een oppermachtig groepje elitairen en is de belangrijkste stap gezet om de wereld in gijzeling te nemen, of zoals bankier Mayer Amschel Rothschild het later uitdrukt:


Geef me de macht over het geld van een natie en het is me om het even wie haar wetten maakt.”xvii


Historicus Tony Claydon zegt het zo: “Willems besluit om in 1694 de Royal Charter te vergunnen aan de Bank [of England], een privaat instituut in eigendom van bankiers, is zijn meest relevante economische nalatenschap. Het legde de financiële fundering voor de Engelse overname van de centrale rol van de Hollandse Republiek en de Bank van Amsterdam (=Wisselbank] in het mondiale handelsverkeer van de achttiende eeuw.”xviii Als model voor de nieuwe wereldbank dient de Amsterdamse Wisselbank. xix


Voorheen verzorgden overheden de uitgave van geld zelf. Met het nieuw verworven recht van een groep privébankiers om onbeperkte geld te mogen creëren voor de koning tegen een rentevergoeding is het fenomeen staatsschuld geïnstitutionaliseerd. Het is het ultieme machtsmiddel. De ‘Glorious Revolution’ is geen godsdienstrevolutie maar een ‘Glorious Banking Revolution.’ Van alles wat deze revolutie teweeg heeft gebracht bij de mensheid is de almacht van de centrale banken en de schuldslavernij de meest ingrijpende.


De rente die de bank aan de staat oplegt, vordert de staat terug via belasting van haar onderdanen. Niet langer staat het geld ten dienste van het volk maar staat het volk ten dienste van het geld. Van ‘mon pauvre peuple’ is ook bij deze derde Willem – residerend in door Daniël Marot ontworpen lusthoven als het weelderige Hampton Court en ‘Klein Versailles’, oftewel Paleis het Loo – niet de minste sprake.


Het banksysteem van de Bank of England vormt vervolgens het model waarop nagenoeg alle huidige centrale banken zijn gebaseerd. Door deze belangrijke rol is de City of London uitgegroeid tot het financiële centrum van de wereld. Ook de daar gevestigde effectenbeurs is gebaseerd op de beurs te Amsterdam. Verder bevinden zich er de oudste en belangrijkste vrijmetselaars-grootloge; de United Grand Lodge of England, de belangrijkste kranten, alle kantoren van Britse banken, 385 buitenlandse banken en 70 Amerikaanse banken. Dit economische wereldhart is misschien wel de zwaarst bewaakte plek ter wereld en vormt sinds 1649 een ‘city-state’ binnen het Verenigd Koninkrijk, gelijk het religieuze centrum op aarde; Vaticaanstad binnen Rome, en het militaire middelpunt van de wereld; de aparte corporatie van het District of Colombia (DC) binnen Washington.xx De drie vormen aparte stadsstaatjes, gedeeltelijk of geheel onafhankelijk van het land waarin ze zich bevinden. Ze voeren elk hun eigen vlag (klik vlag Vaticaan, DC en City) waarvan de drie sterren in de vlag van het District of Columbia zouden staan voor de drie City-States en hebben alle drie een obelisk, het phallische symbool van almacht, verwijzend naar de zonnegod Amen (Ra) die religieuzen wereldwijd nog altijd aanroepen als afsluiting van hun gebedxxi (klik Vaticaan, DC en City).


De City of London staat onder leiding van The City of London Corporation met aan haar hoofd de Lord Mayor of the City of London. De gerenommeerde Rough Guide to England zegt erover:


De Corporation die de City bestuurt als een eenpartij-ministaat, is een ongereconstrueerd old boys’ netwerk waarvan de middeleeuwse praal de zeer reële macht en rijkdom camoufleert die het bevat.”xxii


De Glorious Banking Revolution
Sir William Paterson is de officiële spreekbuis van het bankierskartel en toekomstige eigenaars van de op te richten private Bank of England. Hij is een Schots bankier en handelsman; sterk voorstander van Grotius’ vrijhandel. In 1685 gaat Paterson naar Amsterdam, destijds het hoofdkwartier van de Engelse Whigs, alwaar hij deelneemt aan de revolutionaire beweging en campagne die in 1688 aan Willems intocht te Engeland vooraf gaat.xxiii In Amsterdam investeert hij zijn fortuin in de daar aanwezige banken, alvorens rond de machtsovername van Willem III naar Engeland terug te keren voor de stichting van de Bank of England.xxiv


Bij het verlenen van de Royal Charter voor de stichting van de Bank of England in 1694 heeft Willem III van Oranje met de volgende zaken ingestemd:


  • Het alleenrecht van de bank om geld te drukken voor de overheid (issue of notes)xxv
    Professor Caroll Quigley, voormalig mentor van Clinton, en onderzoeksjournalist Ellen Hodgson citeren van Paterson de volgende uitspraak: “De bank heeft het recht van renteheffing op alle geld dat zij uit het niets creëert.” Deze uitspraak is onder andere te vinden in een circulaire om aandeelhouders aan te trekken.xxvi Dat ‘niets’ bestaat destijds uit het papiergeld dat de bank mag drukken, zonder gouddekking. Voor elk pond goud in de kluis, mag de bank tien ponden in papiergeld uitgeven. Dit beginsel van ‘fractioneel bankieren’ passen alle moderne centrale banken tegenwoordig toe. Sinds 1971 is onder president Nixon de goudstandaard echter helemaal opgegeven en ontstaat ‘geld’ enkel bij de gratie van de drukpers of tegenwoordig: het toetsenbord van de computer.xxvii

  • Het recht over het gecreëerde geld rente in rekening te brengen aan de staatxxviii
    De rentevergoeding bedraagt 8% waarmee het fenomeen staatsschuld is geboren. Onmiddellijk wordt betaling ingevoerd op een groot aantal goederen. De staatsschuld wordt vervolgens verhaald op de burger in de vorm van belastingen. Door deze constructie lopen de bankiers geen risico en zijn zij verzekerd van een ‘eeuwigdurend’ inkomen.xxix

  • Het papiergeld van de te vestigen Bank of England moet ‘legal tender’ zijn
    Dat wil zeggen, ondanks de waardeloosheid van het papier zelf, door de overheid gelegaliseerd als betaalmiddel. Dit betekent voor de bank dat zij van haar zijde behalve voor de drukkosten geen kosten hoeft te maken voor geldcreatie, noch het gedrukte papiergeld door werkelijke waarde hoeft te dekken, maar door rente wel maximale winsten incasseert en zich daadwerkelijke waarde mag toe-eigenen bij onteigening van schuldenaars.xxx

  • Het onafgebroken handhaven van schuld
    Patterson wil voorzien in een ‘fund for perpetual interest’,xxxi hetwelk inhoudt dat het geenszins de bedoeling is dat wordt terugbetaald. Feitelijk is er sprake van een permanente lening waarover rente wordt betaald zonder de hoofdsom ooit terug te betalen.xxxii Dit betekent niet minder dan een revolutie in overheidsfinanciën.xxxiii Bij de creatie van geld voor de overheid ontstaat dus onmiddellijk schuld: geld ÍS schuld. Zo houden de eigenaars van de bank als schuldeisers hun politieke invloed. (Willem maakt voor zijn oorlog in 1694 een staatsschuld bij de Bank of England van 1.250,000 pond sterling tegen een rente van £ 100,000 per jaar. In 1698 is deze schuld gestegen tot 1.600,000 pond).xxxiv

  • De geldcreatie in privéhanden
    Het eigendom van de centrale Bank of England is in privé handen.xxxv

  • De geheimhouding van aandeelhouders
    De namen van deze eigenaar-bankiers blijven geheim en zij krijgen het recht de Bank of England te vestigen: de nieuwe centrale wereldbank. Het zijn “goed bekend staande vermogensbeheerders en handelslieden van hoog aanzien.”xxxvi


De corporatie: ‘assets’-graaiende grijparm van de centrale bank
Naast de bank ontstaat ook de corporate East India Company, geheel naar VOC-model eveneens onlosmakelijk verbonden aan de centrale bank en de overheid, zoals de huidige multinationale corporaties, banken en (meeste) overheden ook een drie-eenheid vormen. Via het immense Britse wereldrijk dat de East India Company bijeenrooft, verbreidt deze private partij de invloedssfeer van de machtselite. Opium en slavernij zijn wederom hoofdingrediënten van de winst. De armoede en verslavingsproblematiek door de Engelse opiumhandel is zó ernstig dat deze uiteindelijk uitmondt in de opiumoorlogen. Dr. John Coleman stelt in “The Conspirators’ Hierarchy” dat de luxe hooggecultiveerde ‘gentlemen’ uitgezonden met de East Indian Company uit naam van het Britse Empire “uitsluitend werden gefinancierd vanuit het enorme inkomen verkregen uit de ellende van de miljoenen aan opium verslaafde Chinese koelies”.xxxvii


Willem III vaardigt in 1701 opnieuw een Royal Charter uit, dit keer tot de oprichting van een corporatie voor slavenhandel en -uitbuiting waar hijzelf aandeelhouder van is, bekend onder de vroom klinkende naam “De vereniging ter verspreiding van het evangelie in overzeese gebiedsdelen” (Society for the Propagation of the Gospel in Foreign Parts, thans ‘U’SPG). Onder de vlag van bekering van ‘wilden’ ontvoert, detineert, transporteert en verkoopt deze organisatie mensen voor slavernij, als een van grootste ondernemingen ooit op dit gebied zoals de Hollandse West-Indische en Oost-Indische (!) Compagnieën daar in de zeventiende eeuw het meest bedreven in zijn (Zie “De strijd tegen de menselijkheid”). De SPG-corporatie brandmerkt de slaven in de verzamelkampen met het woord ‘Society’ om hun eigendom van de SPG te verzegelen. Zij werken zich vervolgens letterlijk dood (waar kennen we deze praktijken meer van?).xxxviii


Bank of England vervolgens gedomineerd door Rothschild
In de negentiende eeuw domineert de familie Rothschild de Bank of England, Britse economie en de internationale geldhandel. Ooit begonnen in Frankfurt, de standplaats van de huidige Europese Centrale Bank, traceert de familie haar wortels tot de Ashkenazi’s, het eerder besproken nomadenvolk uit het immense Khazarië.xxxix


Aan het begin van de eeuw wordt Rothschild in één klap de machtigste en rijkste man van Engeland door met voorkennis te speculeren op de afloop van de Slag bij Waterloo. De geschiedenis hiervan is genoegzaam bekend: Zijn uitstekende koeriersdienst informeert hem over het verlies van Napoleon bij Waterloo, waarop hij op de beurs doet voorkomen alsof juist de Britten de slag hebben verloren, met als gevolg dat beurshandelaren massaal hun aandelen van de hand doen en Rothschild ze voor een appel en een ei opkoopt.xl Volgens de officieel goedgekeurde bronnen is dit een legende; een mythe. Hoe Rothschild in 1815 anders aan zijn immense vermogen zou kunnen zijn gekomen leggen deze bronnen echter verder niet uit. Of het nu gaat om de oranjemythe of de 9/11-‘Al Qaida aanslag’: mythe verklaart men tot historie en historie tot mythe. Fair is foul, and foul is fair.xli


Voor Europese overheden en koninklijke families treedt Rothschild op als officiële bankier met name door het verstrekken van enorme leningen voor grote projecten, vooral oorlogen. (Thans treedt Rothschild op als ‘adviseur’ van overheden bij privatiseringen). De overheidsleningen geven hem almacht. Met het voorwerk verricht door Willem III kan hij nu uitspraken doen als:


Het maakt me niet uit welke marionet is geplaatst op de troon van Engeland om het Imperium te regeren. De man die de de geldvoorziening van Groot-Brittannië beheerst, beheerst het Britse Rijk en ik beheers de Britse geldvoorziening.”xlii


Zo financiert hij de Slag bij Waterloo, de Bank of England, het Suezkanaal en later de staat Israël. In 1825 verstrekt N.M. Rothschild een lening aan de Britse overheid ter voorkoming van de ineenstorting van het Britse banksysteem. Alfred de Rothschild wordt in 1869 directeur van de Bank of England en blijft dat 20 jaar. Hij vertegenwoordigt de Britse overheid op de Internationale Monetaire Conferentie te Brussel van 1892. Steeds is de familie haantje de voorste als het gaat om centralisering van macht in privéhanden. Slavernij, het summum van machtsmisbruik, vindt hij bij bedrijfsvoering geen probleem, zo blijkt uit de documenten over zijn slavernijverleden, onthuld door de Financial Times.xliii Rothschild is behalve bij het centraliseren van bancaire macht tevens de grootste drijvende kracht ter wereld achter het centraliseren van corporate macht door het grootschalig opkopen van bedrijven, al of niet onder eigen naam.xliv


Rothschild en uw Staatsbank verregaand verstrengeld
In 1980 neemt Rothschild de leiding bij het internationale fenomeen van privatisering. Recentelijk heeft Rothschild ‘geadviseerd’ over meer dan duizend fusies en daarnaast enige van de grootste corporate ‘herstructureringen’ ter wereld.xlv Het gevolg is dat corporaties wereldwijd het monopolie krijgen op de voorziening van essentiële basisbehoeften als water, voedsel, energie, gezondheid en informatie. Met name op de communicatienetwerken versterkt deze bank haar greep. U begrijpt natuurlijk waarom: communicatienetwerken en media zijn de ruggengraat van machtsuitoefening. Wie de communicatie beheerst, beheerst de mensheid.


Zo heeft ABN Amro Rothschild al in 1997 het grootste Australische Telecombedrijf geprivatiseerd.xlvi U leest het goed: ABN Amro Rothschild! Zo staat de door uw belastinggeld gefinancierde commerciële staatsbank namelijk tot nu toe in het buitenland bekend (klik hier & hier).xlvii ABN Amro is het toonbeeld van wat Mussolini typeerde als kenmerk van het fascisme, namelijk de “samensmelting tussen staats en corporate macht”.xlviii De staatsbank is in 1996 een verregaande belangenverstrengeling aangegaan met Rothschild door het bundelen van de aandelaankoop op de internationale kapitaalmarkt.xlix Samen met Rothschild berooft uw bank wereldwijd burgers van hun macht te beschikken over water, energie, communicatie en voedselvoorziening, door essentiële dienstverlening hierin gespecialiseerd, te privatiseren en over te hevelen naar de corporaties, die vaak nog gespekt worden met overheidssubsidies.


