0  1  2  3 

Traditiegetrouw

Zo’n twee keer per jaar eet ik een broodje met brie bij de V&D in Leiden. Ik ben allergisch voor winkelen maar heb een enorm zwak voor de stad en haar sfeervolle uiterlijk en vind het daarom heerlijk om op het dakterras plaats te nemen met een versnapering. Het laatste stukje van dat broodje gaat steevast naar één van de vogels die daar om overduidelijke redenen in groten getale aanwezig zijn. Daar geniet ik ultiem van. Heerlijk. Vandaag leende zich er uitstekend voor om een bezoekje aan het etablissement te brengen en zodoende bevond ik mij bij de achteringang, gelegen in de Breestraat.


Althans, dat duurde iets langer dan verwacht want de V&D is volledig verbouwd en dus herkende ik het gebouw niet direct meer. Kleine tegenvaller maar dat mocht de pret niet drukken. De mevrouw die tegen me aan knalde omdat ze verwoed over haar smartphone aan het wrijven was, deed dat wat meer. Ik probeerde nog wat geforceerd vriendelijk te knikken maar dat mocht helaas niet meer baten: hoe durfde ik zomaar haar vreselijk belangrijke digitale communicatie te onderbreken met mijn inferieure aanwezigheid. Getergd door diepe schaamte om mijn gruwelijk falen begaf ik mij richting de roltrappen.


Die waren gelukkig nog wel op hun ouderwetse plek. Als kind vond ik deze trappen al enorm fascinerend omdat ze een vrij goed overzichtsbeeld van de winkel geven. Met een soort van vogelperspectief kijk je korte tijd uit over de verschillende afdelingen heen en dat heb ik altijd als interessant beschouwd. En dat voyeuristisch gluren kan dus nog steeds. Het beeld dat je krijgt, is door de jaren heen wel flink veranderd.


Het eerste dat mij vandaag opvalt zijn de gezichten van de winkelende bezoekers. Ik weet natuurlijk niet of ze toevallig allemaal net iets vreselijks hebben meegemaakt maar de deprimerende sfeer die de meeste mensen om zich heen hebben hangen, doet mij angstig vermoeden dat hier meer aan de hand is.


Ik zie kogelronde mevrouwen in wat naar mijn mening veel te strakke kleding is, ongeïnteresseerd plukken aan een knalkleurige leggings. Als de persoon in kwestie kinderen heeft, hangen deze er meestal wat lamlendig omheen of zijn juist in ADHD-modus hun ouders zoveel mogelijk aan het irriteren. Vriendinnen lopen zij aan zij maar hebben het drukker met hun telefoon dan met elkaar. Een glimlach is sporadisch te ontdekken; alleen bepaalde Facebook-berichten blijken de moeite van het even niet somber kijken waard.


Ik heb blijkbaar een geheel verkeerd beeld van winkelen. Er vanuit gaand dat mensen zich daar aan bezondigen omdat ze er lol aan beleven, is het even wennen aan de overweldigende hoeveelheid desinteresse, levensmoeheid en bijna proefbare depressie die er over je heen wordt gekieperd. Lusteloze blikken die getraind over overvolle schappen met nagenoeg dezelfde producten schieten. Om vervolgens zuchtend de buit naar de kassa te vervoeren. Ik ben opgelucht als de roltrap bij het restaurant arriveert.


Iets te vroeg gejuicht. De ruimte puilt uit van de mensen en mensenmassa’s zijn niet echt mijn ding. Veel toeristen ook. Met wiens geestesgesteldheid het ogenschijnlijk niet veel beter gesteld is dan met die van de inheemse bewoners. Chagrijnige gelaten en mopperende rijen van individuen die zich vast aan het oriënteren zijn op de overvloedige bakken vol decadente voedselproducten. En smartphones. Overal waar je kijkt smartphones.


Ik reken mijn broodje af maar moet bij het horen van de prijs flink slikken. Elf ouderwetse guldens voor een pistoletje met brie, dat lijkt mij toch wat aan de hoge kant. Ik blijk dat fout te zien want de mensenmassa in het restaurant heeft haar dienbladen volgeladen met van alles en nog wat. En men legt zo tientallen euro’s neer. Het schijnt de mensen allemaal weinig te interesseren. Zolang er maar foto’s van de vangst online met vrienden gedeeld kunnen worden, is een hysterisch hoge prijs schijnbaar geen enkel probleem.


Terwijl ik op het dakterras van de kauwen en het uitzicht zit te genieten, bereiken flarden van net iets te luid gevoerde gesprekken mijn oren. Uit het overgrote deel klinkt weer dezelfde deprimerende boodschap. Gezeur. Gemopper. Klagen over hoe zwaar je leven wel niet is nu je favoriete kledingwinkel met van die leuke spulletjes failliet gegaan is. Zeuren over pijn in je rug terwijl je je honderdvijftig kilo zware lichaam smakkend nog wat verder vult met V&D voedselmeuk. Jankende kinderen die in plaats van aardbeiensmaak eigenlijk toch banaan hadden gewild. De kansloosheid is bijna even drukkend als het zweterige weer van de afgelopen weken.


Met gebogen hoofd begeef ik mij naar de uitgang van de winkel. Wat een wereld van verschil met een half uur geleden. Toen gingen mijn geliefde en ik nog wat spullen naar de weggeefwinkel brengen en werden wij voor het betreden van het pand al met open armen ontvangen door een lieve mijnheer die ons in gebrekkig Nederlands intens bedankte voor onze bijdrage. Hij bracht de geleverde spullen naar het magazijn en wachtende op zijn terugkomst, wierp ik een blik op de weggeefwinkel zelf: zo goed als leeg. Eén bezoeker misschien, als dat niet stiekem een andere medewerker was.


Winkelstraten puilen uit van depressieve mensen die torenhoge bedragen voor de meest basale dingen ophoesten terwijl “winkels” die spullen gratis weggeven leeg zijn. Een wat mij betreft best zorgelijke ontwikkeling. Eén ding is in ieder geval wel zeker, dat broodje hoeft van mij niet meer.


Sommige tradities kun je maar beter beëindigen.

Door Anarchiel op 15-08-2014 om 19:07 in Gedachtekronkels 19 reactie(s) | 1197 keer bekeken

Uw commentaar

De RSS-feed van de commentaren op dit topic  



Homepage