0  1  2  3 

Het gevaarlijkste virus ter wereld

 

0
+
Door Samson om 11:56 op 03-10-2009 in Artikelen
(5x gereageerd, 369x bekeken)


Bezien de titel zou je misschien denken dat dit artikel in drie delen van mijn hand is. Inhoudelijk zou je kunnen denken dat het van onze Jim afkomstig is. Niets is minder waar, ik vond het op Zapruder en het is voor wie zich goed wil laten informeren van imminent belang om aandachtig door te lezen.
Een van de reageerders stelt dat ” ‘niets doen’ voor het eerst sinds 5000 jaar de meest effectieve vorm van doen is.”
Een kolfje naar mijn hand want dat doe en verkondig ik in theorie en praktijk al vele jaren. Hier het orgineel;
http://zapruder.nl/portal/artikel/corporatisme_het_gevaarlijkste_virus_ter_wereld_deel_1/
Het is je kostbare tijd echt waard, veel leesplezier en hier het hele verhaal;

Een corporatie heeft de kenmerken van een bedrijf en de staat, maar is geen van beide. Ze is machtiger, veel machtiger. Ze verenigt verschillende belanghebbende groepen in één centrale entiteit waarbinnen de verschillende groepen interacteren volgens vastgestelde processen en regels. Ongeveer 400 jaar geleden werden de corporaties zoals we ze nu kennen opgericht door de Europese koloniale mogendheden, omdat de monarchen zochten naar een manier om de exploitatie van de koloniën, en de explosieve groei van bedrijvigheid die daarmee gepaard ging, te controleren. Hiertoe werd de corporatie opgericht: een onheilige kind met de wetgevende en militaire macht van de staat en de financiële macht van de nieuwe economie die door de handelaren werd geëxploiteerd. Het belangrijkste doel van corporatie was om lokaal welvaart en goederen te onttrekken en ze te centraliseren in de diepe zakken van bourgeoisie en de heersende adel. Zo werden de koloniën met behulp van speciale handelswetten, monopolies en legers onderworpen zodat de handelaren het alleenrecht hadden de rijkdommen te exploiteren. De Verenigde Oost-Indische Compagnie was één van de eerste corporaties ter wereld, die met behulp van een machtige oorlogsvloot en bij koninklijk decreet de koloniën stripte van hun rijkdommen. Na de Amerikaanse burgeroorlog werd de corporatie een rechtspersoon en praktisch onaantastbaar door haar lokale ongebondenheid en beperkte aansprakelijkheid. Nu worden corporaties gezien als de zegen van de mensheid en de brengers van werkgelegenheid en welvaart. Maar dat is niet zo. Hoewel een rechtspersoon en gevuld met echte mensen van vlees en bloed, is de corporatie weinig humaan. De emergente aard van de corporatie is erop ingericht dat ze de mens gaat vernietigen. Althans, de meesten van ons.

Het dodelijke virus dat corporatisme heet, in drie delen.
De macht van de corporaties heeft in de vorige eeuw een enorme vlucht genomen. Door economische groei en fusies en acquisities werden corporaties steeds groter en machtiger en strekte hun werkterrein zich verder over de wereld uit. Globalisering was het toverwoord en corporaties begonnen hun machtsbasis verder uit te breiden zodat niks ze meer in de weg stond. Het kolonialisme was officieel voorbij en de ‘excuses’ gemaakt, maar de corporaties gingen op precies dezelfde wijze door met het exploiteren van lokale rijkdom ten behoeve van een kleine groep corporate aandeelhouders. Zuid-Amerika was nog niet bekomen van de roofzucht van de Conquistadores of ze kregen de cacao-, koffie- en fruitcorporaties op hun dak. Met behulp van met name de Amerikaanse regering, werden de landen gedwongen de corporaties toe te staan hun handel te drijven, waardoor de lokale bedrijven werden kapotgemaakt en opgekocht. De lokale bevolking werd vervolgens van zelfvoorziende ondernemers gereduceerd tot onderbetaalde arbeiders in dienst van de corporaties. Van revoluties en guerrillaoorlogen tot politieke moorden en zelfs militair ingrijpen op soevereine grond: niets ging te ver voor de corporaties om hun business te voeren. De corporatie kreeg alleenrecht de grondstoffen en producten te exploiteren en lokale handel kwam nagenoeg tot stilstand; de lokale onderlinge handelsrelaties tussen mensen en bedrijvigheid hielden op te bestaan en alles werd onderworpen aan de gecentraliseerde autoriteit van de corporaties.