In 1999 ‘adviseerde’ Rothschild Nicaragua bij de verkoop van het staatstelecombedrijf.l Na eerst het staatsoliebedrijf Petrobras van Brazilië te hebben opgekocht, richt Rothschild zich op de Braziliaanse telecomsector.li Fiji-telecom is eveneens al in 1996 opgekocht door de bank.lii Rothschild ‘adviseert’ Turkije bij de verkoop van het staatsbedrijf Turk Telecom in 1999.liii En ga zo maar door. ABN Amro Rothschild schrijft in haar ‘advies’ over de verkoop van het Australische staatstelecombedrijf dat zij de grootste speler zijn ter wereld op het gebied van de privatisering van telecombedrijven. Zo ‘adviseert’ ABN Amro Rothschild overheden bij de verkoop van de drie grootste Aziatische telecombedrijven, British Telecom, Deutsche Telecom en Swiss Telecom, schrijft de bank in het adviesdocument aan de Australische overheid.liv


De corporate leegroof van Nederland
Ook Nederland wordt leeggeroofd door deze bank. Nuts- en kleinere privébedrijven vallen ten deel aan de banken en corporaties. Zo heeft de Nederlandse Staat 105 miljoen aandelen KPN – het nutsbedrijf ooit van uw belastinggeld betaald – verkocht aan ABN Amro Rothschild die dat aan haar ‘adviseerde.’lv Daarnaast is Rothschild betrokken bij de verkoop van aandelen Super de Boer, adviseert Rothschild de staat bij de verkoop van Fortis Corporate Insurance, adviseert Rothschild bij de verkoop van het productiebedrijf van uw biometrische persoonsbewijs aan het Franse Sagem waardoor uw vingerafdrukken zijn beland bij de Franse militaire industrie, adviseert de bank bij de verkoop van distributiebedrijf Hagemeyer, adviseert zij bij de beursgang van waterleidingenfabrikant Wavin en autofabrikant Spyker.


Maar de grootste troef is wel een ander van oorsprong Nederlands bedrijf: Rothschild is als sponsor en adviseur betrokken bij Shelllvi en bekleedt er directiefuncties.lvii In 1911 wordt Rothschild de grootste aandeelhouder van dit bedrijf.lviii De andere grootaandeelhouder is koningin Beatrix.


Behalve met de ABN-Amro is Rothschild ook een samenwerkingsverband aangegaan met de Rabobank. De laatste van oorsprong deels Boerenleenbank gaat met Rothschild “agribusiness en voedingsbedrijven ‘adviseren.’”, uiteraard volgens de regels van de corporate Codex Alimentarius.lix


Terwijl tijdens de kredietcrisis vele kleinere banken en bedrijven sneuvelen, boekt Rothschild met zijn opkoopactiviteiten in 2008 een record winststijging van 31% (€ 459 miljoen) en betaalt megabonussen aan haar staf.lx


Moederbedrijf (“ultimate holding company”) gevestigd in Nederland
Concordia BV, gevestigd aan de Apollolaan 133-135 te Amsterdamlxi is de onopvallende naam van het overkoepelend bedrijf waaronder Rothschilds Continuation Holdings AG valt, dat op zijn beurt weer het moederbedrijf is van de verschillende Rothschild banken met de hoofdvestiging in Londen. In elk geval tot 2007 is deze Nederlandse koepelvestiging het uiteindelijke moederbedrijf van waaruit Rothschild en Cie het gehele bankimperium bestiert, aldus, ondermeer de nieuwsdienst van de London Stock Exchange. Volgens Wikpipedia is dat nog steeds zo.lxii Reuters duidt Concordia aan als “ The ultimate holding company” van de Rothschild Banking Group. De huidige directeur, David de Rothschild is er voorzitter.lxiii Daarnaast is Rothschild Europe BV, gevestigd aan de Herengracht 556.


Directeur David de Rothschild laat zich zelden publiekelijk uit maar erkent dat er een ‘global governance’ (eufemisme voor wereldregering) zal komen: “Baron Rothschild deelt de visie van de meeste mensen dat er een nieuwe wereld orde is. Naar zijn mening zullen banken hun schuldpositie omlaag brengen en er zal een nieuwe vorm van global governance komen”, schrijft het staatsblad van Abu Dhabi ‘The National’ op 6 november 2008.lxiv


Dat is dan een mooie geruststelling.

 

 

Voor deel V, klik hier.
Voor deel III, klik hier.

 

 


Noten


i Zie de beroemde trilogie van Anthony Sutton “Wall Street and…”


ii “Those who had aided William’s invasion were well-rewarded; they have been the wealthiest families in England ever since. The first order of business was to charter the Bank of England in 1694, the mission for which William had been backed by the bankers of Amsterdam . This made the Canaanite cause a true world power. William’s accession placed the throne of England firmly in the line of the black nobility, where it has remained ever since”. “Because Charles II was now on the throne of England , the Amsterdam bankers instituted a great financial depression in England of 1674. The unrest caused by this development paved the way for the House of Nassau [the Dutch House of Orange] to seize the throne of England . England made peace with its nemesis, Holland , in 1677. As part of the deal, William of Orange married Mary, daughter of the Duke of York, who became King James II [of England, VII of Scots] when Charles II died in 1685. James now became the only obstacle to William’s taking over the throne of England . The Amsterdam bankers now launched a frenetic campaign of bribing King James II’s leading aristocratic supporters”. Uit: Eustace Mullins; “The Curse of Canaan.” p. 84.


iii “A rare case of a banker performing as a ‘court Jew’ in Holland was the Jewish Portuguese banker Francisco Lopes Suasso, who, together with Pinto and Medina, raised loans for Stadholder William III to enable him in 1688 to sail to England and claim the English throne.” H. Schijf, Department of Sociology/Anthropology of the Universiteit van Amsterdam“International Jewish Bankers between 1850 and 1914.” Paper prepared for Session X: Diaspora entrepreneurial networks, Economic History Congress XIII, Buenos Aires, 22-26 July 2002. P. 4. Zie ook Daniel M. Swetschinski, & Loeki Schönduve, “The Lopes Suasso family, bankers to William III”, Amsterdam: 1988, p. 53-57. Stern, Selma, “The Court Jew. A Contribution to the History of Absolutism”, New Brunswick: 1985 (1950), p. 4. De la Vega, financier Willem III: “Venture Shares of the Dutch East India Company”, 7 maart 2003, Larry Neal, Yale University, blz. 2. Zie vooral ook: David S. Katz. “The Jews in the history of England, 1485-1850” Oxford University Press. p. 156-160.


iv “Jewish banker Francisco Lopes Suasso lent two million guilders”: Jardine Jardine, Lisa. “Going Dutch: How England Plundered Holland’s Glory” (Harper, 2008), p. 52.


v Bron: Encyclopaedia Judaica. © 2008 The Gale Group. Verder: J.S. da Silva Rosa, “Geschiedenis der Portugeesche Joden te Amsterdam” (1925), index; Baron, Social, 2 (1937), 180, 230; 3 (1937), 133; H.I. Bloom, “The Economic Activities of the Jews of Amsterdam” (1937), index; Brugmans-Frank, 400, 416, 585, 597; A.M. Hyamson, “The Sephardim of England” (1951), index; H. Kellenbenz, “Sephardim an der unteren Elbe” (1958), index, s.v. Lopes Suasso; Landa, in: JHSET, 13 (1932–35), 273, 276, 287; C. Roth, ibid., 15 (1939–45), 16f .; Sutherland, ibid., 17 (1951–52), 87; Rubens, ibid., 18 (1953–55), 103, 110.


vi “The chief figure amongst those who deserted James at that crucial juncture was John Churchill, first Duke of Marlborough . It is interesting to read in the Jewish Encyclopedia that this Duke for many years received not less than 6,000 pounds a year from the Dutch Jew Solomon Medina.” “The Nameless War” Archibald Maule Ramsay. Henry Boyle; “The chronology of the eighteenth and nineteenth centuries” ;“This day died at Windsor, John Churchill duke and earl of Marlborough, and marquis of ... it was discovered that he had been in the receipt of an annual stipend of 6000/. from Sir Solomon Medina.” p.39. “The Olio, or, Museum of entertainment”,Vol 9.; “John Churchill, the famous Duke of Marlborough. This great general was detected in many mean and dishonourable acts, among which his being in receipt of an annual stipend of 6,0001. from Sir Solomon Medina.” p. 502.


vii “William III had knighted Solomon de Medina (died 1730), a Dutch banker who had helped him finance his campaigns”: http://www.heraldica.org/topics/jewish.htm


viii "Amongst those thought to have "provided for a retreat" in this way were members of the English Commonwealth Parliament and the Danish court, the Prince Palatine and the Republic of Venice . The Wisselbank was also used by the Spanish crown to pay subsidies to Sweden in the 1660’s. To this extent the Wisselbank was not only a public bank for Amsterdam and its citizens but also a secure haven for other European governments and political interests. Its success continued well into the eighteenth century, even after Amsterdam ‘s ascendancy was coming to an end, and it survived until 1820." Edwin Green en Peter Aprahamian; “Banking, An Illustrated History”, p.33.


ix Wikipedia Eng; Pope innocent XI; geraadpleegd 20 maart 2010.


x “Among the principal purchasers were members of the ‘black’ aristocracy – distinguished families such as the Odescalchi, Barberini and Doria Pamphili.”Christopher Duggan; “The Force of Destiny: A History of Italy Since 1796”, p. 301.


xi Monaldi & Sorti, “Imprimatur”, Cargo – De Bezige Bij, 2002, p. 590


xii Ibid. “Imprimatur”, p.586.


xiii Ibid. “Imprimatur”, p. 565.


xiv “In 1688 werd Willem III de troon van Engeland beloofd als hij de heersende bankiers het recht gaf om geld uit te geven. Zijn twijfel hierover werd weggenomen doordat hij tegen 8 % rente zoveel mocht lenen als hij wilde en de bankbiljetten het opschrift kregen "The Bank of England - redeemable (inwisselbaar tegen) in Gold or Silvercoins". Zodoende werd in 1694 de Bank of England (BoE) gesticht, die op haar beurt weer een voorbeeld werd voor de banken op het continent.” Bron: Wikipedia Ned., geraadpleegd 4 april 2010; “Bank of England”: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bank_of_England


xv "1689: William of Orange and Mary, were proclaimed King and Queen of England. .. Their [the money lenders] first objective was to obtain permission to institute a Bank of England and consolidate and secure the debts Britain owed them for loans made to her to fight the wars they instigated. It is important to remember that no sooner was the Dutch General [William of Orange] sitting upon the throne of England than he persuaded the British Treasury to borrow £1,250,000 from the .. bankers who had put him there. The school book history informs our children that the negotiations were conducted by Sir John Houblen and Mr William Patterson on behalf of the British Government with money-lenders whose identity remained secret… The international money-lenders agreed to accommodate the British Treasury to the extent of £1,250,000 providing they could dictate their own terms and conditions. This was agreed to. The terms were in part: 1. That the names of those who made the loan remain secret; and that they be granted a Charter to establish a Bank of England. 2. That the directors of the Bank of England be granted the legal right to establish the Gold Standard for currency by which - 3. They could make loans to the value of £10 for every £1 value of gold they had on deposit in their vaults. 4. That they be permitted to consolidate the national debt; and secure payment of amounts due as principal and interest by direct taxation of the people. Thus, for the sum of £1,250,000, King William of Orange sold the people of England into economic bondage." “Pawns in the Game” (c.1956) door William Guy Carr, Commander R.C.N: op blz. 23.


xvi Volledige tekst: THE CHARTER OF THE CORPORATION OF THE GOVERNOR AND COMPANY OF THE BANK OF ENGLAND, 27 juli 1694 (http://www.bankofengland.co.uk/about/legislation/1694charter.pdf).


xvii “Give me control of a nation’s money supply, and I care not who makes its laws.” Geciteerd in onder meer “The authentic constitution: an originalist view of America’s Legacy”, Arthur E. Palumbo. P. 216.


xviii Claydon, Tony, “William III: Profiles in Power” (2002) ISBN 0582405238, pp. 129–131:“William’s decision to grant the Royal Charter in 1694 to the Bank, a private institution owned by bankers, is his most relevant economic legacy. It laid the financial foundation of the English take-over of the central role of the Dutch Republic and Bank of Amsterdam in global commerce in the 18th century.”


xix Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 6.


xx De District of Columbia Organic Act van 1871 creerde een aparte corporate regering voor het District of Columbia. Zie: http://www.byronwine.com/files/1871.pdf Wetstekst 1871, zie: http://www.teamlaw.org/DCOA-1871.pdf Zie ook wetstekst 1871 hier: http://memory.loc.gov/cgi-bin/ampage?collId=llsl&fileName=016/llsl016.db&recNum=0454


xxi Zie o.m. D.M. Murcock. “Christ in Egypt.” p.114.


xxii "Nowadays, with its Lord Mayor, its Beadles, Sheriffs and Aldermen, its separate police force and its select electorate of freemen and liverymen, the City of London is an anachronism of the worst kind. The Corporation, which runs the City like a one-party mini-state, is an unreconstructed old boys’ network whose medievalist pageantry camouflages the very real power and wealth which it holds." Rough Guide to England, 2006. P. 110.


xxiii A. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 61.


xxiv William Paterson. in Undiscovered Scotland. Undiscovered Scotland.co.uk, Retrieved January 16, 2008


xxv Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 7 en volgende.


xxvi "The bank hath benefit of interest on all moneys which it creates out of nothing." Zie: Ellen Hodgson Brown,“Web of Debt”, Third Millenium Press 2007, p. 66-68. Zie ook Caroll Quigley; “Tragedy and Hope.” Wikipedia zegt hierover: “Een opmerkelijke bepaling in het oprichtingsstatuut was "The Bank hath benefit on the interest on all monies which it creates out of nothing". Mede hierdoor kon de regering haar activiteiten financieren door op deze wijze geld te lenen, i.p.v. het uitoefenen van haar recht om het zelf uit te geven. En zo werd het fenomeen staatsschuld geïnstitutionaliseerd”. Bron: Wikipedia Ned., geraadpleegd 4 april 2010; “Bank of England”: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bank_of_England


xxvii Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.


