0  1  2  3 

Vier en een halve eeuw calvinistische normen-en waardenloosheid (IV): Vroom dansen rond het Gouden Kalf

Calvijn Pindakaas, wie is er niet groot mee geworden.Het kabinet Balkenende spreekt graag over normen en waarden. Deze partij is daarentegen het resultaat van vier-en-een-halve eeuw normen- en waardenloosheid van christelijk-calvinistische politiek. Vierhonderdvijftig jaar strijd tegen de democratie en menslievendheid. Hun heilige drie-eenheid Vader, Zoon en Heilige Geest, blijkt in werkelijkheid de dekmantel te zijn voor de heilige drie-eenheid van Macht, Geld en Bezit: het eigenbelang van een zeer rijke top ten koste van de bevolking. 


In dit vierde en de twee volgende delen werp ik een blik op een aantal belangrijke kopstukken van christelijke politiek in Nederland en het door christelijke partijen gedomineerde beleid in de eerste helft van de twintigste eeuw, partijen die later opgaan in het CDA. Na een periode van verlichter denken zijn we met het kabinet Balkenende weer terug bij een sfeer die past bij de jaren dertig van Colijn: repressie van het gewone volk, censuur, het terugdraaien van bevochten burger- en arbeidsrechten, het opdringen van christelijke normen en waarden, gemarchandeer met de waarheid, provinciale benepenheid en - niet te vergeten - het inmiddels legendarische calvinistisch huichelgedrag. Hoewel groot bewonderaar van Abraham Kuiper ‘de Geweldige’ - een voorloper van het CDA, fel gekant tegen vrouwenkiesrecht, opheffing van kinderarbeid en koloniën (zie deel III) - spiegelt Balkenende zich liever aan Colijn (Trouw, 21-01-09).


Er zijn inderdaad vele overeenkomsten qua tijdsgewricht en persoon. Niet alleen stijgt net als in de dertiger jaren de werkloosheid in schrikbarend tempo en zien we de middenklasse verarmen als gevolg van het neo-liberale casinokapitalisme, ook vernemen we de terugkeer van een zondebok met de ‘terreur’moslims en hiertegenover, gelijk in Colijns tijd, de puissante rijkdom van een kleine elite.1 Daarnaast zijn Balkenende en Colijn, de meest impopulaire minister presidenten ooit (Me Judice, 24-03-09). Er is echter één groot verschil: het kabinet Balkenende is door zijn steun aan de Irakoorlog medeverantwoordelijk voor - volgens de laatste tellingen - bijna anderhalf miljoen doden, welk getal nog zeker zal verdubbelen door de gevolgen van het gebruik van verarmd uranium in de munitie. Dit getal is, ook bij gedeelde verantwoordelijkheid, aanzienlijk hoger dan het aantal moorden onder Colijn (lees: ‘1 miljoen doden, mijnheer Balkenende’). 


Intussen gaat de overheid rustig lustig door met het verspreiden van mythen over onze spreekwoordelijke tolerantie, de glorie van de VOC (zie deel III), de Oranjes met de ‘Vader des Vaderlands’, prins Bernhards verzetsdaden (zie deel I) en de onschatbare bijdrage van Calvijn, waarbij zij een theocratische godsdienstfundamentalist opdist als volksheld (zie deel II). Nog steeds moeten wij - kijkend naar films als ‘Soldaat van Oranje’ - aanhoren hoe ongekend heldhaftig de gereformeerde regering Gerbrandy en het koningshuis zich hebben gedragen in de wereldoorlog, hoe fanatiek wij ons hebben verzet en de joden hebben beschermd tegen ‘de moffen’ en hoe humaan wij zijn geweest in onze koloniën. Naar de wereld presenteren wij graag dit beeld met kassakrakers als het Anne Frankhuis, ons hoogmorele bedrijfsleven en onze nadruk op mensenrechtenethiek met Den Haag als ‘stad van vrede en recht’. Wij voelen de heilige christelijke roeping andere landen, als Indonesië, op de mensenrechten en persvrijheid te wijzen. 


Laten wij de geschiedenisboekjes opzij leggen en een blik werpen op wat minder belichte hoofdstukken uit een calvinistisch verleden. Een verleden waarin alles is gericht op de enig ware calvinistische God: de Almachtige Mammon. 