De corporatie bouwde haar machtbasis gestaag uit en kwam er achter dat het controleren van de overheid niet genoeg was voor succes. Doordat alle sectoren steeds meer gecorporatiseerd werden, nam ook de invloed van de corporaties toe in het dagelijks leven. Met de massamedia die steeds meer in bezit kwam van corporaties – in eerste instantie om hun producten een platform te bieden – konden ze ook informatie en publieke opinie beïnvloeden. Op deze manier slaagden ze er ook in de berichtgeving die ongunstig was voor de business te onderbelichten en zelfs de politiek via deze weg controleren. Maar daar stopte het niet. Corporaties zijn inmiddels tot alle lagen van de maatschappij doorgedrongen, van ons onderwijssysteem, de wetenschap en onze sociale structuur. Alles wat vermarkt kan worden is prooi voor de corporatie. De corporaties hebben niet alleen de regeringen in hun zak, maar complete landen en handelszones. Samenwerkingsverbanden tussen landen worden zo ontworpen dat ze mondiale handel makkelijker maken voor corporaties. Corporaties beheersen ons economisch model en richten het verder naar eigen voordeel in. Economie, filosofie en psychologie werden zo toegepast dat er een economisch model ontstond waarin de corporatie floreert. De economie zoals we die nu kennen is geen organisch geheel van emergente wetmatigheden die natuurlijk geëvolueerd zijn, maar een door corporaties nauwkeurig gecreëerd speelveld waar maar één winnaar mogelijk is: de corporatie.


Economie en centrale valuta
Eén van de grootste problemen van ons huidige economisch model is centraal uitgegeven geld. Dit geld is geen neutraal medium en heeft een ingebakken bias (voorkeur). Het centreert de rijkdom naar de bron waar het vandaan komt, namelijk de centrale banken die internationale valuta als dollars, euro’s en yuan’s uitgeven. Naast het feit dat geld tegenwoordig totaal geen één-op-één relatie meer heeft met zaken die echte waarde vertegenwoordigen, zoals producten, grondstoffen en arbeid, wordt het gecontroleerd door obscure monopolisten die we kennen als de centrale banken en die meestal private ondernemingen zijn. Centrale banken voegen geen enkele waarde toe aan de economie en lenen alleen maar geld uit aan andere banken; zij hebben hier het alleenrecht op. Deze kleinere banken lenen dit geld weer uit aan bedrijven en particulieren waarna het met rente terug moet worden betaald. Bij iedere stap waarbij er geld uitgeleend wordt moet er naast het geleende bedrag ook rente terugbetaald worden en zo moet er uiteindelijk meer geld opgehoest worden dan er initieel gecreëerd was. Dit extra geld moet dan weer van andere bedrijven en particulieren komen die het op hun beurt weer moeten lenen van banken, enzovoort. Uiteindelijk zijn we in totaal meer geld schuldig dan er geld in voorhanden is. Dit is wat we bedoelen met een systeem dat gebaseerd is op schuld. Het is een vicieuze cirkel van schuld die alleen maar toeneemt.

Maar het is nog veel erger. Door afnemende controle en het loslaten van de goudstandaard zijn de banken overgegaan op fractioneel bankieren. Dit betekent dat een bank die geld leent van de centrale bank dit geld meerdere malen kan uitlenen met een dekking die slechts een fractie is van het originele bedrag die het van de centrale bank geleend heeft – vandaar de term fractioneel bankieren. Zo lenen banken met gemak tien keer het bedrag uit dat ze van de centrale bank geleend hebben, maar vangen ze wel de rente op de negen virtuele bedragen die ze niet hebben. Dit betekent dat de schuld die gecreëerd wordt exponentieel toeneemt en dus ook het aantal leners die uiteindelijk niet meer hun lening terug kunnen betalen. Ondertussen verrijken de banken zich enorm met geld dat geen enkele waarde vertegenwoordigt en dat ze ook nooit in hun bezit hebben gehad. En dus moet er weer meer geld uitgeleend worden wat de vicieuze cirkel alleen maar groter en dieper maakt. Dit resulteert in een piramidespel waarbij er altijd partijen failliet moeten gaan, omdat de totale geldhoeveelheid wel toeneemt maar nooit toereikend is om iedereen zijn schulden te kunnen laten betalen. Geld werkt onderlinge competitie in de hand, maar er zullen altijd verliezers moeten zijn om het kaartenhuis overeind te houden. Maar als er teveel verliezers zijn – lees een crisis – dan dondert de boel logischerwijs in elkaar. Ondertussen neemt de totale schuld in de periferie alleen maar toe en stroomt de rijkdom naar de banken die in het centrum zitten. Door de toenemende schuld en de groeiende (virtuele) geldhoeveelheid moet alles meegroeien en dus is het onmogelijk om duurzame bedrijven te creëren. De mate waarin een bedrijf dient te groeien wordt niet bepaald door vraag naar haar producten maar door de mate waarin ze in haar schuld moet voorzien. Dit is de ingebakken agenda van centrale valuta.