xxviii Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 7 en volgende.


xxix Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.


xxxA. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 65. Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66-67.


xxxi Zie site van de Bank of England > Home> About the Bank> History>hoofdstuk: “Major Developments”;“A Fund for Perpetual Interest: The funded National Debt is born” “Paterson put forward a plan for a ‘Bank of England’ and a ‘Fund for Perpetual Interest’...” (http://www.bankofengland.co.uk/about/history/major_developments2.htm).


xxxii Ellen Hodgson Brown;“Web of Debt”, Third Millenium Press, 2008, p. 66.


xxxiii “The fiscal credibility of the English government created by the Glorious Revolution unleashed a revolution in public finance. The most prominent element was the introduction of long-run borrowing by the government, because such borrowing absolutely relied on the government’s fiscal credibility. To create credible long-run debt, Parliament took responsibility for the debt, and Parliamentary-funded debt became the National Debt, instead of just the king’s debt. To bolster credibility, Parliament committed future tax revenues to servicing the debts and introduced new taxes as needed (Dickson 1967, Brewer 1988). Credible government debt formed the basis of the Bank of England in 1694 and the core the London stock market. The combination of these changes has been called the Financial Revolution and was essential for Britain’s emergence as a Great Power in the eighteenth century (Neal 2000).” Uit EH.Net encyclopedia. URL: http://eh.net/encyclopedia/article/quinn.revolution.1688 Bronnen: Brewer, John. “The Sinews of Power”. Cambridge: Harvard Press, 1988. Dickson, Peter. “The Financial Revolution in England”. New York: St. Martin’s, 1967. Neal, Larry. "How it All Began: the Monetary and Financial Architecture of Europe during the First “Global Capital Markets, 1648-1815”. Financial History Review 7 (2000): 117-40.


xxxiv “The plan now was to raise £ 1.200,000 [ andere bronnen melden £ 1.250,000] to be lent to the Government in return for a yearly interest of £ 100,000. The subscribers were to the loan were to form a coporation with the right to issue notes up to the value of its total capital”, A. Andreades, “History of the Bank of England, 1640 – 1903”, 1966, p. 65.


xxxv Claydon, Tony, “William III: Profiles in Power” (2002) ISBN 0582405238, pp. 129–131:“William’s decision to grant the Royal Charter in 1694 to the Bank, a PRIVATE institution owned by bankers,...” Zie ook: Ellen Hodgson Brown,“Web of Debt”, Third Millenium Press 2007, p. 68.


xxxvi Penn History Review, Vol. 17, Issue 1, article 2, Fall 2009, “The Formation of the Bank of England”, Halley Goodman, p. 10.


xxxvii John Coleman; “The Conspirators’ Hierarchy – The Committe of 300"; Voorwoord. Global Insights Publications; 4th edition (August 1997) ISBN-13: 978-0963401946. P. 100.


xxxviii Zie Wikipedia Eng: USPG (geraadpleegd 20 maart 2010). Zie ook; one-evil.org; 25 “Most Evil People – 18th Century CE, King William III, http://one-evil.org/people/people_18c_William_III.htm)


xxxix Koestler, Arthur; The Thirteenth Tribe - The Khazar Empire And Its Heritage, Random House, New York, 1976/1999. ISBN-13: 9780394402840 Compleet boek down te loaden via: http://www.bibliotecapleyades.net/sociopolitica/esp_sociopol_khazar01.htm Voor zijn biografie: zie Wikipedia. Shlomo Sand; “Comment le peuple juif fut


Uw commentaar

De RSS-feed van de commentaren op dit topic  

Commentaarpagina 1 van 1

Alweer een prachtig, wakkermakend, zij het verontrustend stuk. Alle lof voor je vele werk.


En dan nu de url if you’ll be so kind… 

Dank je wel


@ongesgoolde

Je maakt vast een grap? Lijkt me goed als we elkaar steunen. En je hebt in elk geval een goede muzieksmaak, dus de muziek zit wel snor in het safehouse.

@H3rm3s 0nl1n3

Dank je wel, H3rm3s 0nl1n3. Doe mijn best.


PS:

Helaas zijn de laatste noten weggevallen. Daarom hier alsnog voor degenen die iets willen nazoeken. (Hyperlinks deels achterwege gelaten):

xl) Denis Michael Patrick McCarthy; “International Business History, a contextual and case approach”, Praeger Publishers 1994; p. 26.

xli) Over de mechanismen rond ‘geschiedenis’: Dr. Michael Parenti; lezing “The Struggle for History.”

xlii) Nathan Rothchild (1777-1836): “I care not what puppet is placed on the throne of England to rule the Empire. The man who controls Britain’s
money supply controls the British Empire and I control the British money supply.” Bron citaat: Ellen Hodgson Brown, “Web of Debt”, Third
Millenium Press, 2007, p 63.

xliii) The Financial Times, 26 juni 2009 “Rothschild and Freshfields founders linked to slavery.”

xliv) Ook investeerders als George Soros opereren als agent van Rothschild. Zie daarvoor: Anarchiel.com “De macht achter de macht: “Het European Council on
Foreign Relations en twee illustere oprichters.” Voor overige feiten zie: “ N M Rothschild & Sons”, bron: Answers.com, geraadpleegd 10-03-10.

xlv)  “ N M Rothschild & Sons”, bron: Answers.com, geraadpleegd 10-03-10.

xlvi) Press Release ABN amro “Successful privatization Australian telecom company Telstra”, 17 november 1997. URL:
http://www.abnamro.com/pressroom/pressreleasedetail.cfm?ReleaseID=277225

xlvii) “ABN Amro launches in Russia”, Press release abnamro.com 4 October 2006. “ABN Amro Rothschild LLC”, Businessweek, 25 maart 2010,
URL: http://investing.businessweek.com/research/stocks/private/snapshot.asp?privcapId=2158381

xlviii) Mussolini zegt over corporatisme: “Het is toepasselijker als men fascisme, corporatisme noemt want het is de samensmelting tussen staats- en
corporate macht.”

xlix) ABN Amro bundelt ‘kroonjuwelen’ met Rothschild”, Volkskrant 11 mei 1996.

l) “Government resumes telecom privatization”, 1 november 1999, allbusiness.com URL:
http://www.allbusiness.com/technology/telecommunications-cell-phones-phone-services/317321-1.html

li) Business News Amerikas; “Rothschild to boost precence – Brasil”, 28 februari 2001. URL: 
http://www.bnamericas.com/news/privatization/Rothschild_to_Boost_Presence

lii) New York Times, “Restoring the House of Rothschild” 27 oktober 1996. URL: http://www.nytimes.com/1996/10/27/business/restoring-the-house-
of-rothschild.html?pagewanted=4

liii) Dr. Yilmaz Argüden; “Dr. Arguden is named as the Chairman of Rothschild Turkiye”; http://www.arguden.net/haber_en.aspx?id=30

liv) Confidentieel document met advies aan Australische regering van ABN Amro Rothschild over verkoop staatsbedrijf voor Telecom “Inquiry into
the structure of Telstra”, 21 januari 2003.”We have advised either the vendor or issuer on telecoms sector equity markets transactions worth in excess
of US$150 billion, significantly more than any other house in the world:
- In Australia, we acted as Global Co-ordinator for both the Telstra IPO and Telstra 2 privatisation
offering, as well as acting as the Business Adviser in the Telstra IPO and Scoping Study Adviser in
Telstra 2. This experience gives us unrivalled insight into both the company andsector.
- In Asia, we were Global Co-ordinator and Bookrunner on three of the largest telecommunications
IPOs in 2002 (MobileOne, Maxis Communications and Bharti Tele-Ventures).
- Internationally, we have advised on many of the largest incumbent telecommunications
privatisations, including British Telecom II and III, Deutsche Telekom I, II and III, KPN I, II, III and
W, and the Swisscom IPO, in addition to the extensive corporate advisory work our parent banks
have undertaken with all of these companies and respective Governments.”
URL: http://www.aph.gov.au/house/committee/cita/telstra/subs/sub060.pdf

lv) KSU Uitgeverij http://www.overfusies.nl “Stibbe adviseert staat bij verkoop aandeel KPN”, 14 december 2005. Over het advies van Rothschild aan de
Nederlandse staat: “ABN Amro bundelt ‘kroonjuwelen’ met Rothschild”, Volkskrant 11 mei 1996.

lvi) “NM Rothschild & Sons Limited (“Rothschild”), which is authorised and regulated in the United Kingdom by the Financial Services Authority, is
acting as sponsor, co-listing agent and financial adviser to Royal Dutch Shell”, uit: “Unification of Royal Dutch and Shell Transport” 28 juni 2005,
unification.shell.com: http://www.unification.shell.com/shell_proposal/entry/announcements/2005-06-28b/

lvii) “Lord Rothschild, 79, a Scientist And Member of Banking Family”; “Lord Rothschild spent 20 years as an executive with the Shell Oil
Company.”The New York Times, 22 maart 1990. 

lviii) “In 1911 the Rothschilds became the largest shareholders in Royal Dutch/ Shell Oil, controlling much of the vast oil resources in Romania,
Russia, and East Asia, as well as the tankertransport business”; uit John H. Bodley, p. 234, “The Power of Scale: a Global History Approach” 2003,
uitg. ME. Sharp. 

lix) KSU Uitgeverij http://www.overfusies.nl: Super de Boer: “RBS, Merrill Lynch en Loyens & Loeff ook adviseur bij overname Super de Boer”; 22
oktober 2009. Fortis: “Linklaters, Lexicon en RBS adviseren Amlin bij overname Fortis Corporate Insurance”; 3 juni 2009. Persoonsbewijs: “De
Brauw Blackstone Westbroek en Rothschild adviseren SDU”; 26 juni 2008. Hagemeyer: “Stibbe en Freshfields Bruckhaus Deringer adviseren bij
overname Hagemeyer”; 1 november 2007. Wavin: “Stibbe en Herbert Smith adviseren bij beursgang Wavin”. Spyker: “Nauta adviseert bij
beursintroductie Spyker”, 31 juni 2004. URL: http://www.overfusies.nl/kantoorinfo?rothshild NRC 17 maart 2010: “Uw vingerafdrukken bij de
Franse militaire industrie.”Artikel Rothschild-Rabobank: “Dealmakers Rabobank en Rothschild sluiten deal”; 20 november 2008.

lx) “Rothschild pays out record bonuses to staff”, Times Online, 19 november 2008.

lxi) Business Week “Concordia BV” URL: http://investing.businessweek.com/research/stocks/private/snapshot.asp?privcapId=8125413

lxii) “Concordia BV is the parent company of Rothschilds Continuation Holdings AG, which in turn is the parent company of the Rothschild banking    
companies.” Uit: http://www.sourcewatch.org geraadpleegd 20 maart 2010.  “Until 20 November 2007, the Company’s ultimate parent company was
Concordia BV, a company incorporated in The Netherlands and controlled by the Rothschild family and their interests”. Uit: Rothschilds Contin,Half
yearly Report, 29 november 2007. URL: http://www.investegate.co.uk/article.aspx?id=200711291535028118I Over de oprichting van Concordia: The
Independent. 9 juli 2003 “ Rothschild family realigns London and Paris bank operations.” Zie ook Wikipedia “N M Rothschild & Sons”,
geraadpleegd 20 maart 2010.

lxiii) Reuters, 17 juli 2007; “Rothschild banking family to unify holdings”, “The Paris Orleans (PROR.PA) holding company said it would now own
100 percent of Concordia BV , the ultimate holding company of the Rothschild banking group.” Over het eigendom van Rothschild Holding AG,
Zurich zegt swissmoney.net: “Ultimately [is de eigenaar]: Concordia BV , the Netherlands , which is owned by Rothschild family members”, URL:
http://www.swissmoney.net/Direct3/roths.htm Over de taak van Concordia: “In July 2003 a major reorganization of the Rothschild business structure
took place when the London and Paris banks were united through a new master holding company, Concordia BV, under the chairmanship of David de
Rothschild. Under this banner, Rothschild et Cie Banque controls the banking businesses in France and continental Europe.” Uit: de ‘Rothschild
family’ encyclopedie van statemaster.com, URL: http://www.statemaster.com/encyclopedia/Rothschild-family

lxiv) Rupert Wright; “The first barons of banking”, in MSM krant “The National”, 6 november 2008.


Dank, Wat een geweldig goed uiteengezet en stevig onderbouwd ‘stukje’ weer van jouw hand. Ingewikkelde materie, toch heel goed leesbaar.

Jammer dat onze muzieksmaak zo uiteen ligt, anders…


En natuurlijk staan we a.s. vrijdag weer met z’n allen (nou ja, op een paar anarchisten na dan) langs de kant van de weg te zwaaien met vlaggetjes en getooid in oranje.
Zouden ze denken; wat hebben we ze (het gepeupel) weer lekker gen… sorry, tuk?


Weer een geweldig stuk.

Dank je wel


Virtueel geld uitlenen en dat contractueel vastleggen als Euro’s uitlenen.

Contractueel is vastgelegd bij een hypotheek dat er Euro’s geleverd worden tegen een bepaalde rente.
Er is geen contract opgesteld dat ik en virtueel-kracht-avatar koop in een online game.

Want als er een koop-overeenkomst is opgesteld dat je een virtueel-kracht-avatar koop, kan ik de leverancier voor de rechter slepen als deze na-laat mij dat virtuele krachtveld te leveren.

Al je nu eens het jaarverslag van de hypotheek verstrekker opvraagt in het jaar dat je het contract van de hypotheek agsloot zal mogelijk duidelijk zijn wat het aantal Euro’s is welke het bedrijf op dat moment heeft.
Dus geen gebouwen die een bepaalde waarde vertegenwoordigden, want ik heb een contract afgesloten voor de levering van Euro’s.

Als uit dat financieel jaarverslag blijkt dat het bedrijf simpelweg geen feitelijke Euro’s in haar bezit had om al die hypotheek-Euro’s aan de contractuele klanten te geven, dan heeft er geen levering van Euro’s plaats gevonden.