Colijn: godsvruchtig mensenslager
De Calvinistische boerenzoon Hendrikus Colijn (1868-1944) is militair, politicus en minister president van vijf kabinetten waarvan het laatste slechts twee dagen duurt. Hij is een opvolger van ‘Abraham de Geweldige’ als voorzitter van de Anti Revolutionaire Partij, de orthodox gereformeerde voorloper van het CDA. Gedreven door een mateloze behoefte aan macht en ambitie zet hij in op een legercarrière. Acht jaar dient hij als KNIL-militair het leger in Nederlands-Indië waar hij het brengt tot adjudant onder generaal Van Heutsz. Van Heutsz, vele malen koninklijk onderscheiden en met monumenten en een staatsbegrafenis geëerd, staat ook wel bekend als de ‘slachter van Atjeh’ en zou volgens huidige maatstaven als oorlogsmisdadiger van het ergste kaliber worden berecht (VPRO, Van Heutsz. Andere tijden). 


Meer dan zeventigduizend Indonesiërs (officiële regeringsschatting) brengen Colijn en de zijnen om het leven tijdens de Atjeh-oorlog waarbij veiligstelling van de daar aanwezige olierijkdom een belangrijk motief is.2 Voor deze heldendaad behaagt het Hare Majesteit om Colijn met de Militaire Willemsorde te onderscheiden. Zelf is hij ook erg trots op wat hij bereikt heeft voor het Vaderland. In een door Herman Langeveld gepubliceerde brief aan zijn liefhebbende nicht en vrouw schrijft hij fier over zijn hand in het ‘afmaken’ van vrouwen en hun baby’s. Lieve ‘Toet’:


‘Ik heb er een gezien die met een kind van anderhalf jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechter op ons afstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. Ik heb negen vrouwen en drie kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar ‘t kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten.’  3


Op 27 september 1904 doet een zekere Krol verslag over de heldendaden van Colijn en zijn KNIL-militairen. Krol maakt melding van het leger dat binnen een paar weken - al platbrandend en ronddolend - voor een bloedstroom heeft gezorgd en op één tocht 3420 mensen afgeslacht, waaronder 784 vrouwen en kinderen. ‘Dat zijn de officieele gegevens, maar in werkelijkheid is het getal veel grooter’, voegt hij toe:


‘Een man had, in zijn doodsangst over de aangepunte pagger te willen springen, zich zelf gespiest. Zijn lijk hing aan de bamboes, het hoofd achterover, beenen krom getrokken; in de houding van de radeloze vlucht vond hij den dood. (...) Een kind van een jaar of twee met een dik buikje liep lachende rond om zijn grootmoeder, die niet meer voort kon. Een zwaargewonde vrouw zwaaide nog met een sabel en riep ons toe, haar te dooden. Verschrikkelijk toneel! Honden hadden sommige lijken al afgekloven, kippen pikten in het geronnen bloed der wonden… En overal lagen lijken: achter den wal, bij de poorten, onder de huizen, in de kuilen, bij de rijstschuren, overal vond men doode menschen.’  4 


In een brief aan zijn godvrezende ouders schrijft Colijn:


eenige weinigen, die genade vroegen , ik geloof dertien (...). Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen waren ook die 13 dood.’ (NRC column 18-03-98)


Ach ja, wat doet het er toe met die koelies; twaalf of dertien. Even een sigaar opsteken… Teleac heeft op 26 oktober 2008 een documentaire over Colijns wandaden uitgebracht getiteld ‘Nederland in twaalf moorden.’ 


Colijn: de Mammon en het corporate bedrijfsleven gaan vóór menslievendheid
Na deze glansrijke carrière krijgt Colijn een tienjarig miljoenencontract aangeboden als directeur van de Bataafse Petroleummaatschappij waardoor hij koningin Wilhelmina’s wens tot een nieuw premierschap van een confessionele regering, niet kan inwilligen. Ook in die tijd zijn het koningshuis, het bedrijfsleven en de politiek al innig met elkaar verstrengeld. Ook dan al is het een kwestie van simpel inwisselen van de overheidpet voor de corporatiepet. Aan u de vraag wiens belangen Colijn als proto-CDA-er werkelijk representeert. Dat van de eenvoudige burger of het bedrijfsleven en de steenrijke elite van die tijd?