Dit is niet altijd zo geweest overigens. Gedurende de meerderheid van onze geschiedenis hebben we verschillende geldsoorten gehad die naast elkaar bestonden. Zo had je naast een grensoverschrijdende geldsoort – die bedoeld was voor de internationale handel – voornamelijk lokaal geld. De meeste transacties vonden lokaal plaats dus was er geen behoefte aan een internationaal geaccepteerde munt. Zo had je dus binnen landsgrenzen verschillende soorten geld die lokaal gebruikt werden. Geld vertegenwoordigde altijd een bepaalde fysieke waarde, of dit nu goederen waren, geleverde arbeid of het geld zelf dat gemaakt was van zilver of goud. Geld werd voornamelijk gebruikt om te investeren en het oppotten van geld (wij noemen dit nu sparen) was niet gebruikelijk en zelfs niet wenselijk. Aangezien lokaal uitgegeven geld vroeger veelal gekoppeld was aan bederfelijke waar als graan of plaatselijke grondstoffen, was het in ieders belang dat het geld rolde en niet stilstond. De historie kent veel voorbeelden die aantonen dat lokaal gebruikt geld de mensen een hogere welvaart gaf.

Hoewel we altijd gekscherend spreken over de “Donkere Middeleeuwen”, maakte Europa tussen 1000 – 1300 n. Chr. een enorme groei door toen het gebruik van lokale valuta piekte. De welvaart nam toe en de bevolking groeide enorm. In Engeland verdubbelde de bevolking zelfs in een tijdsbestek van 300 jaar. Toen in 1290 lokale valuta verboden werden en er een centrale munt werd ingevoerd, nam de groei af tot een daling binnen tien jaar. Heel toevallig. Ook de welvaart en leefomstandigheden namen af en veertig jaar later brak de eerste pestepidemie uit. Ook toevallig. Hoewel historici de uitbraak van de pest aanwijzen voor de bevolkingsafname, ligt de oorzaak eerder in de afname van de welvaart waardoor steeds meer boeren naar de steden trokken op zoek naar werk. Door de overbevolking die dit tot gevolg had en de afnemende welvaart die zorgde dat steden verpauperden, nam de hygiëne af en konden epidemieën zich makkelijker verspreiden. Soortgelijke taferelen kennen we nu van de vele miljoenensteden in Derde Wereldlanden, waar landbouwers naar de steden trekken voor ongeschoolde arbeid en onder erbarmelijke omstandigheden in getto’s terechtkomen .

De centrale valuta zijn ontworpen om accumulatie en competitie in de hand te werken. Hierdoor vertraagt de circulatie van het geld en wordt er minder geïnvesteerd in waardescheppende activiteiten. Ondertussen concentreert de rijkdom zich aan de top van de leenpiramide in plaats van dat het onderlinge samenwerking en gemeenschapszin stimuleert. Tevens stimuleert centraal uitgegeven geld geen duurzame economie maar drijft het op een inflatoire economie die oneindig groter moet groeien om zichzelf in stand te houden. Aangezien centrale valuta geen directe relatie meer onderhoudt met de waarde die het ‘zegt’ te vertegenwoordigen en alleen maar schuld stimuleert, past het perfect bij de grensoverschrijdende agenda van de corporatie.
Big Pharma: zieke mensen = is business
De geneesmiddelenindustrie legt het grote probleem al bloot in haar benaming: het is een industrie. Hier wordt geld verdiend aan zieke mensen. Mensen die gezond zijn of beter gemaakt, daar valt niets aan te verdienen, dus dicteert de logica dat meer zieke mensen beter voor de business zijn. Dit klinkt amoreel en verwerpelijk, maar in de logica van een corporatie bestaan dit soort subjectieve argumenten niet. Een geweten is een luxe die een corporatie niet heeft, aangezien het flink conflicteert met optimaal geld verdienen. Het sleutelwoord binnen deze industrie is patent: met behulp van patenten kan geld verdiend worden. Veel geld. En aangezien patenten aflopen is het ook zaak om zo snel mogelijk ‘return on investment’ te verkrijgen voordat de concurrentie ook het medicijn kan gaan produceren en de gouden marges verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het vervelende is dat deze industrie wel in een heel belangrijk gebied zit, namelijk het beter maken van mensen en zo het beter maken van onze wereld door de kwaliteit van leven te verhogen voor iedereen. Dat is nogal een belangrijke taak om over te laten aan de kille parameters van marktwerking.
Met het huidige corporatistische model is het nagenoeg onmogelijk om goed te doen voor de mensheid. En dus verschijnen er medicijnen die meer op verlichting van klachten en symptomen zijn toegesneden dan genezing; alsof men al vanaf het eerste moment in de palliatieve zorg terecht komt. De patenten worden niet alleen gebruikt om veel geld te verdienen door het alleenrecht op medicijnproductie te hebben, maar ook om de concurrentie koud te stellen. Deze taktiek zie je ook veel terug komen in de biotech, waar men een patent neemt op zo’n beetje alles, zodat de concurrentie er geen onderzoek meer naar kan doen. Het feit dat men daarmee misschien wel de genezing voor dodelijke ziektes dwarsboomt doet er niet toe. De grote pharmabedrijven hebben er met hun enorme lobby’s voor gezorgd dat de toelatingseisen voor nieuwe medicijnen zo omvangrijk en kostbaar zijn geworden, dat kleine innovatieve bedrijven geen kans hebben om een eventueel revolutionair medicijn naar de markt te brengen. Het klinkt tegenstrijdig, maar door de strenge eisen van de controlerende autoriteiten wordt het kleine bedrijven nagenoeg onmogelijk gemaakt te concurreren op deze markt. Met alle klinische testen, toelatingsprocedures en wetgeving die met de introductie van een nieuwe medicijn gepaard gaan (in de VS loopt dit al snel naar de 200 miljoen dollar en een heleboel manuren) wordt het snel duidelijk dat dit niet op te brengen is voor nieuwe toetreders. Zij zien zich dan gedwongen om samen te werken met concurrenten of om het patent te verkopen of domweg op te geven, wat ertoe leidt dat de innovatie de consument niet zal bereiken als er niet genoeg geld aan verdiend kan worden. Met andere woorden: als je zou ontdekken dat je met een soepje van paardenbloemen 80% van alle kankers kan genezen, dan is dit geen goed businessmodel. Tenzij je een patent op paardenbloemen kunt verkrijgen.