Dan ishet bedrijf te kort geschoten in haar overeenkomst.
Als ikbij een bedrijf een auto-huuren het bedrijf stuurt mij een foto’tje van een auto en vraagt dan auto-huur dan lijkt hetr mij dat iedere contractueele huurder zalweigeren om auto-huur te betalen.

Voor de rechtbank,denk ik dat de contractant gevolgd zal worden door de rechter, als hij de rechtbank voor houdt dat er geen levering van de huur-auto heeft plaats gevonden.

Ik zie geen verschil in het nalatig zijn in de levering van een huur-auto en huur-Euro’s.


Al je nu eens het jaarverslag van de hypotheek verstrekker opvraagt in het jaar dat je het contract van de hypotheek agsloot zal mogelijk duidelijk zijn wat het aantal Euro’s is welke het bedrijf op dat moment heeft.
Dus geen gebouwen die een bepaalde waarde vertegenwoordigden, want ik heb een contract afgesloten voor de levering van Euro’s.

Jouw hypotheekverstrekker leent dat geld weer, tegen een voordeliger rente, van een andere bank etc. etc. Geen doorkomen aan!


Dan dient de uit te lenen instantie aan die hypotheekverstrekker ook over die Euro’s beschikt te hebben.
Dus gaan we 1 stapje hoger en weer een stapje hoger.
Wat is het probleem ?


Het probleem is dit. De banken moeten als ze 100.000 euro uitlenen 8000 euro als dekking hebben aan euro’s. Dus 8% van het uitgeleende geld. Oftwel Jij betaald 6% over 100.000 euro en dat is 6000 euro. De bank betaald de spaarder 3% of niks over 8000 euro dat is 240 euro. Het verschil is 5760,- euro voor de bank. Daarom is het aflossen van de staatschuld ook een lachertje. Van wie lenen wij dit geld en aan wie betalen wij zoveel rente over bijgedrukte euro’s. Het bovenstaande overzicht werd besproken bij paul en witteman. Bezoeker was o.a. de financieel verslaggever van rtl nieuws. Is nog na te kijken op google.

De vraag is hoe dit te doorbreken?


Goed stuk geschreven.
Al wist ik dit alles al,op het protestanse na dan.
Ik dacht dat engeland nog katholiek gezind was.

Eustace Mullings is mijn favoriete leermeester.
een rustig heldere vertelde man,die de puntjes op de i zette.
De meeste zogenaamde complotters zoals Alex jones,david icke,en meer van die vertellers,draaien er maar wat omheen en wijzen muppets aan.
aan verhaaltjes wat een blaadje aan een boom is,heb je niks aan.
Je moet de wortel snappen.

Dan heb ik toch nog een vraagteken.
Volgens mij is juist het jodendom,of wat zich zogenaamd jood noemde de echte macht wat verdreven werd uit spanje rond 1470.
Door de katholieke kerk werd het leven zeur gemaakt van de joden.
En die vertrokken massaal richting de lage landen,zoals belgie,nederland,duitsland en denemarken.
Het woord DANmark/denemarken is officieel afkomstig van het volk DAN,wat ook een joodse groepering was.
Een roodharige volkje.
Dat destijds de wic onstond en daarna de voc,wat zich bezig hield met de slavernij was begonnen met joden.
Wat al aangegeven staat in dat stuk.
Die reisde als eerste mee met collunbus wat ook een bekeerde jood was tot het katholieke geloof en in amerika een slavenhandel opzette.
The jewische slave trade compagnie.
In ieder geval blijkt maar weer dat de geschiedenis die wij kennen,niks meer is dan een verzinsel.
We worden gewoon dom gehouden.


Beste Tamso,

Dank voor je reactie. Mijn artikel is enkel het resultaat van uitzoekwerk waarvan ik mijn bevindingen reflecteer. Daarbij wil ik niet zozeer een groep aanwijzen. Ik beschrijf de machthebbers liefst als ‘de elite’, wat een gemêleerde groep is bestaande uit bijvoorbeeld, jezuïeten, zionisten, calvinisten, hawks et cetera. Het is wel zo dat vanuit het verleden veel joods-religieuzen een belangrijke rol in het het bankwezen en de handel hebben gespeeld doordat ze uit de gilden werden geweerd. Je kunt om deze feiten niet heen. Je vindt ze overal terug. Ze spreken voor zich. Maar zoals je boven ziet waren de jezuïeten bijvoorbeeld, zeer machtig achter de schermen. Ik zou niet met de vinger durven wijzen. De aanhangers van de Joodse religie zijn de ideale zondebok en camouflage voor de elite. Tegenwoordig wordt de gehele groep ten onrechte geassocieerd met de wandaden van het zionisme en de staat Israël. Maar het merendeel bestaat uit onschuldige liefhebbende mensen als jij en ik, met een gezinnetje, huisje, boompje, beestje.


Hoi Jim.

Geen dank hoor.Je verdiende het compliment.

Ik snap precies wat je bedoeld met het joods zijn,en wat misbruikt word door bv het zionisme.
Of het zogenaamde joodse volk wat afkomstig is uit het oude kazharia.
Er zijn nogal veel webloggers die alsmaar het woord JOOD noemen,als ze kritiek hebben op israel,of het zionisme.
Ik kan ze geen jood noemen,of semiet die onder dat zionisme zit en de touwtjes in handen hebben in israel/europa en amerika.
Ik ging daar zelf vroeger ook de fout mee in,door alles over 1 kam heen te scheren.
Vallen en opstaan en door blijven zoeken.
Ik ken vele joden die mij de juiste weg wezen,wat wie is en wie wat is.
Bv de naturei karta,jack Bernstein,norman Finkelstein,judaisme,en vele andere goeie joden,die zoals jij het ook zegt vredelievende mensen zijn
die niks anders als vrede willen met elkaar.
Daar moeten we ook naar streven,door de haat weg te nemen wat in de mens zit,en wat word aangepraat door de media.
Ook het internet zit vol haatzaaierij en spindokter materiaal,wat mensen op een verkeerde been zetten.

Gewoon doorgaan met het juiste verhaal te vertellen,en mensen zelfstandig leren nadenken,zonder een leider te volgen.
En vooral luisteren wat anderen je willen vertellen.
Uiteindelijk ben je het zelf die zijn waarheid zal ontdekken,in wat voor maatschappij we leven.
Dan ben je tenminste geen volgzame kuddedier,wat niet zelfstandig kan nadenken.
Haat en angst is een slechte raadgever.
Helaas is de media daar een voorbeeld van,wat ons angst en haat aanpraat.
Met de politiek wat acteurs zijn en toneelspelers.


@ Jim

Wederom een zeer boeiend stuk , lees ze met genoegen .

Dank voor je inspanningen de zaken eens van een andere kant te belichten en mensen bewust te maken van de vaak ” valse ” geschiedschrijving !


Jim, weer een uitstekend artikel! Om te smullen…
De elite zelf is vaak ook geindoctrineerd en/of onwetend. Vroeger heb ik een vrouw gekend die als jong meisje nog aan het hof van de tsaar van Rusland geleefd had (ze was zelf prinses) voordat ze via Malta(!) naar Frankrijk gevlucht was wegens de revolutie. Tot haar dood is zij ervan overtuigd geweest dat er onder de tsaren geen armoede was. Zij had nooit arme mensen gezien (wanneer ze naar hun landgoederen gingen werd alles opgeleukt) en zag het communisme als oorzaak van het kwaad. Ze zei ook dat iedereen wist dat de ‘joden’ achter de revolutie zaten en niet het volk. De Europese adel kende elkaar natuurlijk allemaal. Juliana was volgens haar een lieve vrouw maar Bernard een parvenu en een rokkenjager.(niets nieuws dus).
Achteraf gezien hoorde ik ook wel eens theorieen in die kringen dat niet alle mensen gelijk zijn.
Helaas was ik toen nog niet zo into conspiracy!


Toevallig heb ik vroeger bij de Amro Bank gewerkt en ben eens met iemand meegelopen om wat ‘belangrijke’ stukken af te geven bij de Raad van Bestuur. Het viel me op dat deze toen enorm beveiligd waren en in een ongekende weelde ‘werkten’; marmeren vloeren overal portretten van voormalige bankiers.
In die tijd was het officiele beleid van Nederland om geen zaken te doen met ‘foute regimes’. Op onze afdeling zag je meteen dat hier niets van klopte; er werd met iedereen zaken gedaan.
In Nederland valt nog heel wat te onderzoeken en boven water te krijgen!


De overwinnaar schrijft de geschiedenis. Dit wordt vaak vergeten omdat: wiens brood men eet, diens woord men spreekt.
Feodaliteit is niet verdwenen. In het oude Griekenland had men een democratie maar ook slaven. Dat is nu nog zo.


Interessante aanvullingen Mistelf! Hartelijk dank. Mocht je nog meer interessante details weten over de ABN-AMRO, mail me even.

@Ocan

Ben het 100% met je eens. Zie ook dit artikel: http://www.anarchiel.com/display/de_vervaardiging_van_geschiedenis_hoe_de_overheid_de_werkelijkheid_manipule


Leuke hobby heb je, Jim Beame.

Ik denk dat het breed gewaardeerd wordt. Ik hoop dat je nog veel stukken mag schrijven.


@Jim,
ABN AMRO: helaas kan ik me weinig details herinneren. Het was begin 80er jaren. In ieder geval werd zaken gedaan met het apartheidsregime in Z-Afrika. Men was ook druk met het herstructureren van de schulden van oostblok landen. Veel Nederlandse adel op hoge posities, dit geldt trouwens ook voor de advocatuur.\

Amen-Ra: de affiniteit van de Elite met het Oude Egypte zou vooral te maken hebben met Aton, een afgeleid van Amon/Amen Ra.De farao Akhnaton was de eerst monotheist-Judaist en de Elite zou hier van afstammen wat ik een vrij plausibele these vind. Vandaar ook dat de vrijmetselarij veel Egyptische en Joodse elementen bevat.


Wat veel mensen niet weten is dat het Jodendom een heel bijzonder systeem is dat gelaagd is opgebouwd als de schillen van een ui.
De buitenste schil is het Christendom, deze zorgt voor een loyaliteitsband van niet-Joden richting Joden middels Jezus de Joodse Messias. De tweede schil is het reguliere Jodendom, deze was altijd racistisch maar is na de 2e wereldoorlog ook toegankelijk geworden voor mensen van niet-joodse oorsprong, ten einde zich zo het racisme van de Nazi’s te kunnen veroordelen zonder “de Pot verwijt de ketel” als tegenreactie te kunnen krijgen. Desalniettemin zijn de toelatingseisen daarvoor ook nu nog zo hoog dat er nauwelijks niet-joden tot het Jodendom toetreden, en er dus feitelijk nog steeds een (racistische) barrière is. En dan is er nog de derde schil, die wordt gevormd door de kern van het Jodendom, de Cohanim. De Cohanim is een racistische groep binnen het Jodendom. Niet-Joden kunnen er geen lid van worden. Sterker, zelfs gewone joden kunnen er geen lid van worden. Je moet Cohanim ouders hebben. De Cohanim hebben binnen het Jodendom plichten maar ook rechten die andere Joden niet hebben. Je zou ze kunnen vergelijken met de elite van het Jodendom.
En aangezien het eveneens een racistische groep is zou je ze op dat punt dus kunnen vergelijken met de SS binnen de nationaal socialistische staat.
De Cohanim bezetten ook nu nog binnen de westerse wereld veelal hoge posities binnen politiek en bankwezen (onze “aanstaande” minister president Cohen bijvoorbeeld).

Maar ook Jacob Henry Schiff was een Cohanim.
Schiff was gedurende de 1e wereldoorlog en de Russische revolutie een van de machtigste bankiers van Amerika. Naast overigens een hele groep andere Joodse bankiers die gezamenlijk met hun grip op de kapitaalmarkt naties konden maken en breken en die door hun huwelijks relaties binnen die groep een soort aristocratische joodse elite vormden.

Hieronder een aantal stukken uit de biografie van Schiff:

Jacob Henry Schiff - A Biographical sketch -
Geschreven door Gyrus Adler
Uitgegeven door The American Jewish Committee, New York 1921

Mr. Schiff had faith in his intuition of men, and being swift to recognize genius, gave his support to Edward H. Harriman. According to financial authorities the Harriman-Schiff railway combination became the most powerful, the most aggressive, and the most successful that America had ever known.
In like manner he was one of the first supporters and associates of James J. Hill, who, by the building of the Great Northern Railway, virtually became the founder of a vast empire in the Northwest. Mr. Schiff was for many years a director of the Great Northern, retiring only after a conflict of interest developed between it and the Union Pacific Railway. The operations of Kuhn, Loeb and Company as bankers for railways began with their association with the Chicago and Northwestern some fifty years back.