Dat word al snel duidelijk onder zijn buitenproportionele bezuinigingspolitiek ten faveure van het bedrijfsleven en tijdens de Jordaanopstand op 4 juli 1934. Bewoners van de Jordaan lijden honger en komen in opstand na verlaging van hun toch al minimale uitkering van 15 gulden per week voor een gezin met twee kinderen waarvoor ze verschillende keren per dag een stempel dienen te halen. Ook in andere wijken en steden breken rellen uit van hongerend volk. Kinderen sterven. Colijn beveelt hard op te treden, zet het leger in en verbiedt de druk van arbeiderskranten. Zes mensen worden omgebracht, 200 verwond, waarvan 56 zwaar en 107 gearresteerd (NRC 6 juli 1994). Ach, een peulenschil na de massaslachtingen in Nederlands Indië. 


Colijn stelt tegen een hongerloontje duizenden werklozen voor zwaar grondwerk beschikbaar aan de Nederlandse Heidemaatschappij. Deze slaven, zoals stadsdichter Karel Gazell de goedkope werkverschaffingsarbeiders noemt - gewezen arbeiders, ambtenaren en ingenieurs - leggen ondermeer het Amsterdamse Bos en Haagse Zuiderpark aan. Anderen brengt de regering Colijn onder in barakken te Drenthe, alwaar zij het veen moeten afgraven. Onwilligen verliezen hun uitkering .5 Het ‘Boschplan’ duurt tot 1940 en de omstandigheden zijn zó erbarmelijk dat een bejaarde werkloze terugkijkend in zijn wanhoop uitroept ‘want toen kwam godzijdank de oorlog.’ Gelukkig heeft mevrouw Colijn een advies voor diegenen die geen eten meer kunnen betalen: vissenkoppen zijn nog uitstekend eetbaar. 6 7


Colijns bevriende staatshoofd
Begin jaren dertig heeft Colijn al belangstelling voor het Italiaanse fascisme en vindt dat systeem - net als zijn christelijke achterban - eigenlijk wel geschikt voor Nederland. Hitler is volgens hem niet veel meer dan een tweede Wilhem II. Colijn staat toe dat de kerk- en concertgangers het Horst Wessellied - hét symbool van nazisme - zingen en het Sieg Heil uitbrengen tijdens Juliana’s bruiloft te Den Haag (foto’s: Mokum TV 2002). 


Iedereen die dit met de regering Colijn bevriende staatshoofd beledigt gaat richting gevang (Frontaal Naakt 10-2007). De Gregorius Nekschot van het interbellum, Peter van Reen, gewaagt het zijn spotprent van Hitler te publiceren in Het Volk. Een slepende rechtsgang tot aan de Hoge Raad is het gevolg. De NRC-redactie ontslaat haar Joodse buitenlandcommentator Van Blankenstein vanwege kritiek op onze staatsvriend. Ook uitgever Rob Leopold wordt aangeklaagd om dezelfde reden. Soortgelijke behandelingen ondergaan critici van het christelijk geloof; de Christelijk Democratische Unie vindt dat ‘eene vereeniging, wier actie gericht is op de destructie van den godsdienst, het recht der openbaring via de radio niet toekomt (Volkskrant 11-02-06).’ Het is het zoveelste voorbeeld van het feit dat de scheiding tussen kerk en staat in Nederland nooit werkelijk heeft bestaan. 


In een brochure getiteld ‘Op de grens van twee werelden’ uit 1940, roept Colijn op - hoewel zijn voorkeur uitgaat naar de door God ingestelde monarchie - het Duitse leiderschap over Europa te erkennen (NRC Boeken 2 april 2004). In een radiotoespraak daarvoor op 11 maart 1936, heeft hij het Nederlandse volk - ondanks de toenemende agressie van Hitler - al verzocht toch vooral rustig te gaan slapen. Andere bronnen melden dat Colijn dit niet zo heeft bedoeld (net als bij Balkenende van wie de uitspraken eveneens altijd achteraf niet zo bedoeld zijn). Daar Colijns waarden niet tegengesteld zijn, zit hij gebroederlijk tezamen met de eveneens gereformeerde, koningsgezinde en vaderlandslievende NSB-er Anton Mussert - geboren en getogen Bible Belter - in het Oranjecomité bij de herdenking van Willem van Oranje in 1933. De ‘rooien’, socialistische en onchristelijke ‘antifascisten’, zijn daarvan uitgesloten, evenals van de festiviteiten.8 Later stelt Colijn zijn ideeën over de nazi’s bij en brengt zichzelf en zijn bezittingen niet in veiligheid door te vluchten naar Engeland, gelijk het koningshuis en de rest van de confessioneel christelijke regering Gerbrandy. De Duitsers brengen hem en zijn vrouw over naar het idyllische Hotel Ilmenau in een bosrijk middelgebergte, alwaar hij beschikt over een eigen chauffeur, praktisch kan gaan en staan waar hij wil en contact heeft met hoge nazi’s als de minister van Economische zaken met wie hij op voet van gelijkheid spreekt over een nieuw naoorlogs geldsysteem. Colijn schrijft in een brief van 9 juli 1944 dat hij de ochtenden vult met ‘marschen in het gebergte’ en zijn middag besteedt aan het bestuderen van Duitse historici. Hij overlijdt er op 75-jarige leeftijd aan een hartaanval (Ned. Dagblad 17 november 2006). 