Het wordt snel duidelijk dat deze industrie niet op haar eigen terrein bestreden kan worden. De budgetten van de heersende bedrijven zijn te groot, hun lobby te omvangrijk, hun donaties naar universiteiten en onderzoekers te talrijk en hun campagnegelden en steekpenningen naar welwillende politici te verreikend.


Militair-industrieel complex: Bellum Ex Machina
Deze relatief snelgroeiende industrie is misschien wel het makkelijkst ‘evil’ te noemen, aangezien ze teert op oorlog en conflict en de onvermijdelijke slachtoffers die erdoor vallen. Worden atoomwapens nu voornamelijk nog als afschrikmiddel gebruikt, de conventionele wapens worden wel degelijk gebruikt in de vele brandhaarden die onze wereld rijk is. Maar het zijn niet alleen de wapenverkopen die aan de basis staan van de succes van de industrie. Het militair-industrieel complex wordt steeds creatiever in het maken van de markt en het steeds weer opnieuw uitvinden van verdienmodellen. Zo is er niet alleen geld te verdienen met het leveren van kogels, bommen, jachtbommenwerpers en aanvalshelikopters, maar ook met de hele logistiek van de gehele militaire operatie. En privatisering is hier het grote toverwoord. Werd er eerst nog begonnen met het uitbesteden van non-militaire taken zoals koken, wassen en schoonmaken van militaire onderkomens, nu zien we steeds meer militaire taken uitbesteed worden aan corporaties tegen een kostprijs die veel hoger ligt als toen het door de overheidsbetaalde militairen werd gedaan. Megacorporaties als Bechtel, KBR en Halliburton harken vele miljarden binnen met zogenaamde no-bid contracten die ze met zware regeringlobby’s hebben veiliggesteld. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze vorm van privatisering alleen maar heeft geleid tot een lagere kwaliteit, dubieuze praktijken en een hoger kostenplaatje dat door de belastingbetaler opgehoest moet worden.

Oorlog is big business en dus is het duidelijk dat meer oorlogsgezinde politici de meeste steun krijgen van de oorlogscorporaties. Oorlog is het ideale middel gebleken om geld van de belastingbetaler weg te sluizen en vervolgens extra winst te pakken met de opbouwwerkzaamheden die in de vernietigde gebieden klaarliggen; het veroverde land mag vervolgens zelf de herstelbetalingen ophoesten voor de infrastructuur en leefgebieden die de bezetter heeft weggevaagd. In Irak is dit perfect te zien: corporaties voeren oorlog, bouwen op wat ze mee hebben helpen vernietigen en de Amerikaanse regering doet haar taak door deze corporaties het alleenrecht te geven op de business middels no-bid contracten en imperialistische wetgeving die speciaal voor de corporaties ontworpen is. Net als de koloniën vroeger. In de slipstream komen dan weer allerlei andere industrieën mee om een graantje mee te pikken, zoals Big Oil (of is dit eigenlijk de opdrachtgever?). Het is een industrie die zichzelf in een cyclisch model in stand houdt, door gebieden te vernietigen en weer op te bouwen. Het enige waarmee deze machine mee in gang gehouden moet worden is een verse toevoer van oorlogen.