The Japanese loan of 1904-5, which Mr. Schiff financed, attracted world-wide attention, and had important consequences. In 1904 war broke out between Russia and Japan. Gold, Mr. Schiff said once, was not essential to the conduct of a war if the war was really a national effort—for the greater part of the cost of the war was borne by the people of the country who, if the war were popular, readily took the paper money which all governments put out to meet the greatly increased expenditures for military purposes. Gold was useful for stabilizing the paper issues and only necessary for purchases made abroad by the warring nations. He used emphatically to declare, long before it became the stock in trade of a certain kind of propagandist, that the statement that bankers could make or prevent wars was a pure myth, and that nations went to war whenever they wanted to. When Japan requested a loan in waging what seemed at the beginning a very unequal contest, Mr. Schiff welcomed the opportunity to undertake the financing of so much of the loan as was to be placed in America.
The Japanese Government and people have always been appreciative of this support, and have recognized his personal influence in securing it. In 1905 the Mikado conferred upon him the Second Order of the Sacred Treasure of Japan “in recognition of the services rendered by you in connection with the raising of the loans of the Imperial Government in the American and European markets.”
On February 22, 1907, he undertook a journey to Japan accompanied by his constant companion, Mrs. Schiff, and a party of friends. Of this journey there exists a unique literary record in the form of a quarto volume beautifully printed on Japan paper and charmingly illustrated, bearing the title “Our Journey to Japan, by Jacob H. Schiff. Printed as a surprise to the Author, January 10, 1907.” The explanation of this rather unusual titlepage is that Mrs. Schiff printed the letters which he sent home, and presented the volume to him on the occasion of his sixtieth birthday.
The letters contain a lively and intimate description of the stops of the party at Salt Lake City, San Francisco, and Honolulu, but naturally deal principally with Japan. Here is a part of the record: ‘^Wednesday, March ^8th is the great gala day for me personally, the private audience with the Mikado being set for half past eleven o’clock, luncheon to be served right after the audience. I am told it is the first time that the Emperor has invited a foreign private citizen to a repast at the palace, heretofore only foreign Princes having been thus honored. . . .
We are first shown into a large reception room where we are received by Mr. Nagazaki, the Master of Ceremonies, who speaks English fluently, and who informs the Minister of Finance that the Emperor will receive me alone. He leaves us and returns shortly, stating to me that he has been commanded by his Majesty to invest me with the insignias of the Order of the Rising Sun, which the Emperor has graciously condescended to bestow upon me. Accordingly he divests me of the Star of the Second Order of the Sacred Treasure, which I had received the previous year, and replaced it by the two decorations, composing the second class of the Order of the Rising Sun. Thereupon I am taken through long halls into a smaller reception room, where the Emperor receives me standing. He is dressed in military house uniform (short jacket and koppi), also wearing the Order of the Rising Sun and a number of medals. Mr. Nagazaki is at his side as interpreter. The Emperor extends his hand and bids me welcome to Japan, saying that he has heard of the important assistance I have given the nation at a critical time, and that he is pleased to have an opportunity to thank me in person for it. I reply that I feel my services have been over-estimated, but from the start my associates and I, believing in the righteousness of the cause of Japan, when we had the opportunity practically to prove our sympathy gladly embraced it.” There follows a description of the luncheon and of other festivities, notably the report of a speech made at a dinner by Mr. Bakatani, the Finance Minister, who, characterizing Mr. and Mrs. Schiff and their party as “the most distinguished guests that we have ever had from the United States of America,” recites the details of the aid Mr. Schiff had rendered to Japan. He said that when Japan was undertaking, in London in the spring of 1904, to negotiate a loan of ten million pounds and was finding difficulty in securing the amount “Mr. Schiff in a single conversation with Mr. Takahashi offered to underwrite single-handed a half of what we wanted.” He concluded with the statement: “The amount of our loan subscribed by Mr. Schiff from the first to the fifth issue arrives at a grand total of £39,250,000.” After the Russo-Japanese War was ended the firm of Kuhn, Loeb and Company placed a large issue of City of Tokio Bonds, the only Far Eastern municipal loan ever taken in the United States. So recently as in June, 1921, the Japanese Consul attended the opening of a Parkway in New York named in his memory ‘“Schiff Parkway,” while the Japanese Commissioner on his way from London to Tokio laid a wreath upon his grave. Beside the Japanese loan, he financed loans for other foreign governments such as Sweden, Argentine, Cuba, Mexico, and China. Prior to the World War his firm had important transactions with the Central Powers. In 1900, in conjunction with The National City Bank, they issued 80,000,000 marks of German Treasury Notes, and in 1912, in association with The National City Bank and Kidder, Peabody and Company, $25,000,000 of Austrian Treasury Notes.
Mr. Schiff on numerous occasions refused to participate in Russian loans, and used his great influence to prevent the entry of Russia into the money markets of America, solely because
of the ill-treatment of the Jews .by the Russian Government. On various occasions, when Russia was pressed for funds, offers were made by agents of the Russian Government to relax the restrictions upon the Jews in a particular province in exchange for a loan of fifty million dollars. Mr. Schiff invariably rejected such advances, declining to buy better treatment for a section of his coreligionists which he held should be accorded them as a matter of right. While not chronologically in place, there may yet be a certain orderliness in discussing here Mr. Schiff’s attitude to the World War
Its outbreak filled his heart with anguish. He was the only member of his family who had migrated to America Two of his brothers and his sister had remained at the ancestral home, while his other brother was established in London. During the war his near relatives were fighting in the armies of three countries in Europe, on opposing sides. Mr. Schiff was an American of the intensity which we sometimes witness in men who have migrated here.
The natural born citizen frequently takes his citizenship as a matter of course. For the naturalized citizen it often becomes almost a sacrament. Lack of complete harmony with American ideals and aspirations was unthinkable to Mr. Schiff. Yet Germany was the land of his birth. He had many ties of affection and friendship there, and he beheld the conflict with horror. He hoped for a speedy peace, and to that end urged a peace without victory, and, affrighted at the danger to civilization by the civil war of the white race in Europe, desired America to act as a neutral mediator.
From the very beginning of the war he realized the disaster to the world in a German victory. He recognized the iniquity of the German Government, and stood firmly with the American attitude toward submarine warfare. None was more bitter than he in denouncing German outrages, but, like President Wilson, he felt that there was a difference between the German Government and the German people. Mr. Schiff maintained relations with individuals in Germany until the entrance of the United States in the war in April, 1917, but during the period of the World War, beginning with 1914, Kuhn, Loeb and Company did no financing directly or indirectly for the German Government or its allies. On the other hand, they placed large loans for the French cities of Paris, Bordeaux, Lyons and Marseilles, which were issued primarily for humanitarian purposes. He was also willing that the firm of Kuhn, Loeb and Company participate in the Anglo-French loan of 1915 if none of the money were made available to Russia. This statement was issued by him on October 1, 1915, in regard to the loan “With differing sympathies on the part of individual members of our firm, we decided at the outbreak of the war to refrain from financing public loans for any of the governments of the belligerent nations. “Concerning the present Anglo-French Dollar Loan, we have felt that as American bankers we should assist in what we believe will result in promoting the interest of the country’s commerce and industries, but it not having been found practicable to give any actual assurances that the Government of Russia against whose inhumanity the members of our firm have ever raised their voices—is not to derive benefit from the funds that are to be raised through the Anglo-French Loan, I have felt constrained to advise my firm to refrain from becoming participants in the Loan.”
When the Czar’s Government fell in 1917, Kuhn, Loeb and Company at once advised the allies’ bankers that there was no longer any impediment to their participating in the allied financing. He was in sympathy with the Kerensky Government, and evinced this by a subscription of one million rubles to the loan issued by that Government which, for the time being, at least, is valueless. He sent congratulations to Professor Miliukoff, and received from him a cordial reply. He hoped for great things from this Government which he thought would establish a constitutional regime in Russia. It is needless to say that he was bitterly opposed to the Soviet Government and to all of its doctrines.
He participated largely in the Liberty Loans and in all efforts on their behalf, advised our Government in financial matters, and by word and act invited many another to patriotic effort in fact did all that an American who had reached his seventieth year could do.
During his long life in America he took his duties as a citizen with great seriousness. In national politics he was a Republican, and supported that party. In 1912, however, he gave his vote to Mr. Wilson, aided his campaign, and supported him for his second term.


When the World War broke out in 1914, the first call for help from the Jewish population of the affected zone was a request for $50,000 received from Mr, Morgenthau, then Ambassador at Constantinople, for the Jews of Palestine. To meet this request the American Jewish Committee voted $25,000, and Mr. Schiff personally offered to give $12,500 (the first of many larger gifts), if the provisional Zionist Committee would give a like amount. The condition was met, and there was thus begun the great work of the Jewish War Relief Committees, which, through the centralized agency of the Joint Distribution Committee, under the devoted leadership of Schiff’s son-in-law, Felix M. Warburg, distributed nearly forty million dollars.

He attended meetings, large and small, organized dinners, headed drives, wrote and telegraphed, gave largely himself, in fact did everything in his power to alleviate the dreadful sufferings which the war brought in greater measure upon the Jews of Eastern Europe than upon any other section of stricken humanity, with the possible exception of the Armenians.

If one wishes to have confirmation of the truth of the beliefs held by Mr. Schiff and others as to the policy of the Czar’s Government towards the Jews, it can be found in the published Memoirs of Count Witte who held the important offices of Minister of Finance and Prime Minister to the Czar, Mr. Schiff felt that the big questions connected with the condition of the Jews in Russia and Roumania and their immigration into the United States required drastic action.
Sometimes he took it after consultation with others and sometimes without. Occasionally his burning indignation and zeal outran his discretion. On one occasion he seriously proposed to President Roosevelt that the United States should intervene in Russia as it had in Cuba! Again he asked Mr. Roosevelt to send a representative to the conference at Algeciras, called in 1906 to consider a settlement of affairs in Morocco, with instructions to labor for the securing of the rights of citizenship for the large number of Jews in that country. President Roosevelt did appoint Mr. Henry White, and thus took part in an International European conference in which no American interest was involved.

Mr. Schiff joined with others in the formation, in 1906, of an organization known as the American Jewish Committee, to which he devoted much time and attention and in whose work he was always active.

As the war progressed and General Allenby captured Jerusalem, when the Russian Revolution indicated a break-up of the then great centers of Russian-Jewish learning, and the horrors of the Ukraine were super-added, Mr. Schiff began to despair for the future of Jewry in Eastern Europe. He adopted a more favorable view on the settlement of Jews in Pales tine, which he looked upon as a future center of Judaism and of Jewish culture. He made considerable contributions to various funds for the development of Palestine, and even offered to join the Zionist organization provided that upon the occasion of his being accepted as a member a statement which he had prepared would be published by the organization. The offer was declined, and Mr. Schiff lived and died outside of the Zionist camp.

He conducted a lively correspondence with Baron de Hirsch, and became one of the trustees of his foundation in America. He was received in private audience by the king of England in 1904 and by the Emperor of Germany in 1911.

He gave hearty support to the work of the Hebrew Free Loan Association, as he thoroughly believed in constructive rather than palliative assistance. With this same thought in mind, he founded the Self Support and SelfHelp Funds of the United Hebrew Charities, which he maintained single-handed by large annual contributions.

Toelichting:
Schiff en zijn kliek hebben er dus voor gezorgd dat Duitsland de 1e wereldoorlog verloor en dat in Rusland de communisten vast in het zadel kwamen te zitten. De communisten werden in die tijd voornamelijk geleidt door mensen van joodse afkomst.
Daarbij moeten we niet vergeten dat in die tijd in Engeland ook de Balfour Declaration werd opgesteld ten gunste van het Joodse volk. Hoewel er geen geschreven overeenkomst is die dat bevestigd, lijkt het er alleszins op dat de Engelsen onder druk zijn gezet door deze Joodse bankierskliek om deze verklaring op te stellen. Zouden ze dat niet hebben gedaan dan konden deze banken de financiering van de oorlog ten gunste van Engeland met het grootste gemak lam leggen.
Verder zorgde de financiële steun van deze bankenelite aan Duitse en Poolse joden er tijdens de inflatiejaren in Duitsland na de 1e wereldoorlog voor dat Joodse mensen grote delen van de Duitse economie voor een appel en een ei konden opkopen. Hetgeen zeer veel haat zaaide onder de Duitse bevolking.
De 2e wereldoorlog en de Holocaust zijn dan ook een direct gevolg geweest van de financiële bemoeienissen van deze Joodse bankierselite. En de huidige ellende in het midden-oosten is een rechtstreeks gevolg van de genoemde Balfour-declaration en de financiële verplichtingen die Engeland en Amerika na de 1e en 2e wereldoorlog hadden jegens deze bankiershuizen.


In August 1903, Max Nordau, in his address to the 6th Zionist Congress in Balse, Switzerland, revealed the plan for even greater conflagrations, the coming world wars:

“Let me tell you the following words as if I were showing you the rungs of a ladder leading upward and upward ... The Zionist Congress; the English Uganda proposition; the future World War; the Peace Conference where, with the help of England, a free and Jewish Palestine will be created.”

Onward and upward, over the bodies of fifty million more dead Christians this was Max Nordau’s ecstatic vision of the coming World War, and so it came to pass.  Professional historians have never been able to offer a satisfactory explanation of how the European nations became embroiled in the First World War.  Arch-duke Ferdinand was assassinated by Gavril Princeps at Sarajevo; Austria demanded an apology from Serbia, Serbia apologized but Austria inexplicably declared war anyway.  Three Jewish advisers to Kaiser Wilhelm, Chancellor Bethmann-Hollweg, Max Warburg and Albert Ballin, then had the Kaiser declare war, and the other nations were involved.  Why ?  To carry out the Jewish Plan.


On February 8, 1920, Sir Winston Churchill expressed his alarm over world developments in an interview published in the Sunday Illustrated Herald, London:  “From the days of Adam (Spartacus) Weishaupt, to those of Karl Marx to those of Trotsky, Bela Kun, Rosa Luxemburg and Emma Goldman.  This worldwide conspiracy for the overthrow of civilization and for the reconstruction of society on the basis of arrested development, of envious malevolence and impossible equality, has been steadily growing ... There is no need to exaggerate the part played in the creation of Bolshevism and in the actual bringing about of the Russian Revolution by these international, and for the most part, atheistic Jews.  It is certainly a very great one: it probably outweighs all others.  With the notable exception of Lenin, the majority of the leading figures are Jews.  Moreover, the principal inspiration and driving power comes from the Jewish leaders.”

Churchill referred, of course, to the overthrow of the Christian Orthodox Church in Russia and its replacement by a hateful gang of homicidal maniacs, whose unimaginable success was accomplished by the astute financial aid of Jacob Schiff to the Jewish revolutionaries, and by Max Warburg in Germany, who, at the crucial moment of the revolution in Russia, arranged for Lenin to be transported through Germany to Russia in a sealed train to lead the conspirators to their Bolshevik triumph.

On March 13, 1917, Jacob Schiff sent Milyukov, new Minister of Foreign Affairs of the Bolshevik Revolutionary Government, and a personal friend of Schiff, a telegram reproduced in the New York Times, April 10, 1917: “Allow me, as the irreconcilable enemy of the tyrannical autocratic government which pitilessly persecuted our co-religionaires, to congratulate through your intermission the Russian people for what they have so brilliantly accomplished, and to wish success to your comrades in government and to yourself.”  The issue also reproduces Milyukov’s enthusiastic reply, “We are one with you in our hatred and antipathy for the old regime which is overthrown.”

