0  1  2  3 

Stoelendans Met Containerbegrippen

Men zou in de politieke links-rechts verhouding een vorm van polarisatie kunnen zien. Zwart/wit-denken is een kwaliteit die ik vooral toeschrijf aan de cognitie op de rechterflank. Dit is daarmee wat de linkerzijde tegenover zich treft. Polarisatie versus nuancering. Hoeveel standpunten telt u hierin?


De vertaalslag van de fenomenen in de wereld naar woorden verloopt verschillend. Aan deze zin kunt u al zien dat ik genuanceerd ga zijn. Maar niet te! Ik blijf niet bezig! Dat is een zwakte van links.


Rechtse mensen zijn gelovigen. Absolutisten in begripsvorming. Woorden zijn dan glashard representatief voor werkelijkheid. Detail is hierin niet gevraagd. Conclusies in zichzelf. De nuance van een vlag. Containerbegrippen als eenheden. Verrekend. Cognitief collectivisme.


Ras


Ras is een rechts thema. Gelukkig niet een thema van alle rechtse mensen. In de extreemrechtse hoek vinden we een uitvergroting van rechtse cognitie.


De oppervlakkigheid van het containerbegrip is nergens zo duidelijk als in raciale “kwestie”. De conclusie voorop en daarna geen vragen meer stellen.


Huidskleur is een indicator van de hoeveelheid Uv-straling, van de zon, op het aardoppervlak. Bij de hoogste waarden zijn mensen het donkerst. Natuurlijke barrières doen de rest. De genetische informatie hierover verspreidt dan niet. Galapagos is overal.


Naast de hoeveelheid zonlicht zijn er veel omgevingsfactoren die de mens vormen. Zo zullen er subtiele verschillen zijn tussen inlandse en zeemensen zijn. En bosmensen en woestijnmensen. Tussen bergmensen en laaglandmensen. Subtiele inwerkingen op de stand van de oren en ogen, spiervorming en meer. Veel meer. Stofwisseling verloopt anders. Aziaten kunnen vaak niet tegen melk. Kenianen rennen harder. Zuid-Amerikanen, als product van migratie door bottlenecks, hebben bijna uitsluitend bloedgroep O.


Er is dus geen rassenonderscheid te maken. Huidskleur is betekenisloos, niet af te bakenen, en slechts een aspect van een onnavolgbare smeltkroes van kwaliteiten. Rasindicatie op grond van huidskleur is niet alleen betekenisloos. Het is ook fout omdat alle andere onderscheiden niet zijn meegenomen. Selectieve waarneming. Wie onderscheid maakt op huidskleur zou dat ook moeten doen op grond van bloedgroepen, oorlellen, penislengte, latexallergie en meer. Veel meer. Het meest ergerlijke aan racisten is hun luiheid die zaak werkelijk aan te pakken; eens goed te muggenziften. Graag zou ik ze veel succes wensen.


Net als “raciale kenmerken” is ook “succes” nogal afhankelijk van de omgeving. Europa’s succes is geheel het gevolg van het landschap. Veel rivieren, weinig grote barrières, gematigd klimaat, löss overgewaaid uit China. En veel bomen, duizend jaar geleden, als resource. Zelfs de grillige vorm met veel zee is een voordeel. Hout drijft. Ofwel: aan Siberië heb je niets. Zelfs geen ras. Een bevroren plaat korstmos.


De Europese mens is ontwikkeld in het spanningsveld “het is koud maar ik kan hout op het vuur gooien.” Zowel de druk op het overleven als als de mogelijkheid tot handelen hebben tot de productiviteit en inventiviteit geleid. Anders gezien: als de afrikanen de industriële revolutie hadden uitgevonden, dan zou ik ze echt oliedom hebben gevonden. Daarbij zou ik alleen verbaasd hebben kunnen vragen: waarom? Wat dreef ze?


Ras. Een woord. Een kleur. Ras, als biologisch begrip, is niet van toepassing op de mens. Schapen en koeien zijn verschillende rassen. Het is geloof in een woord. Een label. Als het kleurtje zelf. Maar het bestaat niet. Ras is een verzinsel.


Zo is het met alle woorden en begrippen. Als men dichterbij of van verderaf kijkt blijft er niets van het fenomeen over. Zoals een “boom”. Op zichzelf bestaat het niet. Het heeft onderdelen, bestaat in een grotere gehelen en is geëvolueerd. Al snel zijn meer algemene aspecten genoemd, die niet typerend zijn voor een boom. Koolstof en DNA. Alle planten hebben wortels.

 


Islam


Een hot item onder de rechtsleunende medemens is de islam. Een zeer rechts geluid voert de boventoon, het afgelopen decennium, van Californië tot Pakistan, via Den Haag. Rechtse mensen haten rechtse mensen. En dat kan ik best begrijpen. Conservatisme. Conservenblikken laten zich slecht mengen. Het beeld dat als algemeen is aangenomen is het extreemrechtse profiel van islam. Militaristisch en reactionair. Een doorgeslagen vorm van tendensen in andere rechtse gemeenschappen.