Big Agra en Gentech
Doordat onze voedselvoorziening steeds meer in corporatistische handen is gekomen, loopt de (eerlijke) verdeling van voedsel op globaal niveau scheef. Niet alleen neemt de diversiteit van gewassen af en wordt de veestapel steeds verder volgepompt met antibiotica en groeihormonen, maar de genetische manipulatie lijkt een tijdbom te vormen waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Op termijn zou dit weleens de grootste bedreiging van de mensheid kunnen zijn. Gentech is samen met de patentering van die nieuwe genetische variëteiten het sterkste wapens van Big Agra. Zo controleren zij welke gewassen door wie worden gebruikt, aangezien zij de natuurlijke variëteiten steeds meer vervangen door hun eigen genetisch aangepaste gewassen. De patenten hierop verzekeren hen van een herhalende afname door boeren aangezien de gemodificeerde gewassen door terminator technologie steriel zijn en niet geschikt voor normaal hergebruik. Tevens heeft gentech de vervelende eigenschap zich als een virus te gedragen en ook natuurlijke gewassen aan te steken met zijn gepatenteerde genen, waardoor deze gewassen ook automatisch eigendom worden van de corporaties. Deze gentechbesmetting wordt vervolgens door Big Agra gebruikt om de nietsvermoedende (kleine) landbouwers op te kopen of kapot te procederen. Door afnemende variëteit en een toename van monocultuur landbouw verschraalt onze grond en neemt de productie af in kwaliteit en aantal. Waar diversiteit in gewassensoorten Moeder Natuur haar verdedigingsmechanisme was tegen ziektes, lopen we nu meer gevaar dan ooit om in de toekomst massale misoogsten te krijgen. Dit komt ook nog naast alle (on)voorzien bijwerkingen van de gentech als deze zich door de natuur en voedselketen heen werkt.

De nietsontziende aard van de corporatie komt in deze industrie wel erg sterk naar voren: totaal niet duurzaam (er gaat vele malen meer energie in dan eruit komt), zwaar vervuilend door het geproduceerde afval, het productieproces en het transport over (te) lange afstand en als menselijke voeding volledig ontoereikend. Puur cijfermatig is een dergelijke manier van voedsel produceren niet in stand te houden en we zullen de voedselprijzen dan ook zien blijven stijgen met de olie die steeds duurder wordt en de wereldbevolking die blijft groeien. De corporaties in deze industrie laten duidelijk zien dat ze niet zitten te wachten op lokale concurrentie: door middel van handelsembargo’s en allerlei importheffingen wordt het agribedrijven van ontwikkelingslanden praktisch onmogelijk gemaakt te concurreren op de wereldmarkt. Boeren worden in het Westen door overheden platgesubsidieerd, zodat de concurrentie uitgeschakeld wordt aangezien geen enkel commercieel bedrijf tegen deze concurrentievervalsing op kan. Sommige boeren leven bijna volledig van subsidies en voor hen wordt bepaald welke gewassen ze mogen telen. Het verbouwen van gewassen voor brandstof is nog perverser dan het belachelijk is en laat zien waar we staan in deze corrupte business: je verbouwt gewassen met behulp van aardolie (kunstmest en brandstof voor de machines en kassen) om vervolgens diezelfde gewassen weer te vermalen tot brandstof. Ondertussen is 70 tot 90% van de energie die je had voor verbouwing verloren gegaan aan het productieproces, terwijl elders mensen creperen van de honger. Zoiets kan alleen maar in een corporatisch milieu ontstaan. Totaal ontspoord.