Mothers were taken to the public square and their babies snatched from their arms.  A Red terrorist would take a baby, hold it by the head, head downward, and demand that the Christian mother deny Christ.  If she would not, he tossed the baby into the air, while another member of the mob rushed forward to catch it on the tip of his bayonet.  Pregnant Christian women were chained to trees and their babies cut out of their bodies.  There were many places of public execution in Russia during the days of the Revolution one of which was described by the American Rohrbach Commission, (Defender Magazine, October, 1933):

“The whole cement floor of the execution hall of the Jewish Cheka of Kiev was flooded with blood; it formed a level of several inches.  It was a horrible mixture of blood, brains and pieces of skull.  All the walls was besmattered with blood.  Pieces of brains and of scalps were sticking to them.  A gutter of 25 centimeters wide by 25 centimeters deep and about 10 meters long was along its length full to the top with blood.  Some bodies were disemboweled, others had limbs chopped off, some were literally hacked to pieces.  Some had their eyes put out the head, face and neck and trunk were covered with deep wounds.  Further on, we found a corpse with a wedge driven into its chest.  Some had no tongues.  In a corner we discovered a quantity of dismembered arms and legs belonging to no bodies that we could locate.”

We already know of the glee with which Jacob Schiff and other Jewish bankers greeted the news that their co-religionaires in Russia were now engaged in the favorite Jewish practice of mass murder, but what of American government officials, who were well-informed by a number of intelligence sources about these atrocities ?  We have at least one record of a public response by a prominent government official, Woodrow Wilson, President of the United States.  On April 2, 1917, Wilson, after learning of these atrocities, went before the Congress of the United States and said, “The autocracy that crowned the summit of her (Russia’s) political structure, long as it had stood and terrible as was the reality of its power, was not in fact Russian in origin, character or purpose;  and now it has been shaken off and the great generous Russian people have been added in all their naive majesty and might to the forces that are fighting for freedom in the world for justice, and for peace.  Here is a fit partner for a League of Honor.”

A widely known French journal, “L’Illustration”, of September 14, 1918, commented, “When one lives in contact with the functionaries who are serving the Bolshevik Government, one feature strikes the attention, which, is almost all of them are Jews.  I am not at all anti-Semitic; but I must state what strikes the eye: everywhere in Petrograd, in Moscow, in provincial districts, in commissariats, in district offices, in Smolny, in the Soviets, I have met nothing but Jews and again Jews ... The more one studies the revolution the more one is convinced that Bolshevism is a Jewish movement which can be explained by the special conditions in which the Jewish people were placed in Russia.”


The Jews were given another opportunity to massacre helpless Christians during the Spanish Civil War.  Ernest Elmhurst states in “World Hoax”, p. 157, “Of no less significance was the transfer of Soviet Russia’s former peace delegate at Geneva—the Jew Rosenberg (Moses Israelsohn) with his staff of 140 members to the office of Ambassador to Spain in August of 1936.”

This cadre of highly trained specialists in torture and murder passed over a reign of terror which was largely ignored by the rest of the world, because the journalists covering the Spanish War, Ernest Hemingway and many others, were themselves sympathetic to the Communists and they sought only to discredit the Spanish patriots, the “Fascists” as they contemptuously termed them.

The Rosenberg murder teams were called “World Revolutionary Movement Purification Squads.”  Their “purification” consisted mainly of massacres of priests, nuns, choirboys and women and children as is so well described in the Book of Esther and the occasion of the Jewish celebration of the Feast of Purim.  Arthur Bryant, in his well-documented “Communist Atrocities in Spain”, tells of one murder squad which went to the Dominician Convent in Barcelona and informed the Mother Superior that “because of possible mob violence” the nuns should accompany the squad to a place of safety.  They were then taken to the suburbs and murdered.  Their Jewish leader commented, “We needed the building.  We didn’t want to muss it up before we occupied it.”  E.M. Godden, in “Conflict in Spain,” says on p. 72, “During the last week of July, 1936, the bodies of nuns were exhumed from their graves and propped up outside the walls of their convents.  Obscene and offensive placards were attached to their bodies.”  In Madrid, it was estimated that one tenth of the population of Spain was murdered by the Communist Jews by 1939.  De Fonteriz in “Red Terror in Madrid”, tells how Cheka crews organized by Dimitrov and Rosenberg carried out a program of torture and murder so obscene that it cannot be repeated or described.


America’s New Robber Barons
Exclusive Report
by Eustace Mullins


To make money in the stock market, you need to use the same tools which the big operators use;  that is, capital, and information.  The amount of capital which you can lay your hands on may be limited.  It is for most people.  But the amount of information you can obtain, may be limited only by your desire to get the facts, and your willingness to reject previous misconceptions or misinformation.  Then you may begin to understand what is going on in the market.

You must first recognize that fundamental changes have been taking place in our capital structure, and in money-making properties.  For more than a century, the American tradition had it that to achieve great wealth, you must have the good fortune to strike it rich with a gold mine, to strike oil, or to own your own bank.  In the past decade, we have witnessed the amazing phenomena of millionaires, and even billionaires, who owned vast wealth in the form of gold mines, oil wells, or banks, and who suddenly were declaring bankruptcy.  What was happening to the American dream ?  The answer is that capitalization, or debt structure, was now overcoming capital assets.  The cash flow, even from a gold mine, an oil well or bank, was no longer sufficient to pay interest charges, much less to handle the payment of the principal of the debt structure.

This dilemma was not inevitable, nor did it arise from optimism, or overoptimism, the courage to take risks which made America the most productive and the wealthiest nation in the world.  The debt structure vs. capital assets dilemma was deliberately created by a small group of capital managers, or financiers, who cleverly used their phalanx of money-creating central banks to overcome rival groups and rival nations.  This situation directly affects stock transaction which takes place on the world exchanges.  Your problem now is how do I translate this debt structure—capital assets conflict into profitable transactions for myself ?  The basic problem is similar to that of a poker game—how do you find out what cards the other fellow is holding ?  Despite the great secrecy which shrouds major financial transactions, almost every financial move is telegraphed in some way, due to the continuing and growing concentration of financial power in a few hands.  Today, a shadowy (but not unknown) financial network achieves its goals through relatively few participants.  In some thirty-five years of research, I have narrowed these participants down to the major players.  They not only bring tremendous pressure on the exchanges through their power to buy or sell enormous blocks of stock, but they also exercise a daily effect on the prices and daily volume of the exchanges through their control of the faucets, the turning on or off of the moneycreating flow of the central or pseudogovernment banks.

Here again, there are always some indicators of major moves in either direction, although the exact decisions remain the secret of the major players.  The tremendous power exercised by these creators dwarfs the power earlier exercised by such stock market plungers as Bet A Million Gates, bank pioneers such as George F. Baker of First National Bank (now Citibank), or oil magnates such as the late H.L. Hunt.  The 42-year-old heir of the Hunt empire, Ray Hunt, recently told Fortune (July 8, 1985):  “We’ll never go back to the good old days of the oil industry.”  It is not only the good old days of the oil industry, but also the empire building days of the Vanderbilts in railroads, Carnegie in steel, or Baker in finance, which have disappeared.  They have been transmuted into new types of financial operations, such as mergers, leveraged buyouts, and other forms of takeovers.  Here again, the major players either originate these operations, or they move in and take them over at crucial moments.

Yet we rarely are told the exact identities of the major players.  The financial papers such as the Wall Street Journal and Forbes write about the “raiders,” the modern financial buccaneers who supposedly loom out of the fog as lone wolf operators and seize control of major corporations.  The financial reporters don’t tell us that when the Belzbergs buy control of the Scovill Corp., they are merely acting as agents of the Rothschilds, or that the Bronfmans, in buying a large share of DuPont, are also merely carrying out the instructions of the Rothschilds from London.

Forbes recently identified Seagrams of Canada as the No. 1 foreign investor in the United States.  It wholly owns the $2.4 billion Joseph Seagrams and Sons of New York, and 23% of the $14 billion DuPont Corp.  And Seagrams of Canada is wholly controlled by the Bronfman family.  Right ?  Wrong.  The Bronfmans own large blocks of stock in Seagrams (US News recently gushed that Edgar Bronfman may be the most powerful man in America), but the Seagram empire is controlled by the law firm of Vineberg and Phillips through Trizec Corp., which in turn is controlled by Eagle Star Holdings PLC of London.  And who controls Eagle Star ?  Evelyn de Rothschild.

When Seagrams faced a 30% drop in volume, due to the dwindling market for hard liquor in the United States, who guided the firm into Conoco, and then masterminded the purchase of Conoco by DuPont ?  If you suppose that Edgar Bronfman anticipated all this, and worked to bring it about, then you don’t know who really makes the big decisions.  Seagrams’ stake in DuPont is currently worth $3.2 billion, or 80% of Seagrams net worth.  In 1984, DuPont profits were 73% of Seagrams’ earnings.

The second largest foreign investor in the U.S., again according to Forbes 1985 listings, is Anglo-American Corp.  In 1985, it owned 21% of Philbro-Salomon, and 29% of Engelhard Corp.  Anglo-American is the gold mining arm of the world diamond trust, DeBeers, which is owned by the Oppenheimer and the Rothschild families.  The principal director of DeBeers, again, is Evelyn de Rothschild.

Forbes lists the largest foreign owned corporation in the world as Royal Dutch Shell.  Formerly controlled by the Samuel family, it is now another Rothschild property, controlled through their subsidiary, Shell Transport & Trading Co.

The fourth largest foreign investor in the U.S. is British Petroleum, which owns Standard Oil of Ohio, and British Petroleum of North America.  One of the directors of British Petroleum is Sir Alastair Pilkington, who is also a director of the Bank of England.

The sixth largest foreign investor in the U.S. is B.A.T. Industries, a $12.9 billion a year operation which was formerly known as British-American Tobacco Corp. BAT owns 100% of BAT US, 100% of Peoples Drug Stores, Hardee’s Fast Foods, and Eagle Star Insurance, the Rothschild holding company, which controls the Bronfman empire.  Sir Jasper Hollom, who has been a director of the Bank of England since 1936, is a director of BAT;  also on the board of BAT is Sir Denis Mountain, who is chairman of Eagle Star Insurance, and Eagle Star Holdings, a principal Rothschild holding company.  Another director of BAT is Sir Michael Palliser, who married the daughter of Paul Henri Spaak, former director general of the United Nations.  Sir Michael was a career officer with the British Foreign Office, being named head of planning in 1946.  He served with the Foreign Office from 1946 to 1964 as Minister to Paris, and Minister to Brussels, the two leading headquarters on the Continent of the Rothschild operations.  Sir Michael is now chairman of the influential think tank, the Institute for Strategic Studies in London.  He is also vice chairman of the oldest merchant bank in London, Samuel Montagu & Co., and interlocks with other Rothschild interests as director of Eagle Star, and Shell Transport & Trading Co.

Going on down the list, we find the 76th largest foreign investor in the U.S., is Olympia & York Co., which has been buying up large sections of Manhattan.  Olympia & York has acquired the Rouse Co., a large developer;  Trizec Corp. which controls the Seagram empire;  and Abitibi-Price, a billion dollar producer of newsprint.  Olympia & York is supposedly controlled by the well-publicized Reichmann brothers, Albert, Paul and Ralph, but here again, we have the paper “cutouts” for the real owners, the Rothschild family.

Far-reaching consequences are indicated by the foreign takeover of a number of large American supermarket chains.  This could be crucial in view of projected food shortages around the end of this century.  General Occidentale now owns 100% of Grand Union stores, as well as 25% of Crown Zellenbach.  The Wall Street Journal will tell you that General Occidental is Sir James Goldsmith, but will neglect to tell you that Sir James was until recently one of the six partners of Banque Rothschild of Paris.  He also owns Caveham Foods.  The popular British TV series, “To the Manor Born,” featured a foreigner who had taken the name of Sir Richard de Vere, and who owned a large supermarket chain, Cavendish Foods.  The character was a direct takeoff on Sir James Goldsmith and Cavenham Foods.

The Brussels firm, Delhaize de Lion, is now the 32nd largest foreign investor in the U.S.  It owns the Food Giant and the Food Lion chain of supermarkets.  The German firm, Tengelmann Group, has purchased 52% of A & P Stores.  One of the directors of A & P is Barbara Haupthfuhrer.  She is a trustee of the Markle Foundation, which interlocks with the Carnegie Corp., the German Marshall Fund, and the American Council on Germany.  The last two groups exercise total control over the militarily occupied nation of West Germany.

During the past one hundred and fifty years, the Rothschild fortunes have been centered in the Bank of England, and four family controlled firms, Sun Alliance Assurance, Rio Tinto, DeBeers, and Eagle Star.  Rio Tinto is the 41st largest foreign investor in the U.S., owning 100% of U.S. Borax and 100% of Indal U.S.  It also has holdings in other U.S. companies.  The Rothschilds also control Copperweld, Federal Express, and other U.S. firms.  In the Forbes list of the 500 largest foreign corporations Sun Alliance Assurance is 332nd;  Banque Bruxelles Lambert, the Belgian branch of the Rothschild bank, is 431st;  and another family holding, Societe Generale de Banque, is number 224th.

A gentleman recently called me from Dallas, and said, “I always knew that the stock market is controlled, but until I read your books, I did not realize how absolute the control really is.”  Of course, control, to be effective, must be absolute, or as absolute as possible.  This is why the financiers must control all political parties, not merely the majority party.  Realizing the extent of this control does not mean that you are helpless.  On the contrary, you can turn it to your advantage.  Knowing who exercises control and why can be a potent weapon in your hands.  However, you must know who is actually in charge.  You cannot be deceived by the pathetic stooges, the flotsam and jetsam dredged up by the financiers from the lowest elements of the population, and who ostensibly exercise control for the benefit of the real powers.  Only children believe that clowns are the most important part of the circus.

Certainly it is better to know than not to know.  You can read all the major financial journals for years, and you will not get the information which is being presented here.  With this information you can decide where the market is going, plan your strategy.  Ask yourself why stock prices, metals, and food prices have been held down at ruinous levels for the past quarter of a century.  Economist William H. Meckling of the University of Rochester was quoted on the editorial page of the Wall Street Journal, Aug. 20, 1985, as pointing out that the Dow Jones averages, to accurately reflect inflationary trends and monetary developments, should have reached 5600 on Jan. 1, 1983, instead of the actual 1047.  He observes that in the eighteen year period from Dec. 1964 to Dec. 1982, the real value of Dow Jones stocks fell by 62%.  Obviously, it is to someone’s advantage that stocks should be hovering in the 1300 range today, instead of selling at their true value of 5600.  By keeping these prices depressed, the major players have forced out much of the stockbuying and stockholding public.  They are now executing mergers and buyouts to grab these underpriced stocks for themselves.  The leveraged buyouts also play into the hands of the financiers because they suddenly convert a debt-free corporation into one which is mortgaged to the full value of its holdings, and which is committed to paying heavy interest on its new loans.

