Een lastig probleem dat de anarchisten, en de mensheid in het geheel, plaagt is fascisme. Bij dit woord is snel gedacht aan zwart/wit foto’s met bergen uitgemergelde lijken. Een wat meer genuanceerde kijk is dat het een economisch model betreft. Dat heeft al een andere connotatie dan die van groezelige afbeeldingen van slachtpartijen. In dit artikel neem ik een andere invalshoek: linguïstiek. Hoe gebruiken we woorden en hoe leidt dit tot fascistoïde aannamen.
We kunnen de wereld alleen beschrijven met de woorden die we hebben. Wanneer een fenomeen niet benoemd is, is het moeilijk te herkennen. Als ergens geen woord voor is, heeft het denken ook weinig aanknopingspunten en weerstand. Ergens wel een woord aan geven maakt ook blind, omdat gegeneraliseerd kan worden. Woordfascisme. Iets anders dan de hobby van een grammar-nazi. Dictatuur = woorden.
Dit schrijven kan in het verlengde gezien worden van de “nieuwspraak”. Een thema in 1984, van George Orwell. Ik vond het de meest relevante rode draad in het boek. We zijn per definitie gevangen in de mogelijkheid gedachten te kunnen construeren.
Ik heb het over alle woorden in het algemeen. Maar wat betekent fascisme? Het is afgeleid van fasces (latijn) en betekent bundel. Het symbool is een bundel takken met een bijl in het midden. Het staat voor gewelddadige overheersing (over een massa).
Fascisme betekent niet wat in het algemeen is aangenomen. De fasces kan gezien worden als schematisering van een organisatieprincipe. Noem het een flowchart. Het is behoorlijk abstract. Een idee. Geen gelaarsde marcherende heren. Hoewel dat wel een duidelijke afspiegeling van het idee is. Uniformen, hiërarchische structuur en geweld zijn precies die bundel stokken.
Woorden. Ze zijn niet absoluut. Wie zich heeft verdiept in anarchisme, weet hoe een woord gekneed kan worden. Betekenissen zijn rekbaar. Het is lastig voor een mens zich in de ander te verplaatsten. Zelfs bij slechts een enkel woord heeft iedereen eigen associaties. Betekenissen van woorden zijn geen harde waarheden maar vage wolkjes, van meerdere kanten benaderbaar. Bundels van betekenissen.
We zijn er allemaal wel eens getuigen van geweest hoe twee mensen volstrekt langs elkaar praten. Beiden gefrustreerd want ze zijn zo precies. Dat aanhorend zouden we misschien iemand gelijk willen geven en de ander diskwalificeren. Het lijkt alsof er, met al die woorden, toch waarheden zijn. Is het niet vaak de balans tussen genuanceerd en generaliserend, die doorslaat? Dat is nog geen objectieve realiteit.
Het is nog erger. Woorden zijn paradoxaal. Die vage wolken hebben de kwaliteit van een gordiaanse knoop. Niet de kwaliteiten van de fasces. Paradoxaal is het woord anarchisme. Zonder leider, zonder overkoepelend principe, maar met de grootste noodzaak universele uitgangspunten te vinden. Want leidt niet iedere trotse staat tot gedomesticeerde imbecielen? Ook zo een weinig geanticipeerde tegenstelling.
Woord-fascisme. Plat racisme maakt het goed duidelijk. Het begrip is onjuist want verschillende rassen kunnen onderling niet voortplanten. Maar dat terzijde. De verdeling van huidskleur is een glijdende naar intensiteit van de zon. Je kunt het zien gebeuren als je zelf even in de zon zit. Bruin. Mensen kunnen behoorlijk zwart worden. Of behoorlijk wit. De complicaties die dat met zich meebrengt zijn moeilijk te bevatten voor wie even in de zon heeft gezeten. De tegenstelling zwart/wit is meer absoluut dan die van primaire kleuren als blauw en rood. Zwart absorbeert alle licht. Wit reflecteert het. Natuurkundige principes. Behoorlijk absolute verschillen die betekenis van verschil in huidskleur cachet geven. We kunnen nu “zwart” zeggen, een woord op een pot verf, en een cascade van betekenissen en emoties erbij hebben. En het gaat nergens over.
Ieder woord is een verzamelnaam. Er lijken kantelpunten te zijn. Een verzamelnaam kan generaliserend worden. Of beledigend. De moslim-hype is daar een goed voorbeeld van. De toekenning van de noemer moslim is zowat gelijk aan de toekenning van nationaliteit en huidskleur. Willekeurig en feitelijk weinig zeggend. Wie moeite heeft met de principes van deze culturele overdracht heeft zal ook bezwaren tegen het arbitraire gegeven nationaliteit moeten hebben. Zich niet in de kleuren van de vlag willen hullen. Het tegenovergestelde zien we. Het woord moslim kan haast niet als duiding voor een religie gebruikt worden. Het is meer afkomst van een cultureel continent. Zoals Europeaan. Ik denk dat die hoofddoeken ook meer met intensiteit van zon dan met religie te maken hebben. Russen droegen ook geen bondmutsen omdat communisme. Toch een welkom gegeven in de karikatuur. Woorden zijn karikaturen. Gedrochten. We kunnen ervan schrikken.