De zucht naar samenwerking; het aanhalen van de betrekkingen met een oude staatsvriend
Proto-CDA-er Dirk Jan de Geer volgt Colijn op als minister President na zijn val in 1939. Hij zoekt aansluiting bij nazi-Duitsland welk standpunt hij verdedigt in zijn boekje ‘De synthese in den oorlog.’ 


Zo ook CDA-voorloper Jan de Quay. De Quay, van katholieke huize, is - ondanks zijn verleden van fascisme en collaboratie - minister president van 1959 tot 1963. Als regeringscommissaris voor de arbeid noemt hij in 1940 werken in Duitsland een ‘Vaderlandsche plicht.’ Gelijk Colijn is hij gefascineerd door Mussolini en zoekt hij aansluiting bij het Zwart Front, een fascistische, antisemitische organisatie onder leiding van een voormalig priester-in-opleiding. 


De Quay vereenzelvigt zich met de opvattingen van het fascisme en verklaart zich tegenstander van de democratie. Duitsland is aan de winnende hand. In een uitgebracht manifest verklaart hij net als Colijn in zijn brochure ‘Op de grens van twee werelden’ en De Geer in diens boekje ‘De synthese in den oorlog’ dat ‘erkenning van de gewijzigde omstandigheden’ noodzakelijk is. Nederland zou aansluiting moeten zoeken bij Hitlers Duitsland in een corporatief systeem, collaborerend gelijk het Vichy-regime in Frankrijk (Wim Bot, ‘Tegen fascisme, kapitalisme en oorlog.’ Hfdstk 3).     


Luns: een fascistisch geïnspireerde opportunist
Voorloper van het CDA, Joseph Luns, de latere Minister van Buitenlandse Zaken, Bilderberger en Secretaris Generaal van de NAVO, koestert eveneens nazi-sympathieën maar ook dat is, net als bij De Quay, geen weerhoudsel tot het bekleden van toekomstige topfuncties. Als bekend wordt dat hij drie jaren lid is geweest van de NSB dwingt hij zijn broer tot valsheid in geschrifte. Huib moet opschrijven dat hij Joseph buiten zijn medeweten heeft ingeschreven bij deze fascistische partij, verklaart Luns’ schoonzus (De Standaard 27 mei 2000: ‘Opportunist Luns’). 


Geheel ‘zonder het te weten’, zo dienen wij te geloven, is ‘opportunist Luns’ dus drie jaren lid. Desondanks weet Luns wél te melden dat hij het lidmaatschap opzegt als hij na drie jaar ontdekt dat de partij antisemitisch is. Volgens algemeen geaccepteerde bronnen als Wikipedia zijn die schellen hem van de ogen gevallen op het moment dat hij ‘getuige is van het antisemitisme in Duitsland’ (Wikipedia Ned. 05-05-2009). Ondanks de eerdere ontkenning van zijn NSB-lidmaatschap en de bovengenoemde valsheid in geschrifte staat deze verklaring wél te boek als betrouwbaar. 


Luns valse inborst blijkt ook door diens jarenlange tegenwerking en volledige destructie van de carrière van luis-in-de-pels en bekakt dwarsligger Willem Oltmans, de journalist die kritiek heeft op Luns’ koloniale onderdrukkingspolitiek in Nieuw Guinea en Nederlands rol in voormalig Nederlands-Indië. In 1938 gaat Luns studeren te Berlijn in nazi-Duitsland. Hij verzekert zich van de juiste contacten en status door zijn huwelijk ‘op stand’ in 1939 met baronesse Elisabeth van Heemstra. Sindsdien spreekt hij met zijn bekende zoetgevooisde neerbuigendheid. Het is een huwelijk uit liefde. 