Een belangrijke centrale boodschap van veel religies is: “Jullie zijn allemaal full of shit.” Een centrale probleemstelling in religies is religie. Niet zozeer andere religies maar het eigen geloven. Inherent aan de monotheïstische god is in niets te geloven. Bijna niets, met het laatst overgebleven als ongrijpbaar. God meldt: geloof in niets. Niet in gouden kalveren of praatjesmakers. Niet in uw comfort of beautycase. Houd niet vast aan geschiedenis, deze aardse werkelijkheid en continuïteit daarvan. Geloof uw liegende ogen niet. Spring niet door de brandende hoepels van de circusact die religie is, is de boodschap van religie. Christendom en islam zijn sterk deze vorm van kritiek op joods traditie, die in zichzelf voortbouwt op de probleemstelling. Geloof niet in woorden.


Nietzsche stelde dat ieder geloof dom wordt. Het initiële idee kan helder zijn maar erodeert en raakt ondergesneeuwd. Als psycholoog vond hij de joods leefgemeenschap het meest neurotisch en dichtgetimmerd. Keurslijven maken hysterisch. Jezus zei: zoek waarheid meest rigoureus. De bijbel is dus geen waarheid. Het is een boek. Een enorme beperking. Dode letter.


Christendom en islam zijn reacties op traditionalisme. De religies zelf zijn “beeldenstormen”. Het iconoclasme in islam is daar een sterke uitdrukking van. Ik vermoed ook de achtergrond van het verbod op afbeeldingen maken van de profeet. De problematiek van deformatie die ontstaat bij het maken van een beeltenis heeft lange geschiedenis. Het is centrale problematiek van religie: religie zelf. Het geloof aan de dingen. Eventueel religieuze dingen. Maar ook geloof aan, bijvoorbeeld, auto’s.

 


Woorden


Het rechtse verstand heeft een andere fenomenologie. Het is convergerend, waar het linkse denken divergerend is. Als inductie tegenover deductie in begripsvorming. Het is zichtbaar aan de clichés. Verschillende vormen van dansen om de vlag. Uiterste conclusie. Containerbegrip. Kroon, strikte wet, uniformen. Conservenblikken. Geen thema’s van links. Zoals ras en religie dat ook niet echt zijn. De fenomenologie van rechts is collectivistisch, met labels. Links kijkt meer naar omstandigheden en individu. Te begrijpen door de verschillende benadering van “crimineel” door de flanken. Zero tolerance is de contractie, naar een dik omlijnd punt, in rechtse begripsvorming. Van links komen de verzachtende omstandigheden.


Linkse mensen kunnen rechtse mensen alleen maar teleurstellen. De harde lijnen bestaan niet. De aangenomen eenheden, onder de labels, zijn ficties. Kijk eens een tijdje naar een vlag en raak ervan doordrongen dat het arbitraire nonsens in de wind is. De enige connectie is met een paal. Een lap stof met kleuren. En zo is het met veel lijnen in de rechtse begripsvorming. En ook woorden. Het is gezwaai met vlaggen.


Wilders is de grootste gelovige in islam. Eenduidig. Inspirerend voor rechts in het algemeen, met wat omgekeerde psychologie. In mijn perceptie kan hij nauwelijks samenhangende uitspraken doen.  Hier is de negatieve kant van deze te eenduidige manier van de dingen in de wereld benoemen zichtbaar. Het leidt tot objectivering en reductionisme. Zo makkelijk als om de vlag is gedanst, zo eenvoudig werpt met iets dat benoemd is als vod weg. Dan is wel de betekenisloosheid van de eigen holle fenomenologie tot op zekere hoogte begrepen: dat wat men in het verstand bevat omdat er een woord voor is heeft geen inhoud. Het is ongedifferentieerd en bestaat niet in een netwerk van werkelijke verbanden. Projectie dus. Daarmee heeft het gelabelde geen inhoud. En het neemt al snel karikaturale vormen aan. Zo is Wilders, onder andere, de grootse gelovige in islam.


Ik zie in Wilders een vleesgeworden karikatuur die karikaturale voorstellingen uit, op abstract niveau. Opvallend is dat hij ook van de ander karikaturen maakt met begrippen als “kopvoddentax”. De rechtse platitudes voorbij. Grimmige karikatuur. Joop Klepzeiker voorbij.


Dit karikaturale zet Wilders in het extreemrechts denkraam. Het versimpelen van de wereld met labels, als tendens in het rechtse verstand, als omlijning van complexe zaken, en ze zo als eenheden te gemakkelijk verrekenend, is doorgeslagen. Geen harde lijn maar vlekkerig. Met de haast van rancune neergezet. Geen harde omlijning van begrippen maar wel, overtreffend, de hardheid in duiding.