Moslims zijn onderling nogal fundamenteel verdeeld. Centrale kwestie is of de afstammelingen van Mohamed nog een vinger in de pap mogen hebben. Religieus feodalisme. Tegenstanders hebben een meer spiritueel begrip van de de boodschapper. Maar veel mensen onder de noemer moslim zullen haast niet praktiserend gelovig zijn. En hoeveel praktiserend gelovigen begrijpen de boodschap niet? Het woord moslim zegt niets. Maar er wordt geloofd in dit woord alsof er minder licht vanaf komt dan bij zwart. Alsof men feitelijk is. Net als in christendom zijn er veel fundamentele scheidingen in begrip en toepassing, of naleving, van religieuze geboden. Woorden als christendom en islam zijn betekenisloos op individueel niveau. En de twee religies bestaan niet los van elkaar. Men kan beter niet geloven in een religie, overkoepelend begrip, maar weten dat ieder los woord niet geloofd kan worden, als zijnde waarheid. Heeft iemand wel eens “Ja” tegen u gezegd en iets heel anders bedoeld? Ik bedoel maar. Twee letters. En is God niet de eerste die in verhulde termen spreekt?
Geloof kan ook in een hol begrip zijn. Terrorisme is een goed voorbeeld. Een rekbaar kader dat iedereen kan passen. Het kan deels ingetekend worden en verlegd worden. Afgelopen decennium hebben we kunnen zien hoe het met enkele grove penseelstreken is gekleurd en hoe het tot een transformatie in pinnen en buitenland, naar de lijnen van de polarisatie: westen en het “moslim-continent”.
Terrorisme wordt ingekleurd met een verzameling generalisaties. Al snel visualiseren of bedenken we, bij de huidige narratief, fenomenen als “vlag”, “land”, “religie”, “huidskleur”. Verzamelingen van mensen die onderling weinig overeenkomsten hebben. Zelfs al zou ik mij hullen in de vlag, dan wil dat nog niet zeggen dat ik daar dezelfde waarden aan hecht als een andere bewoner van dit grondgebied, die dat ook doet. Misschien heb ik teveel belasting betaald om nog kleren te kunnen kopen. Het begrip terrorisme streeft ernaar niet gedefinieerd te worden. De vraag “hebt u het koud?”, mag niet gesteld worden aan wie gekleed is in vlaggen en dergelijke. De conclusie “...dus u wilt eigenlijk een moestuin!”, mag niet getrokken worden.
Ik denk dat de echte fascisten gelovigen zijn. Gelovigen in woorden. Het maakt ook niet uit wat. Gewichtloos hangen ze in egospace. De begrenzingen worden constant genoemd. Kleuren zijn goed genoeg. De luiheid van het verstand. Altijd zoekend naar de grotere generalisatie om gerust de ogen te sluiten in de comfortzone. Voedend op ressentiment. Onbegrip! Maar men heeft zelf de amorfe begrippen gekozen. Moslims.
Dit schrijven begint bijna een kleur te krijgen. Alsof ik dit of dat over moslims zou vinden. Natuurlijk niet. Mensen geloven in alle woorden. Laat het woord “belasting”eens een tijdje over de tong rollen. Ik hoor op de radio reclame over auto’s met na alle extra’s x procent “bijtelling”. Een woord hoeft niet meer te betekenen wat het is. Bijtelling: plus, meer, extra. Hoeveel vanwege wat? En u zal hem accepterend betalen: de omdat-afdracht. Het heeft alleen een iets beter naam nodig.
Mensen hebben uit zichzelf al de neiging te geloven in kretologie. Manipulatie moet de mogelijkheid tot projectie open laten. Hoeveel Amerikanen hebben de afgelopen jaren niet gedacht: “dit is niet mijn invulling van change”. Dat was te verwachten door iedereen die wat vastere waarden weet te doorgronden. Change is een hol begrip. En u wilt het. Vandaag nog. Al snel zijn uw gedachte bij tropische bestemmingen met een aantrekkelijke, vlotte, partner. “Change.” Het getuigt niet van een focus in visie, als politieke speerpunt. Die cognitieve kwaliteit was ook niet verwacht bij de lezer. Niet als suggestie gegeven.
Projectie kan alle richtingen op. Hangjongere is inmiddels ook terrorist. De huidskleur lijkt daarbij af te geven. Bij Wilders weet ik ook nooit of hij het heeft over algemene randgroepjongerenproblematiek of over zijn grove generalisaties, briljant in de inherente psychotische eigenschap daarvan, over moslims. Het lijkt allemaal hetzelfde. Een nog grover bij elkaar vegen. Iemand als Wilders heeft zo een berg nodig op deze vervolgens te beklimmen. De grote begrippen doen hem verheffen. Hij tegen de moslims. Hij spreekt ook steeds van hem en de berg. Hij heeft de berg nodig. En zelf gekozen. Een berg losse associaties onder één noemer. En mensen staan ervoor in kijkfile naar de stembus. Woorden. Bij voorkeur zo min mogelijk. Net als het stembiljet, uw inspraak. Het is niet veel “stem”, dat stemmen. Woorden. Wie gelooft daarin?