Texaco borrowed $4 billion from a consortium of banks, Barclays, Chase Manhattan, Lloyds, Manufacturers Hanover, Midland Bank, and National Westminster Bank, to purchase Getty Oil.  Norfolk Southern borrowed $1.3 billion from Morgan Guaranty Trust to buy Conrail;  Nestle borrowed $2.5 billion from Citibank to buy Carnation.  By creating these huge new debts, which take priority payment from the earnings of these firms, the banks can pay their way out of the dilemma of their disastrous Third World loans.

In the financing of these mergers, we find the new leaders of Wall Street.  For almost a century, Wall Street was dominated by two Rothschild representatives.  Although J.P. Morgan Co. is still going strong, Kuhn, Loeb Co., as well as Lehman Brothers, have been combined into a new operation, known as SLAM, or Shearson Lehman American Express.  It is closely linked with First Boston Corp. in handling many of the large mergers.  A double page spread in the Wall Street Journal, Aug. 15, 1985, hails First Boston Corp. for “Leadership in Mergers, Acquisitions and Divestitures.”  The advertisement cites twelve recent mergers involving large firms, including Dunlop Tire, Revco, Cowles Media, Gulf, Allied Corp., Sara Lee, and Castle & Cooke.

The co-chairmen of First Boston are Pedro Paul Kuczynski and Yve Andre Istel.  Kuczynski was born in Lima, Peru in 1938;  his mother was a Godard.  He was educated at Oxford, Cambridge, and Princeton.  He served with the World Bank from 1961-67 and was named senior economist there 1971-73.  He was with the Banco de Venezuela and the Central Bank of Peru from 1957-69, and with the International Monetary Fund in Washington from 1969-71.  He joined Kuhn, Loeb Co. in 1975, staying until 1977.  He became president of Halco Mining Co. in 1977, a Pittsburgh aluminum firm doing $277 million a year.  Kuczynski was Minister of Energy of Peru from 1980-82.  He joined First Boston in 1982.  Richard Mellon Scaife, scion of the Mellon fortune, is a director of First Boston.

Kuczynski’s co-chairman at First Boston, Yve Andre Istel, also came from Kuhn Loeb Co.  Born in Paris, he worked for his family banking house, Andre Istel and Co. of Paris and New York.  He married Nancy Lazarus, and later joined Kuhn, Loeb Co.  He is now manager of Shearson Lehman American Express.  His brother Jacques Istel, is manager of Andre Istel & Co., and director of the Dreyfus Fund of New York.

SLAM, or Shearson Lehman, is actually the continuation of the old Kuhn, Loeb Co., which was set up by Jacob Schiff as the secret American representative of the Rothschild family.  Schiff had been born in the Rothschild house on Judengasse in the Frankfurt ghetto.

The present directors of Shearson Lehman include Peter Cohen, president;  George Sheinberg, director, who is also chairman of American Express Credit Corp., and director of Warner-Amex Cable, Franks Broadcasting System;  ex-President Gerald Ford;  Kenneth J. Bialkin, of the law firm of Willkie, Farr and Gallagher, director of Gulf, E.M. Warburg Pincus, and Municipal Assistance Corporation of New York, which bailed the city out of bankruptcy;  Howard L. Clark, Jr., exec., v.p. American Express, director Magic Chef, and Palm Beach Co.;  Roger S. Berlind, chairman Berlind Production Co., Financial News Network, and Etz Lavud Inc., an Israeli firm;  and James S. Robinson III, chairman of American Express, director of Union Pacific Railroad (the Harriman family company), Coca Cola, and Bristol Myers Co.

American Express, a $9.77 billion a year operation, is in a very profitable business, the business of printing and circulating money.  It is mind-boggling to think how many billions of dollars worth of American Express travelers checks are printed and sold each year.  Judging from the volume of its television advertising it finds it worthwhile.  Directors of American Express include the chairman, James D. Robinson III, mentioned above;  ex-president Gerald R. Ford, who is also director of a large defense contractor, G.K. Technologies;  Anne Armstrong, former Ambassador to England, chairman of the Reagan-Bush campaign, and director of the Texan axis of the Rothschild fortune, First City Bancorporation.  She is also a trustee of the Atlantic Council, Guggenheim Foundation, Hoover Institution, and the Council on Foreign Relations;  Henry Kissinger, former Secretary of State under Nixon and Ford, now partners with Lord Carrington of England in a public relations firm (Lord Carrington is related by marriage to the Rothschilds).

Kissinger is also a director of Chase Manhattan Bank, trustee of Aspen Institute and the Rockefeller Brothers Fund;  his brother Walter, also a refugee from Germany, is director of Manufacturers Hanover, another of the Rothschild banks, and the National Council on U.S.-China Trade;  Joseph H. Williams, chairman of the Williams Companies, a $2.17 billion a year oil operation, director of American Petroleum Institute, and Peabody Coal Co.;  Martha Wallace, management consultant, member Trilateral Commission, chairman Rhodes Scholar Selection Committee, American Council of Germany (which rules West Germany in the name of the financiers), and the Japan Society.  She formerly was with RCA, Time, Fortune, and the Henry Luce Foundation, now director Chemical Bank NY, Bristol Myers, New York Stock Exchange, New York Telephone, National Council on U.S.-China Trade, British North American Committee, and International House;  Rawleigh Warner, chairman of Mobil Corp., director of AT & T, Chemical Bank and Signal Co. (a $6.67 billion company which interlocks with Rothschild interests in Texas and Rothschild interests in Canada through another director, Philip Beckman, president of Seagrams);  Robert V. Roosa, partner of Brown Bros. Harriman, chairman of Brookings Institution, Trilateral Commission, director Texaco;  Peter Cohen, president Shearson Lehman Bros.;  Charles W. Duncan, Chairman Coca Cola Europe, director United Technologies, former deputy Secretary of Defense, 1977-79, Secretary of Energy, 1979-81;  Richard M. Furlaud, chairman Squibb Pharmaceutical, director of Olin, a munitions firm, trustee Rockefeller University;  Magnus Bohm;  David Culver, president Alcan, director of Seagrams, Canadair, and American Cyanamid.

Through Seagrams, Culver interlocks with the giant Rothschild complex, Eagle Star Holdings PLC, which controls their Canadian and American operations;  Robert Genillard, chairman of Thyssen-Bornemitza, the giant European holding company formed from the former Thyssen Steel complex of Germany, also director Corning Glass and Swiss Aluminum;  Fred Kirby, the Woolworth heir who is chairman of the Alleghany Corp.;  and Archie McCardell, director of Honeywell, General Foods, and Harris Bancorp.

The presence of such well known political figures as Gerald Ford and Henry Kissinger illustrates the fact that what we know as Big Business is inextricably linked with the wielding of total political power in America.  The Central Intelligence Agency, known to its employees as The Company, and to those familiar with its operations as “The Central Investment Agency,” is headed by William Casey, who made a fortune while working with Leo Cherne at the Research Institute of America.  Cherne has long been associated with such leftwing institutions as the New School for Social Research in New York.  He was chairman of the board of Freedom House from 1946-75.  As head of the CIA, Casey has devoted much of his time to managing his extensive stock portfolio.  He was recently involved with one of his wartime OSS pals, Joe Rosenbaum, in a huge Mideast pipeline deal.

It is not coincidental that political power and international finance go hand in hand.  All economic problems are eventually solved by the barrel of a gun.  Money cannot own anything;  it can only serve as the medium by which to transfer ownership.  In the history of mankind, property has been transferred by the power of the gun perhaps as often as by any other technique.  This is the unspoken reason for the frantic struggle to enact gun control legislation in the United States.  As long as American citizens possess some 200,000,000 guns, the financiers have to put on hold their five thousand year old dream of seeing all of the world’s wealth fall into the hands of a small group of parasites.

The previously cited economist, William H. Meckling, has proposed that Congress and the state legislatures be abolished, and that all statutes be put to public referendum.  This “revolutionary” solution would return the world to the pure Greek democracy of some five thousand years ago.  It would also destroy the program of the parasites.  Meckling’s proposal to abolish Congress is somewhat redundant, because the Congress of the United States has had no independent existence since 1945.  It has been a rubber stamp Duma for the international financiers, and it has routinely enacted into law the most vicious acts against the interests of the American people.  The state legislatures have served as a rubber stamp for the financial interests since the Council of State Governments was set up by the Rockefellers in the mid-1930s.  Nevertheless, the American colony, although still under complete control, shows unmistakable signs of unrest, because of the ruthless war which has been waged against it since 1945 by the subversive interests.

A gun is being held to the heads of the American people.  Their reaction must take place before they are completely overwhelmed by the vast number of aliens whom the parasites are importing into the U.S. to carry out their final solution.  The parasites intend that these aliens shall make up 80% of the American population before the year 2000.  This will insulate the parasites against any possible reaction from the outraged American people.  An investment program must reflect these political developments that will offer higher taxes and inflation in the immediate future.


Who Owns The TV Networks ?
Exclusive Report by Eustace Mullins

Many observers have noticed the striking similarity of the programs offered to the public by the three “independent” television networks.  For the first time, we present a detailed study of the directors of the three networks, revealing their interlocking banking and industrial connections, indicating that, instead of three major networks, we actually have only one.

NBC, a subsidiary of RCA, has the following directors:

John Brademas, president of New York University, chairman of the Federal Reserve Bank of New York (which dominates the other Federal Reserve Banks by its control of the money market), and director of the Rockefeller Foundation.  Brademas has received the George Peabody Award (George Peabody established the Peabody Educational Fund which later became the Rockefeller Foundation), and he was named Humanist of the Year in 1978.

Cecily B. Selby, born in London England, national director of the Girl Scouts, director of Avon Products and Loehmann’s, a dress firm.  She is married to James Coles, president of Bowdoin College since 1952.

Peter G. Peterson, former head of Kuhn, Loeb Co., and ex-Secretary of Commerce.

Robert Cizik, chairman of Cooper Industries (sales of $1.5 billion), and director of RCA and First City Bancorp.  First City was identified in Congressional testimony as one of the three Rothschild banks in the United States.

Thomas O. Paine, president of Northrup Co., a large defense contractor.  Paine is a director of the influential Institute of Strategic Studies in London, director of the Institute of Metals, London, American Ordnance Assn., and many other professional munitions associations.

Donald Smiley, chairman R.H. Macy Co. since 1945;  he is also a director of Metropolitan Life and U.S. Steel, known as Morgan-controlled firms, and director of Ralston-Purina Co., and Irving Trust.

David C. Jones, president of Consolidated Contractors, director of U.S. Steel, Kemper Insurance Co.

Thornton Bradshaw, chairman of RCA, director of Champion Paper Co., Atlantic Richfield Oil Co., Rockefeller Brothers Fund, and the Aspen Institute of Humanistic Studies.

Although not listed as a director of NBC, Andrew Sigler is a director of its parent company, RCA.  Sigler is chairman of Champion Paper Co., and director of General Electric, Bristol Myers, and Cabot Corp. (which traditionally has had heavy CIA involvement).

Thus we find that NBC has many Rothschild and J.P. Morgan connections among its directors, who include the chairman of the key to our monetary control, the Federal Reserve Bank of New York and other directors associated with such Rothschild operations as Kuhn, Loeb Co., First City Bancorp, and the Institute of Strategic Studies in London.

ABC-TV includes among its directors not one, but two, directors of J.P. Morgan Co.:  Ray Adam, director of Metropolitan Life, Cities Service, Morgan Guaranty Trust, and chairman of the $2 billion NL Industries a petroleum field service concern;  and Frank Cary, chairman of IBM, director of Merck, J.P. Morgan Co., Morgan Guaranty Trust, and Merck Drugs.  Chairman of ABC is Leonard Goldenson who is a director of Allied Stores, and the Advertising Council, and Bankers Trust.  Other directors are Donald C. Cook, general partner of Lazard Freres banking house, director of General Dynamics, and Amerada Hess;  Leon Hess, chairman of Amerada Hess;  John T. Connor, of the Kuhn Loeb law firm, Cravath, Swaine & Moore, who was former Asst. Secretary of the Navy, president of Merck Drugs, U.S. Secretary of Commerce 1965-67, chairman of Allied Chemical from 1969-79, director Chase Manhattan Bank, General Motors, Warner Lambert, and chairman of J. Henry Schroder Bank, and Schroders Inc. of London;  Jack Hausman, vice chairman of Belden-Heminway, a large goods manufacturer which was founded by Samuel Hausman of Austria;  Thomas M. Macioce, chairman of Allied Stores, director of Penn Central and Manufacturers Hanover Trust, one of the Rothschild banks in the United States;  George P. Jenkins, chairman of Metropolitan Life (a J.P. Morgan firm), director of Citibank, which has many Rothschild connections, St. Regis Paper, Bethlehem Steel, and W.R. Grace Co.;  Martin J. Schwab, chairman of United Manufacturers, and director of Manufacturers Hanover, a Rothschild bank;  Norma T. Pace, who is also director of Sears Roebuck, Sperry, 3M and Vulcan;  Alan Greenspan, consultant to the Federal Reserve Board, director of J.P. Morgan, Morgan Guaranty Trust, Hoover Institution, Time and General Foods;  Ulric Haynes Jr., director of the Ford Foundation, Marine Midland Bank (which is owned by the Hong Kong Shanghai Bank), Cummins Engine Co., and the Association of Black Ambassadors.