Big Agra werkt ook nauw samen met de andere corporatistische industrieën. Is ze niet alleen een grootafnemer van Big Oil, zo schurkt ze ook zwaar aan tegen Big Pharma, want die mogen het tekort aan voedingsstoffen in het voedsel aanvullen met hun pillen en de deficiëncies en allergieën die steeds meer de kop opsteken genezen met hun gepatenteerde medicijnen. Dit was vroeger met een gebalanceerde voeding en kwalitatief goed voedsel bijna niet nodig; we zijn van een preventief model naar een curatief model gegaan. Hele generaties groeien op met een totaal ontkoppeling van kennis over ons voedsel. Kip zit tegenwoordig met 5 andere doodgefrituurde stukjes meuk in een kartonnen doosje met een gele “M” erop, fruit in vloeibare vorm in een peervorming plastic flesje vergeven van de suiker en koken doe je tegenwoordig door een plastic bakje met daarin door kleur- en smaakstoffen vergeven prut te bestralen met microgolven. Uw corporatie wenst u smakelijk eten!
Corporaties en Internet
Maar hoe zit het dan met het internet? Daar waar de mensen en hun interactie door de corporaties steeds meer wordt ondergraven is dit ultieme sociaal platform er toch voor de mensen? Nee, helaas, want ook het internet is omgeturnd van een sociaal platform tot een marktplaats waar corporaties de dienst uitmaken. Mensen definiëren zich tegenwoordig aan de hand van hun consumptie en op het internet wordt dit nog extra uitvergroot: door profielen aan te maken op de websites waar je je spullen koopt of op netwerk communities kun je melden welke boeken je leest, welke films je bekijkt, wat voor muziek je beluistert en welke gadgets je aanschaft. Deze aankopen en voorkeuren ‘vertellen’ wie je ‘bent’ op een manier die corporaties enorm aanspreekt, namelijk communiceren op basis van consumptiepatronen. Mensen geven perfecte consumentenprofielen van zichzelf op die weer andere consumenten moeten aantrekken met een overeenkomstige smaak. Niet eerder werd het corporaties zo gemakkelijk gemaakt om informatie over hun consumenten te verzamelen nu men met elkaar communiceert in een vorm die het corporaties toestaat nog meer spullen te verkopen. Het delen van interesses op basis van consumptief gedrag wordt weerspiegeld in ‘vriendschappen’ die je sluit: op LinkedIn gaat het erom hoeveel zakelijke connecties je hebt en bij welke groepen je bent aangesloten, op social platforms als Hyves en Facebook is men continu bezig met het opwaarderen van de eigen virtuele identiteit totdat deze in iets verandert dat interessanter is dan de eigen reële identiteit. Je kunt een ‘vriend’ worden van een muziekband en hun laatste nieuws ontvangen (lees: meer reclame voor hun producten) of toetreden tot de kring van andere consumenten om hun liefde te delen voor lifestyle-bedrijven zoals Apple of Diesel en megamerken als Nike of Starbucks. Al deze ‘vrienden’ bepalen je online identiteit en zijn in veel gevallen niet eens echte personen.
Het internet heeft het voor corporaties mogelijk gemaakt om net zo menselijk te worden als de miljoenen echte gebruikers die zich op het internet begeven. Vroeger begonnen corporaties met het toepassen van branding om generieke producten zoals rijst en bonen te profileren ten opzichte van de concurrentie. Bedrijven gebruiken branding om zichzelf een meer menselijk karakter te geven, om zo de sympathie van de consument te winnen en de afstand tussen gezichtsloos bedrijven en haar kopers te verkleinen. Met de komst van internet is dit in één klap doodeenvoudig geworden. De taal van het internet wordt nu gedicteerd door ‘corporate speak’ en bedrijven zijn met hun avatars en viral marketing bijna niet meer van echte internauten te onderscheiden. Maar het is geen eerlijke strijd, want bedrijven beschikken over oneindig meer geld, middelen en kennis dan echte mensen om zichzelf zo goed mogelijk te profileren. Daarbij behoort de infrastructuur waarop de platforms draaien ook toe aan de corporaties, dus zal er nooit sprake zijn van een echte emancipatie van de internetgebruiker. Dit wordt duidelijk wanneer je ontwikkelingen ziet op het gebied van filesharing, waar initiatieven van echte gebruikers de kop in gedrukt worden omdat ze niet stroken met de corporate agenda van steeds meer geld verdienen.

Het is om deze reden dat internet niet de grote redding gaat zijn voor de kritische burger. Zolang corporaties bepalen wie en wat het net op kan en zij uiteindelijk achter de knoppen van de infrastructuur zitten, zal er nooit een echte emancipatie van de burger kunnen gedijen. Men zal een zeker mate van repressieve tolerantie toestaan en ingrijpen wanneer het te bedreigen wordt onder het mom van veiligheid en de strijd tegen terreur. Hoewel het systeem nog wel enige gaten kent die uitgebuit kunnen worden, is het een systeem waarbinnen de corporatie heerst. Uiteindelijk is er echte actie nodig in plaats van virtuele om corporaties op de knieën te dwingen.