Behalve van de fascistische ideeën van de NSB, is Luns ook groot bewonderaar van de Portugese autoritair-rechtse dictator Antonio de Olivera Salazar, zelf een Mussolini-fan, en verantwoordelijk voor de terreur in Portugees Angola en Mozambique, censuur, martelingen en vermoording van opponenten. Luns zegt over hem in 1968 dat hij ‘has ruled the country with such great wisdom over the last forty years.’9 De liefde is geheel wederzijds. Ook is Luns een vervent verdediger van de USA-massaslachtingen voor ‘vrijheid en democratie’ te Vietnam10 en de imperialistische buitenlandpolitiek van Amerika. Daarnaast staat Luns achter de apartheidspolitiek van Israël en Zuid-Afrika, ‘uitgevonden’ door de Nederlandse nazi-sympathisant, domineeszoon en calvinist Hendrik Verwoerd als ‘architect van de apartheid’ en gesteund door de Dutch Reformed Church aldaar. Ondanks het feit dat hij met vijfentwintig jaar ministerschap voor Buitenlandse Zaken, de langstzittende minster is in de parlementaire geschiedenis, zijn geen van de christelijke partijgenoten officieel aanwezig bij Luns’  begrafenis ‘in besloten kring’ en krijgt zijn dood nauwelijks media-aandacht. Zouden er dan toch meer ‘skeletons in the cupboard’ bestaan dan aan ons voorgesteld?


Voor vervolg over nazi-collaboratie Nederland, klik hier.



1 Anarchiel .com, ’ Het sprookje van terreur

3 Herman Langeveld: Hendrikus Colijn,1869-1944    

4 Handelingen Tweede Kamer 1904  

5 ‘Slaven van het Amsterdamse Bos’, stadsdichter Karel Gazell in De Echo 12 april 2009)

6 Anno. De geschiedenis van vandaag: Aan het werk!13-10-05

7 Koos Katman, Herinneringen uit een jeugd voor WOII, werkloosheid & crisis

8 Frederik van Gent. Bitterlemon.EU 26 januari 2008.

9 International Institute of Social History. ‘The Netherlands against apartheid

10 John Pilger, ‘Do you Remember Vietnam’ (Video)


Uw commentaar

De RSS-feed van de commentaren op dit topic  

Commentaarpagina 1 van 1

Heel goed artikel en ik hoop dat veel lezers anders tegen christelijke politiek gaan aankijken.
Dat Balkenende Colijn als lichtend voorbeeld neemt zegt eigenlijk genoeg. Hoe nog steeds zoveel mensen op deze kleurloze nerd stemmen blijft mij verbazen.
Ook goed om de Nederlandse Unie te vermelden. Een synoniem voor professioneel draaikontengedrag. De Quay zijn gedrag spreekt voor zich. Zoiets als Mitterand in Frankrijk. De andere oprichters Louis Einthoven en Johannes Linthorst Homan zijn net zo glad als de bovengenoemde alen.

De erfenis van dit soort figuren blijft in de nederlandse en europese politiek doorwerken. Voor mij een van de vele redenen om mijn stembiljet op het toilet te leggen.


Inderdaad RP, dat is precies het punt: het is een erfenis die doorwerkt tot in het heden. Ik hoop dat mensen deze erfenis door kennis te nemen van de achtergronden kunnen herkennen en ontmaskeren. Het is een mentaliteit waarmee de hele samenleving is doorspekt.


Kunt U mij in kontakt brennen met Koos Katman, heb een vraag over de dragline foto in zijn artiekel.

Houdoe Ad


‘Koos Katman en dragline foto’ waar gaat dit over of is deze vraag als grapje bedoeld? U kunt hiervoor het mailadres gebruiken.


Zeker geen grapje kijk maar hierboven bij 7 Koos Katman, Herinneringen uit een jeugd voor WOII, werkloosheid & crisis.


Beste Ad,

Mijn excuses! Zit te slapen! Jij gelukkig niet maar we hebben hier regelmatig te maken met ‘grapjes.’

Heb net gekeken of ik contactgegevens kan vinden maar tot dusver zonder resultaat. In de regel hebben we die ook niet. Het enige wat ik voor je heb is de naam van de producent van dit prachtige verhaal over het interbellum: ‘Whipping-Boy (Productions).’ Ook daar heb ik gen adresgegevens van gevonden.

Neem me mijn verkeerde begrip niet kwalijk.

Groeten,

Jim.


Commentaarpagina 1 van 1



U dient ingelogd (Login) te zijn om een opmerking te kunnen plaatsen.



Homepage