Thus we see many J.P. Morgan and Rothschild associations among the directors of ABC which was recently purchased by Capital Cities Communications Co., whose chairman is Thomas S. Murphy.  He is a director of Texaco, whose most prominent director is Robert Roosa, senior partner of Brown Bros. Harriman, a firm with close tics to the Bank of England.  Roosa headed the “Roosa Brain Trust” at the Federal Reserve Bank of New York which produced Paul Volcker.  Roosa and David Rockefeller were credited with selecting Volcker to be chairman of the Federal Reserve Board.  John McKinley, chairman of Texaco, is director of Manufacturers Hanover Bank and Manufacturers Hanover Trust, identified as Rothschild controlled in Congressional testimony.  Other directors of Texaco are the Earl of Granard;  Willard C. Butcher, chairman of Chase Manhattan Bank;  and Thomas Aquinas Vanderslice, who is chairman of the electronics firm GTE, and a former Fulbright Scholar who is now trustee of the Aspen Institute of Humanistic Studies.

Of the three major networks, CBS is the pillar of the “Establishment.”  Its financial expansion for years was directed by Brown Bros. Harriman, whose senior partner, Prescott Bush, was a longtime director of CBS.  (His son, George, is now Vice-President of the U.S.)  When General Westmoreland sought to recover damages from CBS for a vicious personal assault on his reputation, Westmoreland seemed certain to win a stunning victory, until CBS brought in former CIA officials who testified that Westmoreland’s claims had no basis.  George Bush was formerly head of the CIA.  Westmoreland surrendered, and withdrew his suit.

Ted Turner’s expressed intention of buying control of CBS was applauded by millions of patriotic Americans, who had endured its vicious assaults on decent Americans with no means of protest.  However, Turner’s campaign was viewed in London as a direct attack on the power of the Bank of England and its American subsidiary, Brown Bros. Harriman.  Turner was finally deterred from his goal by a clever maneuver which diverted him into purchasing MGM-United Artists, one of whose directors is Alexander Haig, former White House intimate and Secretary of State, later chairman of United Technologies.  Turner believed he was buying MGM’s extensive library of films for his WTBS channel, but the Wall Street Journal later chortled that he had been tricked, and that most of the film library had been sold before he negotiated for MGM.  To finance his purchase of MGM-United Artists, Turner intended to borrow $1.5 billion through Drexel Burnham Lambert, the American branch of Banque Bruxelles Lambert, the Belgian branch of the Rothschild operations.

CBS is a $4.5 billion a year operation, which banks through the Morgan Guaranty Trust Co.  William S. Paley, heir to a cigar fortune, has been chairman of CBS for many years.  To those who do not know of CBS’s many CIA and British Intelligence connections, he is supposed to run it as a one-man operation.

Directors of CBS are Harold Brown, who was Secretary of the Air Force from 1963-69, Secretary of Defense from 1977-81, and is now executive director of the Trilateral Commission;

Roswell Gilpatric, who has been with the Kuhn Loeb law firm of Cravath Swaine and Moore since 1931, and served as director of the Federal Reserve Bank of New York from 1973-76;

Henry B. Schacht, chairman Cummins Engine Co., director of AT&T, Chase Manhattan Bank, Council on Foreign Relations, Brookings Institution, and Committee for Economic Development;

Michael C. Bergerac, chairman Revlon, director Manufacturers Hanover;

James D. Wolfensohn, former head of J. Henry Schroder Bank;  Franklon A. Thomas, head of the Ford Foundation;

Walter Cronkite;

Newton D. Minow, director of Rand Corp., Pan American, Foote Cone & Belding;

Marietta Tree, director of Winston Churchill Foundation, Ditchley Foundation, U.S. Trust, and Salomon Bros.  She is a granddaughter of Endicott Peabody, founder of Groton, which trains America’s elite.  She married Ronald Tree, a high official of British intelligence, and godson of Marshall Field.  She and her husband gave an ancestral estate, Ditchley Park, to the Ditchley Foundation.  Located near Cambridge, it was W. Averell Harriman’s headquarters during World War II when he coordinated the partnership of Franklin D. Roosevelt and Winston Churchill, who actively disliked and distrusted each other.  They usually checked with Harriman before agreeing to any action.  The Ditchley Foundation serves as a conduit for instructions to many American groups from the Tavistock Institute, an arm of the British Army Institute for Psychological Warfare.  Marietta Tree’s career gave rise to the term “beautiful people,” to describe members of a glittering international set that represented the operations of the World Order.  She began working for Nelson Rockefeller in 1942, and later served as Ambassador to the United Nations.

One victim of the CIA-British Intelligence operations at CBS was Roger Mudd, generally considered the brightest star among television reporters.  A direct descendant of Dr. Samuel Mudd, who spent years as a political prisoner after the Civil War, Roger Mudd had a brilliant 19 year career at CBS, but was passed over as successor to Walter Cronkite in favor of Dan Rather.  The excuse was that he was not “vicious enough,” but the real reason was that he had “sand-bagged his chances” (according to the Wall Street Journal), in 1980 when he conducted a revealing interview with Teddy Kennedy which destroyed Kennedy’s chances of being elected President.

Because of continuous Tavistock Institute - British Army Institute of Psychological Warfare control over the major television networks in the United States, ABC, CBS, and NBC present many programs heavily slanted in favor of psychiatry.  They also emphasize the current “liberal” preoccupation with racial integration, crippled persons (who represent less of a threat to the mewling parasites), sports programs, and jiggle shows (also known in the trade as “t and a shows”).

Although the three networks are supposedly in bloodthirsty competition with each other, viewing of the daily evening news programs reveals that each of the competing networks shows exactly the same items of news each evening, usually in the same order.  Almost all of the “news” stories are propaganda items intended to further current World Order goals.  The only variations permitted in the iron control over network TV news is the final item, which is a “human interest” story.  It usually praises a child who has collected considerable sums of money for UNICEF, or some other World Order operation.

For many months, the three “independent” networks have emphasized a hate campaign against South Africa on their evening news presentations.  One could hardly believe that they are attempting to “conquer” South Africa for the World Order, because the Rothschilds and Oppenheimers won control of the rich South African gold and diamond fields in the Boer War of 1899.  Today, DeBeers, the diamond monopoly, is operated by Oppenheimer and the Rothschilds, as is the gold mining, exemplified by their ownership of the giant Anglo-American Corp. of South Africa, Ltd.  Apparently, the parasites would like to exterminate the Boer population of South Africa, which has lived there for three centuries, and replace it entirely with black workers.  Some observers might call this “genocide.”  Each evening, the three networks outdo each other in their campaign of vilification of the white citizens of South Africa.  The rioting and looting committed by the blacks, as well as the vicious murders of their fellow blacks, are glossed over by the news reports as inevitable results of “white oppression.”  As usual, there is a more immediate benefit gained from this continuous propaganda barrage.  The Rothschilds have profited enormously from currency speculations in the rand, i.e. the South African dollar.  In a few months, they were able to drive the rand down from a value of $1.35, to thirty-five cents, selling short all the way.  On September 2, 1985, they ran it back up to a full ten cents, from thirty-five to forty-five cents.  This might seem small change to non-investors, but it has paid off handsomely for the speculators.  The fact that the network hate campaign continues unabated suggests that there is still plenty of money to be made in the rand.

On July 31, 1985, the Chase Manhattan Bank announced it would not renew any loans to South Africa.  Businessweek, Aug. 12, 1985, reported that this threw South African business into a panic.  The bankers then demanded that South Africa give blacks the vote.  Gavin Relly, chairman of the giant Oppenheimer-Rothschild conglomerate, Anglo-American Carp., tried to force Botha’s government to acceded to these demands.  Botha refused.  Relly then went to Zambia to negotiate with the Communist-dominated African National Congress, preparatory to turning South Africa over to them.

The similarity of the major networks evening “news” programs has given rise to a report that, each day, a list of ten or twelve “acceptable” news stories is prepared by British Intelligence in London for the networks, teletyped to Washington, where the CIA routinely approves it, and then delivered to the networks.  The “selectivity” of the broadcasters has never been in doubt.  Edith Efron, in “The News Twisters,” (Manor Books, N.Y., 1972) cites TV Guide’s interview with David Brinkley, April 11, 1964, with Brinkley’s declaration that “News is what I say it is.  It’s something worth knowing by my standards.”  This was merely vainglorious boasting on Brinkley’s part, as he merely reads the news stories previously selected for him.

Efron concludes this important book, which was refused by all the major New York publishers, as follows:

The networks actively slanted their opinion coverage against U.S. policy on the Vietnam war.

The networks actively slanted their opinion coverage in favor of the black militants and against U.S. policy on the Vietnam war.

The networks largely avoided the issue of violent radicals.

The networks actively favored the Democratic candidate, Hubert Humphrey, for President over his Republican opponent, Richard Nixon.

Efron could not foresee in 1972 that, having lost the election to Nixon, the networks would engage in a successful bid to negate the election and drive him from the White House through their trumped up “Watergate” campaign.

It seems incredible that there are literally thousands of interesting and vital news items from all over the world available to the networks’ evening “news” programs, and yet they are restricted to the ten or twelve stories approved by London.  The American public has known for years that something was amiss.  As cable programs became available, there were mass defections from the networks propaganda vehicles.  Some authorities report that the three networks have lost 40% of their viewing audience, although they are desperately trying to conceal this.  If forced to revise their advertising rates according to their actual viewing audience, they would be technically bankrupt, as their revenues would not cover operating expenses.

Television is a medium of light.  It is a reflection upon all of us that we have allowed it to be taken over by the forces of darkness.  What has been taken from us can be regained.  Taxation is the medium by which the parasites maintain economic control over us because we refuse to admit the obvious fact that “TAXATION IS THE PRICE WE PAY FOR IRRESPONSIBILITY.”

We advise Americans to go to the United States Attorney and ask for an investigation of Criminal Syndicalism.  We have exposed in great detail the interlocking Rockefeller Foundation, Ford Foundation and Federal Reserve control of television and the goals of the World Order which they espouse.  There are adequate laws on the books which forbid all of these activities.  Corpus Juris Secundum 46, Insurrection and Sedition, sec. 461c, “Sabotage and syndicalism aiming to abolish the present political and social system, including direct action and sabotage.”  Corpus Juris Secundum 46:462b, “Statutes against criminal syndicalism apply to corporations as well as to individuals organizing or belonging to criminal syndicalist society;  evidence of the character and activities of other organizations in which the accused is a member or is affiliated is admissible.”  This means that any of the networks presenting a program inimicable to the interests of the American nation, and socking to change its character to that of a “1984” style dictatorship, can be charged under the law of the United States.

Corpus Juris Secundum 22A identifies Criminal Syndicalism: “In a prosecution for being a member of an organization which teaches and abets criminal syndicalism, evidences of crimes committed by past or present members of the organization in their capacity as members is admissible to show its character,” People v. LaRue, 216 P 627 CA 276.  This means that you can introduce into a charge of criminal syndicalism any information about activities of any organization with which any director of any television corporation is involved.  LOOK INTO IT !


En in wiens handen zijn de banken die verantwoordelijk zijn voor de huidige crisis?


@Rebirth
Wat een overvloed aan informatie!
Vragen blijven m.i.:
- wie zijn deze ‘joden’?(ras? geloof?)
- hoe zit de machtsverhouding met niet-joodse machthebbers b.v. Koningin van Engeland, NL : deze gebruiken joodse symbolen en claimen soms joodse afkomst
-is er sprake van bepaalde genetische kenmerken?
- werken deze ‘joden’voor een andere groep die meer aan het gezicht onttrokken is?
-wat is de link tussen deze ‘joden’en de blanke noord-europeanen die de wereld hebben veroverd…

In Frankrijk, waar ik vroeger gewoond heb, werd vaak geklaagd over de macht van de joden, Rothschild etc. Dat vond ik eerst vreemd, het leek me antisemitisme( Nederlandse opvoeding..).Ook toen werd al duidelijk verteld dat alle overheidsposities etc in “de verkeerde handen"waren


@Rebirth,

Dank voor je uiterst interessante en uitgebreide informatie! Werkelijk een toevoeging. Eigenlijk een artikel binnen een artikel. Was continu in touw en had nu pas tijd je commentaar uitgebreid te lezen. Ik denk dat als we echt achter de schermen zouden kunnen kijken dat we ons realiseren dat we slechts een tipje van de ijsberg hebben ontsluierd. Als je inderdaad de relaties ziet en waar alle lijnen steeds naar toelopen dan is dat verbazingwekkend. Dat viel me ook op toen ik het laatste deel met de Rothschild bemoeienissen schreef en de connecties met Nederland. We zitten er hier in dit land tot over onze oren in. (Overigens is het laatste deel van mijn noten weg komen te vallen. Misschien zet ik ze er in de commentaarsectie bij zodat mensen zelf nog dingen na kunnen zoeken).


@Mistelf

Men zegt ook wel eens dat Echnaton of Achnaton en Mozes die de Israëlieten uit Egypte leidde, dezelfde zijn. Ik geloof dat onderzoeksjournalist/egyptoloog Ahmed Osman dat ook zegt. Net als wat ik tegen Rebith al zei: ik geloof dat zaken veel dieper gaan dan wij ons realiseren. Ook op het gebied van de herkomst van religie. Heb dat al een beetje proberen aan te stippen in dit artikel: http://www.anarchiel.com/display/macht_en_religie_de_sublieme_combinatie

Wat een interessante zoektocht! Ook bijzonder dat iedereen zijn eigen stukje van de puzzel aandraagt om he beeld compleet te krijgen.


Helaas zijn de laatste noten weggevallen. Daarom hierboven bij comment 4 alsnog voor degenen die iets willen nazoeken. (Hyperlinks deels achterwege gelaten):


Zelden heb ik zulk historisch fout verhaal gelezen. Enkele feiten worden geplaatst en met pure fantasie aangevuldt gevolgd door volledig onlogische conclusies. Balans met het echte verloop van de desbetreffende geschiedenis is volledig absent het is daarom composite onzin.


@bruno

Enig uitleg zou fijn zijn.

Of waarschijnlijk gelooft u meer in de magische plaat genaamd flatscreen TV waar dan zeker wel historisch correcte verhalen worden verbeeld.

En er was natuurlijk ook geen Rothschild betrokken bij de overname van ABNAMRO door Barclays net voor de aanloop naar de crisis.. of toch wel?

http://www.thesundaytimes.co.uk/sto/business/article64547.ece


Commentaarpagina 1 van 1



U dient ingelogd (Login) te zijn om een opmerking te kunnen plaatsen.



Homepage