Oké, we zijn koninklijk verneukt… wat nu, Zapruder?
Tja, het ziet er somber uit, maar ook de corporatie als entiteit zal op termijn niet te handhaven zijn (tenminste, als we de meeste dystopische films mogen geloven). Concurreren met een corporatie is enorm moeilijk: ze leeft langer, heeft meer geld, meer kennis, meer toegang tot communicatieplatforms en geen last van een geweten. Ze heeft politici, militairen, wetenschappers en de media in haar zak en is alleen gericht op het plaatselijk onttrekken van welvaart en het ondergraven van menselijke interactie om deze centraal te consolideren. Hoe neem je het nu op tegen zulk een oppermachtige vijand? Het antwoord is – vanzelfsprekend – niet makkelijk: we hebben de corporatie in veel gedaantes ook omarmd als iets goeds en iets dat kwaliteit toevoegt aan ons leven. We houden van goedkope elektronica die in lage lonenlanden wordt geproduceerd voor een habbekrats. Dit in tegenstelling tot de apparaten die vroeger op eigen bodem in elkaar werden geschroefd en veel duurder waren door de aanwezigheid van CAO’s, vakbonden, minimum lonen en menselijke arbeidsomstandigheden. Hetzelfde geldt voor onze (merk)kleding, schoenen, fietsen en veel andere producten. We houden ervan om boven onze stand te leven door in het geldcasino geld voor onze overgewaardeerde huizen te lenen die we anders nooit hadden kunnen betalen. We vinden het ook prettig dat onze supermarkt groenten en fruit uit verre landen of broeikassen heeft, waarvan de ecologische voetafdruk veel te groot is en welke de natuur onnodig belast. Consumeren is een ‘way of life’ geworden en we associëren consumptie vaak met gelukkig zijn. Het is duidelijk dat om de strijd aan te gaan met de corporaties we een boel (gegeven) verworvenheden die we nu voor vanzelfsprekend aannemen anders zullen moeten bezien. Algehele herbezinning is op zijn plaats en men moet zich voorbereiden op een paradigmaverschuiving waar een wereld zonder corporaties als mogelijk wordt gezien. Verandering wordt een lang en moeizaam proces, maar onvermijdelijk als je ziet waar de emergente aard van de corporatie ons naartoe leidt.

We zullen dus terug naar de basis moeten. Vooruitgang is in dit geval niet altijd beter. Om corporaties buiten spel te zetten zal economische interactie met elkaar buiten de invloedssfeer en infrastructuur van de corporatie plaats moeten vinden. Het moet weer meer persoonlijk worden en gericht op de eigen community, zonder tussenkomst van de corporate agenda. Gaan lopen demonstreren op G20-bijeenkomsten is leuk, maar zolang je als groep niet over voldoende invloed beschikt bereikt je er niks mee. Pas in je eigen community kun je een voelbare impact maken en er direct profijt van hebben. Dit zal zich snel als een olievlek kunnen verspreiden als mensen zien dat het mogelijk is en succesvol. Eén van de belangrijkste hindernissen die we dan moeten nemen is het centraal uitgegeven geld. De centrale valuta werken in het voordeel van corporaties en banken en onttrekken welvaart aan de community om het centraal omhoog te laten vallen. We kunnen ook eigen geld gebruiken. Dit gebeurt al op in veel landen en op veel plaatsen: lokale winkelstraten kunnen zogenaamde credits, munten of spaarkaarten uitgeven die mensen stimuleren deze weer lokaal te spenderen zonder tussenkomst van banken of corporaties en hun centrale valuta. Een economie kan ook voor een deel draaien zonder geld door bepaalde diensten in natura te betalen. Wat vroeger een heitje voor een karweitje was, kan ook een wederdienst voor een dienst worden; werk voor werk, zonder geld. Dit is een onderdeel waarbij het internet wel een belangrijke rol kan vervullen. Denk aan een soort marktplaats waar bijvoorbeeld een webdesigner zijn diensten aanbiedt aan de huisschilder die dan op zijn beurt diens huis weer voorziet van een winterjasje.

Ook met je koopgedrag kun je het centralistische karakter van corporaties kraken, door bijvoorbeeld niet meer je boodschappen te doen bij supermarkten en grootgrutters, maar bij kleine zelfstandigen die hun waar weer bij lokale, kleinschaligere producenten betrekken. Dit heeft veel voordelen, want naast een veel kleinere ecologische voetafdruk – er hoeft maar een kleine afstand afgelegd te worden voor transport en overslag – zijn het vaak versere producten van een betere kwaliteit. Veel boerenbedrijven verkopen biologisch geteelde groenten en vlees rechtstreeks aan de consument en door een moestuin te nemen of in de tuin zelf te verbouwen kun je al voor een deel in je eigen voedselvoorziening voorzien. Soortgelijke taktieken kun je ook toepassen als het gaat om het creëeren van eigen energie door wind en zon. Alle beetjes helpen en zodra genoeg mensen dit doen gaat het zeker van invloed zijn. Centraal geld zal altijd nodig blijven, maar voor het merendeel van je dagelijkse aankopen heb je in principe geen internationale centraal uitgegeven valuta nodig. Think human, act local!