Ik gooi het, afsluitend, over een andere boeg. “Werkgever en werknemer”. Dat is ook suggestief. Kinderen begrijpen het nog wel eens omgekeerd. Spreken ze de waarheid? Het impliceert subtiel een hiërarchische verhouding. Bijt u de hand die u voedt, die geeft? Eigenlijk is het een handelsverdrag tussen twee entiteiten. Men koopt van mijn arbeid. Daar zijn nog wat specificaties en beperkingen te benoemen. Als u een bepaald bedrag in een apparaat investeert weet u ook wat u ongeveer mag verwachten. Ik kijk nogal evenwichtig liberaal en zakelijk naar mijn arbeidsverhoudingen. Maar werkgevers zijn verstrikt in kolder, in het hoofd. Tegen achtergrond van organisatie, rechtspersoon en loonschaal vermoedt men een volledigheid. Autoriteit. Ook geloof in woorden. Bedrijven investeren daarin. Mensen zullen het bedrijfsuniform, logo en slogan verdedigen al was het volk en vaderland. Zelfs als ze in staking zijn tegen de wantoestanden. Als het verband benoemd kan worden gaat men door het vuur. Stockholm syndroom. De belangrijkste reden dat ik er geen heb. Niet alleen de gemiddelde geüniformeerde werknemer gelooft in de fictie. De eigenaar ook. De generaliserende oordelen over de mensen van wie de persoonlijkheid is gestolen, in bedrijfskleding, zijn die over het functioneren van het eigen bedrijf. De schematisering van de bedrijfsstructuur wil ook maar enkele woorden. Zeker bij rimpels. Daadkracht. Ook zo een hol begrip, verslonden.
Autoriteit is woorden bedenken. U kunt ook specialist worden door een beroep te bedenken. Als u goed kiest is er weinig inspanning nodig om tot de wereldtop te behoren. Als u begint met wat professionele duidingen achter elkaar te proberen, komt u al een eind. Senior executive… Het bundelen van betekenissen. Toegevoegde waarde.
Voorrijkosten. Ook zo een walgelijk woord dat is opgedrongen. Machtsmisbruik. Het uitbuiten van een noodzaak. Natuurlijk komt u voorrijden. Anders kunt u de verwarmingsketel nier repareren. Door het te benoemen wordt het een kostenpost. U gelooft het. Toen ik in Italië op vakantie was waarschuwden ze me dat, als je niet oplet, de kosten verhoogd worden voor gebruik van, vork, bord, plaats. U kunt het benoemen, u betaalt ervoor. U gaat nog eens betalen voor een percentage van het gas in de lucht. Waar de wetenschap van chemie toe kan leiden. Nieuwe woorden, solide als bouwstenen van de natuur. What’s next? Gluonentax?
Er zijn duidelijk mensen die onder invloed zijn en lieden die gebruik maken van woordfascisme. Ik vind mensen die geloven in een hoop zaken als vaderland, vlag, koningshuis en dergelijke, verdacht. Ook de racisten geloven in benoemingen. Het lijkt erop dat mensen in rechtse politiek hun heil zoeken in de arbitraire belijning. Maar laat ik niet generaliseren. Moeten wij op school aandacht gaan besteden aan etymologie, om dit woordfascisme te bestrijden? Dit gemakkelijk denken frustreren met de betekenis achter de dingen. De nuances van de woorden, de bouwstenen van het denken. Vaak lijkt het zo simpel dat je zelf stampvoetend met je laars staat: kijk nu toch eens wat verder…
Maar wat heeft dat voor een zin? Zijn wij psychotisch, ten opzichte van de werkelijkheid? Als onze woorden bedenksels zijn waar we allemaal een eigen mening over hebben. Misschien is die gedachte een goede oefening voor bij de meditatie. En hoe moeilijk is die stroom woorden te stoppen. Het kakelt maar door in uw hoofd.
Mijn advies is slechts: geloof er niet in. Definities kunnen uiteindelijk slechts doorbroken worden. Alles waar wij het oog op richten spat uiteen in duizend en één aspecten. Where did the magic happen? Wat één ding leek blijkt niet te bestaan. Een droom.
Misschien heeft de mens de woorden om zijn gedroomde wereld te benoemen. Iets om in te geloven. Het is niet echt onderwerp. Maar geloof niet in de gefixeerde relatieve werkelijkheden van het woordfascisme. Daarna rest ons nog hellend vlak. En vergeet niet: het is een belangrijke strijd. Want alles wat gespecificeerd kan worden zal in rekening gebracht worden en getaxeerd. De dag van het grote gemak van automatisering van alle transacties, zal voor iedere handeling betaald worden. Want het is een ding op zichzelf geworden. Vanzelfsprekend als een woord. Hoe anders?
Als anarchisten willen wij natuurlijk niet toegeven in de bepalende eenduidige definities. Laat ze niet het denken overschaduwen. “Torenende constructies, gebouwd op stromend water.”, zei Nietzsche. Maar is daar ruimte voor interpretatie?
|
|