Het rechtse verstand wil de dingen onder noemers brengen. Linguïstisch collectivisme. Afgebakende pakketjes. Waardevast. In affirmatie, het dansen om “de vlag”, als in afwijzing, waarbij sterke devaluatie kenmerkend is. De relaties waarbinnen de duidingen bestaan lijken niet onderwerp. Zero tolerance is een andere manier van keurslijf zeggen. Dikke omcirkeling. Er zit geen lucht tussen, er zitten geen eindjes aan.


Wanneer ik u vraag aan “wolken” te denken, dan zien veel mensen andere dingen voor zich. Misschien ziet u schapenwolkjes of stapelwolken met blauwe lucht. Een ander bedenkt een grijs wolkendek. Of iemand ziet ze vanuit een vliegtuig. Het woord wolk staat voor een dynamische toestand. Geen wolk bestaat twee keer, als vorm. Soms hebben wolken geen duidelijke rand. Waar begint en eindigt de wolk? Het rechtse verstand lijkt bij begrippen Platonische idealen te hebben. Als ergens een woord voor is, dan bestaat het zo. Schapenwolkjes! Allemaal! Altijd. Van gebrek aan relativering tot de lompe karikaturen van Wilders.

 


Gelovigen


Rechtse mensen zijn gelovigen. Niet alleen zijn er op die flank de religieuze hardliners. Ze nemen gemakkelijk veel gegeven conclusies ter hand. De woorden zelf als definitieve bepalingen. Maar “ras” is helemaal niet van toepassing op de mens, zoals hierboven als voorbeeld gegeven. Toch blijft men stug naar deze fictieve harde afbakening staren. Ik denk dat dit onderscheiden een vorm van zoeken naar de eigen autoriteit is. Het onderscheid zal niet snel boeddhistisch benaderd zijn: “dit is anders dan dat, so what.” De intentie is hiërarchisch en laat geen glijdende schalen en relativisme toe. Het geldt voor veel rechtse clichés. De clichés zijn in hoge mate representatief, juist omdat erin geloofd wordt.


Voortvloeiend uit dit geloven komt, paradoxaal, een utilitaire benadering van het bestaan. Woorden zijn hard als tandwielen en niet wolken, gezien onder verschillende hoeken. Het taalgebruik heeft een gekwantificeerd karakter. Vraag Rutte naar welzijn en hij zegt: banen, banen, banen. Maar ook rechtse religieuze mensen zijn sterk utilitair ingesteld. Procedureel. Autoritair gestructureerd. Handel in containerbegrippen.


Van Mohammed mogen geen afbeeldingen gemaakt worden en boeddhisten stellen voor maar helemaal te zwijgen. Want iets aanwijzen, duiden, is deformatie. Bent u de naam die u hebt? Dat is toch te min. Bent u wel eens twijfelachtig gelabeld? Hoe voelde dat? Kwam de grootse razernij in u op? Of hebt u zich gewillig laten kruisigen? Stigma.


De religies hebben het al duizenden jaren begrepen. Geloof in niets. Sommige stromingen zijn er een uiterste expressie van. Zoals de Aghori in India. Ze ontkennen alle waardebepalingen. Hebben niets, verlaten familie, eten afval, drinken uit een oude schedel en beschilderen zich met as van doden. Het deert niet want niets heeft waarde op zichzelf.  Het is zo, provocerend, uitgedragen en het doel is onthechting van de algemene normen. Geritualiseerd, alweer. Een uitvergroting van een essentie in veel religies. Jezus bedankte in een deal voor de hele planeet. “Geef mijn portie maar aan Fikkie.” Maar ook in modern denken en filosofie is de inherente waardeloosheid erkend. Filosofen bevragen hoe woorden duiden, oordelen zijn. Wetenschap doet niet aan waarheid maar aan modellen. Dubbelblind.


Niets is wat het lijkt. Het begrip ras is er een makkelijk voorbeeld van. Dat woordje moet als voorbeeld dienen voor alle woorden. Wie eenheid onder een vlag vermoedt is niet goed wijs. Ieder woord is een vooroordeel. Iedere gestalte een idool. Ideaalbeelden. Illusies.


Of u nu wel of niet iets tegen de islam hebt: maak geen afbeelding van Mohammed. Geloof er niet in. In omlijningen. Dat is heel verstandig.


Wanneer een conclusie is gegeven voordat de feiten ingezien zijn, dan blijft die eerste indruk hangen. De conclusies zijn omarmd. Men danst om een heiligenbeeld, een vlag, een label met een woord. Containerbegrippen.


Geloof in niets. Dans om niets.

 

 

 

 

 


Uw commentaar

De RSS-feed van de commentaren op dit topic  



Homepage