Het grote sleutelwoord is hier informatie: om mensen zover te krijgen dat ze bepaalde luxe gaan opgeven zodat de toekomst duurzamer wordt, zul je mensen goed moeten informeren. Men moet mensen duidelijk maken waar onze zogenaamde welvaart vandaan komt en dat je als mensheid zijnde in deze zero-sum game altijd aan het verliezende eind zit aangezien we maar één planeet hebben. Dit is geen visie voor de korte termijn of een visie die je kunt overlaten aan politici die alleen maar denken aan de snelle winst. Het heeft corporaties ruim 400 jaar gekost om de wereld in een ijzeren greep te krijgen. Om mensen ervan te overtuigen dat het ooit anders was en het ook ooit anders kan worden is een kwestie van goed informeren en simpelweg tonen dat het daadwerkelijk kan slagen. De corporate indoctrinatie zit diep in de genen van de maatschappij en het zal moeilijk zijn mensen te overtuigen van het feit dat veel van de (materialistische) dromen die ze koesteren ze eigenlijk ingegeven zijn door de gladde marketing van bedrijven. Vandaar dat dit soort veranderingen alleen maar van onderen naar boven kunnen plaatsvinden, met actie voor echte mensen door echte mensen. Alles van boven naar beneden is verdacht, de corporatie is een zielloze terminator die geen genade kent en waarmee niet te onderhandelen valt. Vergeet de virtuele, opgehemelde illusie die corporaties je voorspiegelen, want ze is eindig. De corporate dictatuur kan niet voortduren want ze is onnatuurlijk en niet duurzaam. De natuur is perfect en we moeten leren weer dichter bij die natuur en elkaar te gaan leven. Dat, en elkaar, is alles wat we nodig hebben.

Bijbehorende url:
http://zapruder.nl/portal/artikel/corporatisme_het_gevaarlijkste_virus_ter_wereld_deel_1/
De RSS-feed van de commentaren op dit topic
Volgende item: BBC nu ook toegetreden tot het land der aluhoedjes?
Vorige item: Zonder geboortedatum geen recht op voorzieningen

Uw commentaar

 

Moi’s reaktie geeft sowieso aan dat hij het artikel niet heeft gelezen. Als hij dat wel had gedaan had hij niet zo’n cliché gemeld. En dat is wel jammer want zeker Moi had er wat van op kunnen steken.

Dat zal de leesbaarheid en inhoud niet ten goede komen, maar doe gerust een poging. Het is belangrijk genoeg om te begrijpen.

@ANARCHIEL?
ik heb met mijn simpele burger LTS eens zitten denken, als wij nu eens gezamelijk een petitie openen voor een verbod op patenten?

en dat bij meerdere orgenisaties tegelijk, pakken we stevig de koe bij de horens lijkt mij.

simpel.
geld wordt gecreeerd uit het niets.
dus er is sprake van een schuld.
zolang er schulden zijn, is er vraag naar geld.
dus moet er weer geld bij komen om aan de vraag te voldoen.
als er geld bij komt, wordt het geld minder waard.

Het meeste geld heeft nooit feitelijk echt bestaan en gaat van computer naar computer. Zeg maar internet bankieren.

Banken vragen rente over de schuld die voldaan moet worden dus de vraag naar geld zal altijd blijven bestaan.

Zolang die vraag er is, word er steeds geld bijgemaakt en ben je terug bij af, maar dan wel in diepere schulden.

Reagerend op dirk Een verbod op patenten op alles wat leeft lijkt me een goede stap terug. Nog niet zo lang geleden was dit verboden, maar na een foefje wordt nu toch op (van) alles wat leeft patent aangevraagd. Dat is een heel gevaarlijke, foute ontwikkeling.
De fout in het patentensysteem zit hem in het feit dat al vele fantastische uitvindingen zijn opgekocht door coorporatties, om vervolgens in een kluis te verdwijnen. Dit om het winstbejag, dat de coorporatie eigen is, veilig te stellen. Vele briljante ideeen die de gehele mensheid ten gunste zouden zijn, blijven zo ongerealiseerd omwille van de winstmaximalisatie van een of andere coorperatie.
Het artikel maakt volgens mij wel duidelijk wat voor gewetensloos monster de coorperatie feitelijk is.
De regels van het “spel"krijg je niet zomaar veranderd, maar wij mensen zijn uiteindelijk toch de spelers ervan…

 

Uw naam/nickname:
Uw e-mailadres: (alleen als u notificaties wilt ontvangen)


Klik op een smiley om deze in je commentaar in te voegen:
grin
LOL
cheese
smile
wink
smirk
rolleyes
confused
surprised
big surprise
tongue laugh
tongue rolleye
tongue wink
raspberry
blank stare
long face
ohh
grrr
gulp
oh oh
downer
red face
sick
shut eye
hmmm
mad
angry
zipper
kiss
shock
cool smile
cool smirk
cool grin
cool hmm
cool mad
cool cheese
vampire
snake
excaim
question

 Laat het me weten als er andere reacties zijn


Geef het woord op dat je hieronder ziet staan:






 
designed by: 6bit Under